maga zine 2026 2027 Het huis aan de Dinkel Het witte huisje met de wenkbrauwbogen Als er stilte is, hoor je jezelf weer 23 30 43 C33 Y83 K85 C100 2026 | 2027 Buitenstate magazine
2 23 06 13 18 38
Inhoud Buitenstate Magazine 2026 | 2027 3 43 30 4 Voorwoord 6 De Binnenkijker – De Olde Kuper in Rekken 13 Ruimte om te ondernemen – De ontwikkeling van een erf naar wonen en werken 18 Marijn in de paardenwereld - De kunst van het parcours ontwerpen 23 Op pad met.. – Het huis aan de Dinkel 30 Mijn buitenleven – Het witte huisje met de wenkbrauwbogen 38 Mijn buitenleven – Een erf vol paarden, mensen en mogelijkheden 43 Ruimte voor mijzelf – Als er stilte is, hoor je jezelf weer Aanbod Buitenstates Noord-Nederland 48 Moll Makelaars 51 Lamberink Makelaars & Adviseurs 56 Alderik Vos Makelaardij Oost-Nederland 57 Reggedael makelaardij & taxaties 59 Euverman & Nuyts en BerendsNaafs makelaars 61 Morskieft ‘De Twentsche Makelaar’ 65 Van Zeeburg Luimes & Lebbink Makelaars 66 Rosendaal Makelaars 67 Wilhelm Makelaars West-Nederland 68 Klaver Makelaardij 70 Kwantes Makelaardij 71 Schep Makelaars 83 van Ekeren Kuiper Makelaardij 87 De Zeeuw Makelaardij Zuid-Nederland 91 Makelaardij Twan Poels 95 Bernheze Makelaars 101 Lelieveld makelaardij 110 Klijsen Makelaars & Adviseurs 111 Schalk Makelaardij 112 Adriaan van den Heuvel Makelaars & Adviseurs 113 Aelmans Rentmeesters & Makelaars 115 Colofon buitenstate.nl
In deze editie zie je het steeds terug. Het moment waarop iemand in het buitengebied stilstaat, om zich heen kijkt en denkt: hier kan iets. Wat buiten kan ontstaan 4
Voorwoord Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Het zijn verschillende plekken, verschillende verhalen. Maar ze beginnen allemaal op dezelfde manier. Met kijken. Met mijmeren. Met het zien van wat er kan. In het buitengebied is er ruimte voor wat kan ontstaan. Veel leesplezier, Loes Faber Formulemanager Buitenstate Soms is dat op een plek waar al generaties lang is gebouwd en geleefd. In Rekken bijvoorbeeld, waar Maurits Groen een boerderij van drie eeuwen oud met zorg aanpast aan deze tijd, verduurzaamt en klaar maakt voor de volgende eeuw. We gaan op bezoek bij Martijn en Maud in Nistelrode, die een voormalig agrarisch erf stap voor stap veranderen in een plek om te wonen én te werken, waar ze aan hun plannen bouwen. In Gorredijk bouwen Kelly en Tjerk Jan verder op wat er al was en geven ze het bedrijf rondom de paarden opnieuw vorm. Verscholen in het park van Kasteel Renswoude, werken Jurn en Ietje aan een voormalige timmerwerkplaats: het witte huisje met de wenkbrauwen. Binnen verbouwen ze, buiten hebben ze in de 2.250 m² tuin vrij spel, zolang het past bij de kasteeltuin. In Tijnje kiest Kirsten Vonk voor rust en ruimte, en voor een leven dat beter aansluit bij wat voor haar belangrijk is. Onze Buitenstate makelaars Frank Morskieft en Marijn de Zeeuw gaan op pad in het buitengebied. Met Frank wandelen we over Landgoed Singraven, zijn favoriete plek buiten, langs watermolens en oude lanen. Marijn gaat in de paardenrubriek naar het Hippisch Centrum Peelbergen, waar parcoursontwerper Pieter Vitse laat zien hoeveel gevoel en precisie er nodig is om een springparcours voor paarden vanzelfsprekend te maken. Verspreid door het magazine vind je daarnaast een aantal bijzondere landelijke woningen, ieder met een eigen karakter en mogelijkheden in het buitengebied. 5 buitenstate.nl
Hij staat al 300 jaar op een belt in de Achterhoek. Rondom veranderde het landschap. Verdween een rivier en een brug. De boerderij bleef staan. “We hebben die klaargemaakt voor de volgende eeuw”. Het is zijn favoriete plekje in het huis. Vanwege het grootse uitzicht over de weilanden richting de kerkspits van Rekken. De endskamer, een Twents begrip voor een apart woonvertrek. In 1865 geplakt tegen de voorgevel, aan het uiteinde van de 300-jarige boerderij, vertelt Maurits Groen. “Noem het een soort aanleunwoning. Voor de oude boer en zijn vrouw, nadat de kinderen het bedrijf hebben overgenomen”. De Olde Maurits Groen 6
De binnenkijker Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Kuper in Rekken 7 Uitzicht over de weilanden richting de kerkspits van Rekken “ “ buitenstate.nl
Berkelzompen Olde Kuper heet de boerderij. Een gemeentelijk monument. Het staat op een soort terpje dat ze in de Achterhoek en Twente liever pol, bult of belt noemen. Bedoeld als bescherming tegen het wassende water. Langs de voorkant van het huis stroomt door het broekland ooit een 30 meter brede rivier, de Berkel. De eerste kilometers in Duitsland niet meer dan een vrolijk meanderend beekje. Om bij Rekken fiks te verbreden. De rivier fungeert als de natuurlijke grens tussen de beide dorpshelften: Het Dorp en ’t Kip, de zuidoever, oftewel tussen de roomsen en protestanten. De Berkel is eeuwenlang een belangrijke transportader. Druk bevaren door berkelzompen, kleine vrachtschepen met een geringe diepgang. Tot het spoor en verharde wegen de rol van de rivier overnemen. Kuipersbrug Tijdens de ruilverkaveling rond 1970 is het met de rivier gedaan. Groen: “Die wordt dichtgegooid, en een kilometer verplaatst. Om die tegelijk flink recht te trekken en te kanaliseren. Omdat die te vaak overstroomt”. De Berkel bezorgt vooral de inwoners van Eibergen regelmatig natte voeten. Tijdens het temmen van de rivier gaan de verbouwers rigoureus te keer. Veel bruggen en dammen verdwijnen. Groen laat een foto zien van een brug die vlak voor de boerderij stond en de naam van de boerderij droeg: de Kuipersbrug. “Samen met omringende bomen hebben ze die neergehaald en klaar, zand erover”. Helmonds Dagblad Maurits Groen is een van de bekendste duurzaamheidsondernemers en -voorvechters van ons land. Voor hem is het logisch dat je fatsoenlijk omgaat met mensen, dieren, de aarde en je omgeving. “Dat voelt alsof je aan mensen moet uitleggen waarom ze af en toe moeten ademen”. Bij hem begint dat duurzaamheidsbesef al vroeg, vertelt hij. Zodra hij leert lezen en schrijven, bladert hij uit nieuwsgierigheid door de krant. Het Helmonds Dagblad. Hoe maak je nou van bomen krantenpapier, vraagt hij zich af. Hoe krijg je daar ook nog eens letters op, en dan kun je dat papier ook nog eens recyclen. “Ik ben begonnen met het ophalen van oud papier bij mensen thuis, echt, elke dag. Zo red ik bomen, dacht ik. Want dan hoef je voor nieuwe kranten geen andere bomen te kappen”. Voddenboer Hij vermoedt dat hij in totaal wel honderdduizenden kilo’s oud papier heeft opgehaald. Voor zijn achtste verjaardag krijgt hij van zijn ouders een bolderkar. Om al dat papier te vervoeren naar de oudpapierhandel. Later verzamelt hij ook oud ijzer en lompen dat hij bewaart in de schuur. “Ik was al op mijn zevende een voddenboer en dat ben ik in Helmond mijn hele lagere schooltijd gebleven”. 8
De binnenkijker Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Al Gore Na zijn studie politicologie komt hij terecht bij Milieudefensie. Hij blijft er vier jaar. Als hoofdredacteur, staflid en uitgever. In 1982 begint hij een adviesbureau, gericht op duurzaamheidsbeleid. Hij maakt tv-documentaires, schrijft boeken, adviseert bedrijven en overheid, en organiseert events waarbij hij aan tafel zit met onder meer de Amerikaanse vicepresident Al Gore en andere voorname politici en milieuvoorvechters. Verder is hij medeoprichter van verschillende duurzame bedrijven: Bamboi (toiletpapier van bamboe), Kipster (groenste kippenstal ter wereld) en WakaWaka (solar lamp annex oplader voor vluchtelingen en noodhulp bij natuurrampen). In 2015 belandt hij op de eerste plek in de Duurzame 100 van het dagblad Trouw. Bij elkaar in Rekken In 2024 verhuist hij vanuit de Randstad naar Rekken in de Achterhoek. 1200 inwoners, twaalf buurtschappen. 300 meter van de grens met Twente en op hinkstapsprong afstand van de Duitse grens. In de buurt woont veel familie. “Toen ik zestien was, zijn we verhuisd naar Enschede. Mijn vier broers en twee zussen zijn in de omgeving gebleven, sterker, drie ervan wonen in Rekken”. Tijdens een broersweekend drie jaar geleden toonde een van zijn broers hem een foto van een boerderij, met rondom een halve hectare grond. “Kijk eens, die komt bij ons in de buurt te koop”. Het was liefde op het eerste gezicht. Zomers in Balkbrug Het huis maakt allerlei jeugdherinneringen in hem los. Alle schoolvakanties van de lagere school gaat hij naar een oom die boer is in Balkbrug. Die heeft acht koeien, en verder een gemengd bedrijf. “Aardappels rooien, graan oogsten, appels 9 buitenstate.nl
plukken. Ik vond dat zo fantastisch. Dat beeld heeft altijd in mijn achterhoofd gezeten”. Maar ja, hij heeft de Randstad nodig voor zijn werk. Woont in Amsterdam en later Haarlem. “Ik dacht, hartstikke leuk zo’n huisje op het platteland, maar dat gaat niet gebeuren”. Wel dus. Nadat hij op een zondag de foto heeft gezien, maakt hij op maandag bij de makelaar direct een afspraak. “Ik moest dat huisje bekijken. Drie maanden later ben ik verhuisd”. Warmtepomp Dat gaat niet van een twee drie. Want de bejaarde boerderij kent een handjevol gebreken. Groen: “Het idee was om alles goed te isoleren, maar dat is een beetje uit de hand gelopen”. Een van zijn eerste besluiten: een full-electric warmtepomp. Een enorm gevaarte. Het lijkt wel een kerkorgel. Zo’n pomp onttrekt warmte uit de buitenlucht. “Voor elke kWh die je erin stopt, krijg je 3,5 kWh terug”. Hij kan ermee de temperatuur van verschillende ruimtes regelen, op afstand als hij wil. “We hebben nog een houtkachel. Voor de gezelligheid en als de stroom een keer langere tijd uitvalt”. Waterwerende laag Nu nog zorgen dat de boerderij vocht- en schimmelvrij wordt. Daartoe laat hij in alle muren, op regelmatige afstand van elkaar, diepe gaten boren. Om die te kunnen injecteren met een chemisch goedje. Dat verspreidt zich door de stenen en zorgt voor een waterwerende laag. Tegen optrekkend grondwater. “Daarna moesten we alles opnieuw stucen. Honderden strekkende meters”. De plavuizen gaan eruit voor de vloerverwarming. Ze blijken direct op de zandgrond te liggen. 15 tot 20% gaat kapot. Nou, probeer daarvoor maar eens identieke exemplaren te vinden. Die zoektocht viel enorm mee. “Er zijn specialisten die precies aan zo’n tegel kunnen aflezen hoe oud die is en waar die vandaan komt”. En dan staat er ineens een vrachtwagen voor de deur met twee pallets plavuizen. Vloerverwarming Maar eerst zorgen voor een goede bodem voor de vloerverwarming. “We hebben een halve meter grond uit het huis geschept. Honderden kruiwagens vol”. Voor een isolatielaag en een slakkenhuispatroon verwarmingsbuizen. Met 10
De binnenkijker Buitenstate Magazine 2026 | 2027 daarover een dekvloer van schuimbeton en een toplaag Spaanse kalkmortel waarin je de tegels legt. “Er zijn nog maar een paar mensen die dat kunnen”, vertelt Groen. Hij vond die in de buurt. 69 en 72 jaar jong, twee broers. “Ze hadden opadagen voor de kleinkinderen, dus ze konden niet altijd”. Groen heeft met bewondering naar hun werk gekeken. “Die handgebakken tegels zijn niet allemaal even diep, dus soms heb je zo’n laagje kalkmortel en dan weer zo’n laagje nodig. Ze zijn er weken mee bezig geweest. Echt vakwerk”. Gatdeuren De boerderij staat in het buurtschap Meerbekkerhoek, net buiten Rekken. Een groepje van zes boerderijen. Melkveehouders en een varkensboer. Groen vermoedt dat de boer van de Olde Kuper vroeger zo’n twintig koeien had. In de deel en in de koeienstal die naast de boerderij op het erf staat. Aan een zijgevel van die stal zie je nog een rijtje staldeuren. Groen: “Hun koeien stonden daar paarsgewijs tussen de schotten. Twee per deur. Ze konden door de geopende deuren zo de wei in stappen”. De voormalige koeienstal fungeert als extra woning. Met een grote kantoorruimte, badkamer en keuken. Vanuit de woonkamer kijk je gevelbreed kilometers ver uit over de weilanden. Ook in de deel van de boerderij zie je dezelfde reeks staldeurtjes. In het Oosten ook wel gatdeuren genoemd. Ze zijn aan de ene kant veranderd in volglasdeuren waarachter de slaap- en badkamer zitten. “Als we wakker worden, doen wij tegenwoordig zo’n deurraam open en stappen we zo naar buiten om te ontbijten in de ochtendzon”. De geut Aan de indeling van het huis hoefde hij weinig te veranderen. De vorige bewoners hadden de boerderij al getransformeerd tot een woonhuis. De pronkkamer fungeert vandaag als eetkamer. De opkamer als werkplek. Aan één zijkant van de deel kwam een keuken, badkamer en slaapkamer. De rest van de deel lieten ze voor wat die was. Fungeerde vooral als garage en opslag. Aan de andere zijkant was een oude gereedschapsruimte die ze veranderden in een logeerkamer met eigen sanitair. Ernaast zat de geut, het spoelhok of gootsteenruimte. Daar stond een wasmachine. Wat bleek? Het afvoerwater ging direct in de grond. “Geen wonder dat die muren zo vochtig waren”. Ze zijn er weken mee bezig geweest. Echt vakwerk “ “ 11 buitenstate.nl
Doos-in-een-doos Voor de deel kiest hij voor een doos-in-een-doos constructie. Met de hooizoldervloer als plafond. Als hij daar voor het eerst komt, weet hij niet wat hij ziet. Een groot web van spinrag, bewoond door ontelbare spinnen, met eronder ratten en muizen, levend en dood. Overal is stof. Duidelijk: “Daar was de afgelopen eeuw echt niemand geweest”. De vloer is een soort badkuip, met een hoogteverschil van zestig centimeter. “Die hebben we vervangen door een geheel nieuwe vloer van stevige balken”. Elke balk weegt 350 kilo. Die gaan stuk voor stuk met een hijskraan omhoog. Bij elkaar 800 strekkende meter. Incluis biologische vlasisolatie. “De hele deel stond aan de nok toe vol”. Krommerds Het dakskelet van de boerderij is prachtig. Vooral door de zogeheten krommerds. Natuurlijk gebogen balken uit eigen bos die dienstdoen als schuine schoren. Gehakt met de hand met een dissel. Vandaar de onregelmatige happen uit het hout. Ze geven de dakconstructie een organisch en robuust uiterlijk. “Die dragende zware eikenhouten balken noem je het ankerbalkgebint”, wijst Groen. Een enorm lange balk, de ankerbalk, steekt horizontaal door de verticale stijlen heen, vastgezet met houten toogpennen. “Om het dak stabiliteit tegen storm en harde wind te geven”. Strodokken Onder de dakpannen zie je strodokken. Vlechtwerkjes van roggestro. Dat binden de boeren vroeger met wilgentenen aan de houten latten. Om stuifsneeuw en slagregen tegen te houden. Dakpannen komen pas veel later op het dak. Groen: “Omdat de oorspronkelijke dakconstructie daar vaak niet op berekend was, gebruikten ze extra steunbalken of dikke sporen om het gewicht van de zware panlatten en dakpannen te dragen”. Egelantiersrozen De vorige bewoners hebben een prachtige tuin aangelegd. Op elk moment van het jaar zie je daarin andere kleuren. Magentaroze prikneusbloemen. Wilde geraniums, paarsroze en zacht lila. Helderpaarse kattenstaarten, zachtroze egelantiersrozen en citroengele teunisbloemen. “Je moet je voorstellen. Dit was jarenlang kaal. Een boer houdt zich bezig met zijn land, niet met een tuin”. Moderne technologie De vorige bewoonster leeft nog. Nadat haar partner overlijdt, blijft zij nog zeven jaar in de Oude Kuper wonen, totdat dat echt niet meer gaat. Zij is 83 en woont vlakbij. “Zij kwam een maand na de verbouwing kijken en barste echt in huilen uit. Ze zegt: “Jullie hebben het gewoon hetzelfde gelaten. Natuurlijk zijn er dingen veranderd, dat voel ik, maar ik zie het niet”. Dat is ook wat je met monumentale boerderijen moet doen, vindt Groen. Het oude karakter bewaren met moderne technologie, goede materialen en duurzame energie. “Een boerderij van 300 jaar is in de basis al de ultieme vorm van duurzaamheid. We hebben die klaargemaakt voor de volgende eeuw”. 12
Ruimte om te ondernemen Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Ik stapte het erf op en ineens zag ik het voor me Martijn Roefs (29) komt uit een ondernemersgezin en is een echt familiemens. De jonge ondernemer was op zoek naar een eigen plek om wonen en werken te combineren. Toch zag hij niet gelijk potentie in de voormalige varkenshouderij op tien minuten lopen van zijn ouderlijke huis. Totdat hij ging kijken. Hij zette één voet op het erf en zag meteen de mogelijkheden. 13 buitenstate.nl
“Een paar jaar geleden ben ik gestart als ondernemer, ik heb een full-service branding-, website- en appbureau, genaamd M7. Werken deed ik vanuit het huis van mijn ouders. Thuis wonen biedt natuurlijk veel praktische voordelen, maar als er klanten kwamen, dan voelde dat toch niet altijd goed”, begint Martijn. Hij was dus op zoek naar een plek voor zichzelf en zijn start-up. Ga eens kijken “Mijn vader is makelaar bij Buitenstate en had een agrarisch object met losstaande schuur/bedrijfshal in de verkoop. Hij zei: ik zou echt eens gaan kijken, de woonboerderij en grote schuur hebben megaveel potentie. Ik kende het huis goed, want het ligt 500 meter bij mijn ouders vandaan, ik reed er dus bijna dagelijks langs. Alleen, ik had er gewoon niet zoveel mee. Het woonhuis en de schuur werden destijds verhuurd aan verschillende partijen en het erf oogde erg rommelig. Maar ja, mijn vader wist natuurlijk wel wat ik zocht en op zijn advies nam ik toch een kijkje.” Visualiseren En paps had gelijk, het object paste perfect bij Martijn zijn plannen. Mits je door de eerste aanblik heen kon kijken. Martijn: “Ik stapte het erf op en in één keer zag ik het voor me.” De recent gebouwde bedrijfshal bleek een perfecte plek voor de auto’s, naast M7 Branding & Design importeert Martijn namelijk bijzondere auto’s. Daar, in de lege schuur Martijn Roefs 14
Ruimte om te ondernemen Buitenstate Magazine 2026 | 2027 vol oude troep, zag Martijn het voor zijn geestesoog verschijnen: het kantoor bovenin, waar hij met zijn collega’s vanachter twee grote glazen wanden zo, hup, vanaf het bureau naar de auto’s kon kijken. Tja, als ondernemen in je DNA zit, kun je volgens Martijn vaak goed visualiseren. Dat blijkt. Het is precies die manier van denken die de basis vormt voor wat er nu op het erf ontstaat. Agrarische bestemming Er was nog maar één hobbeltje te nemen. Het object had namelijk een agrarische bestemming. “De vorige eigenaar was al bezig die om te zetten naar een bestemming voor bedrijf aan huis. Dit proces was al aardig ver gevorderd, dus waarschijnlijk zou het met een week of zes klaar zijn”, dacht Martijn. De ambtelijke molen draaide echter wat langzamer en het proces duurde flink langer. Martijn zijn geduld werd behoorlijk op de proef gesteld. Na twee jaar kwam de nieuwe bestemming er gelukkig op en kon hij zijn plannen verder uitwerken. Die stap bleek achteraf essentieel voor de verdere ontwikkeling van het erf, waar inmiddels meerdere vormen van bedrijvigheid samenkomen. Bestemmingswijziging in het buitengebied Een agrarisch object of woonboerderij kopen? Dan is de bestemming bepalend voor wat er mogelijk is. Soms is een wijziging nodig om plannen te realiseren, bijvoorbeeld van agrarisch naar wonen of een combinatie met werken. In het buitengebied vraagt dit vaak om maatwerk en een zorgvuldig traject. • Controleer of een wijziging nodig is: soms passen plannen al binnen het huidige bestemmingsplan • Ga vroeg in gesprek met de gemeente om de haalbaarheid te toetsen • Houd rekening met een traject dat tijd kan vragen • Denk ook aan financiering: zonder passende bestemming is een lening vaak lastiger Een Buitenstate makelaar helpt je om deze mogelijkheden en risico’s goed in kaart te brengen. Als ondernemen in je DNA zit “ “ 15 buitenstate.nl
Buitenkans Martijn: “Voordat ik het kocht, heb ik overigens nog wel aanvullend onderzoek gedaan. Dan keek ik op de site van Buitenstate en voerde mijn belangrijkste zoekcriteria in: minimaal 1 hectare grond, 250 m2 woonoppervlak, losstaande schuur en dan kwamen er maar drie huizen naar voren. Dat waren dit huis, eentje in Limburg en eentje in Zeeland. En die laatste twee waren ook nog eens enorm duur, eentje had een vraagprijs van 3,5 miljoen. Tja, toen dacht ik toch wel, dit is een buitenkans. Een kans die ik niet snel weer krijg, zeker niet zo dicht bij mijn ouders.” Mancave “Inmiddels zijn we een paar jaar verder. We hebben het bedrijfsgebouw volledig gerenoveerd, met een grote kantoortuin en meetingrooms. Vanuit deze plek werken we inmiddels voor klanten door heel Nederland, Europa en zelfs daarbuiten. Er zitten zonnepanelen op het dak en er zijn vier airco’s geplaatst, we zijn in het bedrijfsgebouw volledig van het gas af. Het kantoor met de glazen wanden is er ook gekomen en beneden hebben we een bedrijfsfitness gerealiseerd. Daar zit ook de kantine en een mooie mancave, ideaal voor de vrijdagmiddagborrel”, lacht Martijn. 16
Ruimte om te ondernemen Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Meerjarenproject in uitvoering Het huis zelf is nog grotendeels gebaseerd op de oorspronkelijke jaren '70-indeling. “De woonboerderij is echt een meerjarenproject, maar inmiddels zijn we gestart met een grootschalige verbouwing. We hebben de tuin opnieuw aangelegd en een mooie overkapping gemaakt aan de achterkant, met prachtig zicht op de ondergaande zon. Binnen hebben we eerder al delen aangepakt, maar inmiddels zijn we het huis van binnen volledig aan het vernieuwen. Denk aan nieuwe vloeren, installaties en een duurzame basis voor de toekomst. Ook aan de buitenzijde krijgt het geheel een nieuwe uitstraling, waarbij de gevel wordt afgewerkt in een moderne, landelijke stijl met Kempische invloeden,” legt Martijn uit. Samenwonen Martijn woont er inmiddels samen met zijn vriendin Maud en het volgende project diende zich al snel aan. Dat begon met het idee om twee B&B’s te realiseren in het voormalige achterhuis. “Daar is voldoende ruimte en je loopt daar zo het bos in. Ik heb ook al ideeën voor een nieuw bijgebouw dat uitkijkt op het bos, daar zouden we dan nog drie B&B’s kunnen creëren.” Aan ideeën geen gebrek bij deze jonge ondernemer. Wie weet komen we over een paar jaar nog eens terug om te kijken hoe deze plannen zich verder hebben ontwikkeld. “Misschien cliché, maar voor ons is dit precies wat wonen én werken in het buitengebied zo bijzonder maakt.” “ “ Van plannen naar realiteit In de afgelopen jaren is het project in Nistelrode in een stroomversnelling gekomen. Waar de woonboerderij eerder nog een plan voor de langere termijn was, wordt er nu volop verbouwd. De woning wordt van binnen volledig aangepakt en stap voor stap opnieuw opgebouwd, met aandacht voor duurzaamheid, comfort en uitstraling. Tegelijkertijd groeit het erf uit tot een plek waar wonen en werken samenkomen, met ruimte voor meerdere vormen van bedrijvigheid. Martijn spreekt zelf gekscherend van ‘Project Sprookjesbos Nistelrode’. “Er gebeurt hier straks zoveel op één plek,” zegt hij. “Wonen, werken en verblijven komen hier allemaal samen.” 17 buitenstate.nl
18 De kunst van het parcours ontwerpen De kunst Pieter Vitse Het is nog rustig op het Hippisch Equestrian Centre Peelbergen wanneer Buitenstate makelaar Marijn de Zeeuw het terrein oploopt. Het gras is nog vochtig en in de ring klinkt het droge geluid van een balk die in de lepels wordt gelegd. Ontwerper van springparcoursen Pieter Vitse is al bezig. Hij loopt lijnen af, blijft even staan, kijkt en loopt weer terug. In gesprek met parcours- ontwerper Pieter Vitse
Marijn in de paardenwereld Buitenstate Magazine 2026 | 2027 19 Op papier staat het parcours al, maar buiten zie je pas of het klopt. “ “ buitenstate.nl Even later loopt ze een stukje met hem mee terwijl Pieter over zijn werk vertelt. De Belgische parcoursspecialist, afkomstig uit het dorp Loppem onder Brugge, groeide op in de paardensport. Zelf reed hij vroeger ook springconcoursen. Van passie naar parcoursontwerpen De interesse voor het parcoursbouwen en -ontwerpen ontstond bij Pieter al vroeg. Tijdens wedstrijden keek hij steeds vaker naar wat er achter de schermen gebeurde. Waar ruiters zich focussen op hun ronde, kijkt een parcoursontwerper naar het grotere geheel: de lijnen, het ritme en de opbouw van de proef. Wat begon als helpen op lokale wedstrijden groeide uit tot een serieuze specialisatie. Door jaren van praktijkervaring, opleidingen en samenwerking met ervaren vakgenoten, ontwikkelde hij zijn inzicht en afwisseling in afstanden, opbouw van hindernissen, variatie in lijnen, materiaalgebruik en het totaalplaatje van het parcours binnen de arena. “Je leert het vak vooral door ervaring op te doen,” zegt hij. Alles hangt samen Samen lopen ze langs de ring. Vitse kijkt naar de ruimte in de arena en naar de lijnen die het parcours straks vormen. Een parcours moet technisch selectief zijn, maar tegelijk eerlijk blijven voor elke combinatie. Daarom kijkt hij bij het ontwerpen niet alleen naar afstanden tussen hindernissen. Ook zichtlijnen, ritme en de indeling van de piste spelen een belangrijke rol.
20 Internationale wedstrijden Door de jaren heen werkte Vitse op tal van nationale en internationale wedstrijden. Als vaste ontwerper bij het Hippisch Equestrian Centre Peelbergen is hij betrokken bij de organisatie, opbouw en uitvoering van nationale en internationale wedstrijden. Internationale wedstrijden vragen volgens hem meer dan alleen correcte afstanden. Hij moet rekening houden met verschillende types paarden, ruiters met uiteenlopende rijstijlen, tijdsdruk binnen een wedstrijdschema en de zichtlijnen in vaak grote arena’s. Volgens Vitse ligt daar precies de uitdaging van het vak: een parcours ontwerpen en bouwen dat technisch selectief is, maar tegelijk eerlijk blijft voor elke combinatie. Hij werkte onder meer op wedstrijden als CHIO Rotterdam en Brussels Stephex Masters en was betrokken bij internationale series en kampioenschappen. Sinds november 2024 mag hij zich officieel FEI Equestrian Course Designer Level 2 noemen. “ “ Als je zelf hebt gereden, voel je sneller of een afstand logisch is. “ “ Dat is een mooie erkenning maar vooral een bevestiging van wat je al doet. En ook niet te vergeten al het harde werk en de energie die je erin stopt.
Marijn in de paardenwereld Buitenstate Magazine 2026 | 2027 21 buitenstate.nl Internationale concoursen Pieter Vitse werkte onder andere op de volgende wedstrijden: • FEI WBFSH World Breeding Jumping Championship for Young Horses • Jumping Mechelen • CHIO Aachen • Longines EEF Series Peelbergen • Europese kampioenschappen in Gorla Minore, Peelbergen en Riesenbeck • Brussels Stephex Masters & Knokke Hippique • CHIO Rotterdam • Longines Global Champions Tour Stockholm & Riesenbeck • Wellington International • World Equestrian Center Ocala Flow en ritme Pieter Vitse staat bekend om parcoursen met een duidelijke flow, waarin ruiters een ritme kunnen opbouwen. Zijn parcoursen bevatten vaak vloeiende lijnen die het galopritme respecteren, combinaties die precisie vragen en technische wendingen waarin balans belangrijk wordt. Het succes van een parcours meet hij niet aan het aantal fouten, maar aan hoe logisch die fouten ontstaan. “Als ruiters na hun ronde zeggen: “het was technisch, maar eerlijk”, dan weet je dat het parcours zijn werk heeft gedaan.” De opbouw van een parcours Voor Pieter begint een goed parcours altijd met vertrouwen. De eerste sprong moet uitnodigen en vertrouwen geven, waarna het parcours geleidelijk technischer wordt. Tegen het einde spelen concentratie, conditie en precisie een grotere rol. Daarnaast kijkt hij altijd naar het paard. Een parcours moet paarden zelfvertrouwen geven en laten springen, niet verrassen of verwarren. Leren van de besten Tijdens zijn ontwikkeling werkte Pieter samen met verschillende ervaren parcoursontwerpers. Vooral van Bart Vonck en Marc Debaere leerde hij de fundamenten van het vak. Later kreeg hij ook de kans om op internationale concoursen te werken met enkele van de bekendste parcoursontwerpers ter wereld. En de laatste tijd werkt hij ook nauw samen met olympische topparcoursontwerper Gregory Bodo uit Frankrijk.
22 Uliano Vezzani, Gérard Lachat, Louis Konickx, Frank Rothenberger en Jorge Guilherme behoren ook tot de namen waarmee hij samenwerkte. Op topniveau wordt niets aan het toeval overgelaten. Van het eerste ontwerp op papier tot de laatste aanpassing in de piste wordt elk detail zorgvuldig overwogen. Afstanden worden exact gemeten en zichtlijnen gecontroleerd. Ambacht en creativiteit Hoewel ieder parcoursontwerp sterk gebaseerd is op regels, afstanden en richtlijnen van de FEI, blijft het ook een vorm van creatief vakmanschap. Elke piste en elke wedstrijd vraagt om een eigen aanpak. “In de loop der jaren heb ik geleidelijk een eigen stijl ontwikkeld, met duidelijke en herkenbare kenmerken. Bij het ontwerpen van een parcours probeer ik telkens een bepaalde logica, ritme en uitdaging te creëren voor zowel paard als ruiter. Sommige ruiters herkennen die aanpak direct en merken al snel dat het mijn parcours zou kunnen zijn.” In de loop van de tijd heb ik een eigen stijl ontwikkeld met herkenbare eigenschappen “ “ Een onverwoestbare band Achter de carrière van Pieter staat ook een sterke persoonlijke band met de manager van Peelbergen en goede vriend Ken Ruysen. Door de jaren heen groeide hun samenwerking uit tot veel meer dan een professionele relatie. Volgens Pieter speelde Ruysen een belangrijke rol in zijn carrière: niet alleen als manager die kansen creëerde en deuren opende binnen de sport, maar ook als iemand die hem voortdurend motiveerde en ondersteunde. “In deze sport bereik je niets alleen,” zegt Pieter. “Ken heeft altijd in mij geloofd en mij gesteund.” Aan het eind van de dag Wanneer het parcours uiteindelijk staat, loopt Pieter nog één keer een ronde door de piste. De lijnen liggen vast en de hindernissen staan op hun plek. Morgen moeten paard en ruiter het doen. Marijn kijkt nog even om zich heen. Het terrein is weer stil.
Op pad met... Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Het huis aan de Dinkel In ‘Op pad met’ neemt een makelaar je mee naar zijn favoriete natuurgebied. In deze aflevering een wandeling over Landgoed Singraven. Langs beukenlanen en donderbaarden, een schuifhuisje en sneeuwvlokkenboom, met Frank Morskieft van Morskieft De Twentsche Makelaar. “Een kale boerderij is geen echte boerderij”. 23 buitenstate.nl Frank Morskieft
Natuurlijk begin je de wandeling over Landgoed Singraven bij de Kasteellaan. 800 meter lang, statig. Met aan het begin aan weerszijden van het toegangshek twee poortwachtershuisjes. Die tweeling komt uit 1937, vertelt Frank Morskieft van Morskieft De Twentsche Makelaar. Gebouwd in neoclassicistische stijl. Bedoeld om aan te sluiten bij de look and feel van de voorgevel van het statige Huis Singraven. “Vier jaar geleden stond een van de twee te koop. Met erachter een rond boshuisje met rieten kap”, zegt hij. Een soort Kabouter Plophuisje lijkt het. “We hadden wel meer dan honderd aanvragen voor een bezichtiging. Vanuit heel Nederland, prachtige tijd was dat. Daar moet ik elke keer weer aan denken als ik langs die huisjes loop”. Twents erfgoed Het kabouterboshuisje is lokaal bekend onder de naam ‘het saunahuisje van Laan’. Een grapje, zegt Morskieft. “Het was geen sauna, maar het badhuis van Willem Frederik Jan Laan, de laatste bewoner van Huis Singraven”. Die overleed kinderloos in 1966 en gaf het landgoed in eigendom van een stichting die waakt over fraai Twents erfgoed en net zo fraaie Twentse natuurgebieden. Laan had één voorwaarde voor die overdracht: zijn aanpassingen aan het landgoed moesten behouden blijven. Zoals die eerdergenoemde neoclassicistische voorgevel, het arboretum en de stijlkamers in Lodewijk XV- en Lodewijk XVI-stijl. Beide zijn ingericht met veel kunst en antiek. Bij elkaar verzameld door Laan, een fervent kunstliefhebber. Grote gracht Eerst een stukje geschiedenis. Singraven is een landgoed vlakbij Denekamp. 500 hectare groot. Het gelijknamige huis omvat een koetshuis, een aantal boerderijen en iets verderop een watermolen. Het Huis ligt verstopt in een lus van de Dinkel. De eerste bewoners beschouwen dat riviertje als een gracht. Vandaar de naam: Singraven betekent ‘grote gracht’. De naam duikt voor het eerst op in 1381. Als agrarisch boerenhofstede ‘Hof ten Singraven’, vertelt Morskieft. Die boerenhofstede is eigendom van de bisschop van Utrecht die het uitleent aan derden. Een tijdje fungeert het als onderkomen voor Oldenzaalse begijnen. Alleenstaande vrouwen, geen nonnen. Wel leven ze heel kuis, vroom en teruggetrokken. Lang hebben ze daar niet mogen bivakkeren. In 1398 komt het huis in bezit van een voorname familie die de hofstede versterkt tot havezate. Je begint de wandeling over Landgoed Singraven bij de Kasteellaan “ “ 24
Op pad met... Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Tachtigjarige Oorlog In 1651 wordt het huis gesloopt en herbouwd. Waarschijnlijk heeft het flink wat butsen opgelopen tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In het katholieke Twente –strategisch gelegen op de route naar belangrijke Duitse handelssteden– liggen de Spanjaarden meer dan herhaaldelijk overhoop met de troepen van de opstandige Republiek. De katholieke bevolking blijft de Spanjaarden lang trouw en dat moeten de Twentenaren flink bezuren. Leonard Anthony Springer Na de wederopbouw komt Huis Singraven via vererving in handen van verschillende welgestelden. In 1829 neemt de familie Roessingh Udink het landgoed over. Die geeft het opnieuw een grote beurt. De resultaten daarvan zie je nog steeds. Morskieft: “De gevel gaat vier meter naar voren en een serie bouwhuizen aan de voorkant tegen de grond, want ja, zonde van het uitzicht, en die prachtige oprijlaan komt er”. Het arboretum en het park wordt aangelegd onder auspiciën van Willem Frederik Jan Laan, de heer van het saunahuisje. Geassisteerd door Leonard Anthony Springer, de nestor van de Nederlandse tuinarchitectuur. Bekend vanwege zijn Engelse landschapsstijl. Slingerende paden, kronkelende waterpartijen en kunstmatige hoogteverschillen met overal leuke doorkijkjes. Dichter bij het huis zie je een meer formele stijl. Opgesierd met verschillende beelden. Watermolen Na de wandeling even een koffietje met krentenwegge. In het restaurant bij de watermolen. “Die maakt al sinds 1448 deel uit van het landgoed”, vertelt Morskieft. Deze bestaat uit een oliemolen, korenmolen en zaagmolen. De laatste twee zijn nog in bedrijf. “Je kunt daar je eigen hout laten zagen”. De watermolen is de laatste watergedreven onderslag houtzaagmolen van ons land, ja, dat is een hele mond vol. “Het rad vult zich niet bovenaf met water, maar wordt door de natuurlijke stroming De neoclassicistische voorgevel moest behouden blijven “ “ 25 buitenstate.nl
van een rivier onderaan in beweging gezet”. In dit geval door de Dinkel die onlosmakelijk met het landgoed is verbonden. “Dat natuurriviertje ontspringt in het Duitse plaatsje Holtwyck. Komt bij Losser ons land binnen om na een eigenzinnig meandertochtje van 46 kilometer bij Lattrop ons land weer te verlaten”. Meindert Hobbema en Jacob van Ruisdael Het uitzicht op de molen is fantastisch. Al dat zachte watervalgeruis op de achterkant werkt bijna te rustgevend. Ook schilders hebben zich eeuwen geleden door de molen laten inspireren. Morskieft noemt Meindert Hobbema en diens leermeester Jacob van Ruisdael. Beiden zijn verkikkerd op de watermolen. Om die watermolenschilderijen te bekijken moet je een reisje maken naar London (The National Gallery), Parijs (Louvre), Ottowa, Minneapolis of Straatsburg. Maar wacht even, dat schilderij dat binnen hangt dan? “Dat is een kopie van het schilderij van Hobbema dat je in het Louvre kunt bekijken”. Kale boerderijen Vanaf de molens kun je twee kanten op wandelen. Morskieft kiest resoluut voor linksaf. Langs oude boerderijen staan nieuwe huizen. Die zorgen voor inkomsten. “Het onderhoud van een landgoed als Singraven kun je niet langer bekostigen op de oude manier. Met alleen bosbouw en verpachte landbouwgrond”. De nieuwe woningen ‘draaien’ op groene stroom, opgewekt door een waterkrachtvijzel, ook bij de molen. Je kunt de oudere en nieuwe huizen al van verre van elkaar onderscheiden. “Oude boerderijen hadden een erfbos. Hakhout voor vertimmering en uitbreiding. Maar ook voor het maken van meubels. Een kale boerderij is geen echte boerderij”. Stiepeltekens Opvallend zijn de stiepeltekens op de oude boerderijen. Ze zijn met een mes of guts uitgesneden in het eikenhout van de stiepel, de middelste deurpost. Een zandloper en kruisvorm zie je het meest. Onheil afwerende symbolen die de boerderij moeten beschermen tegen bliksem (‘grommelschoer’), brand, witte wieven en andere geesten. Op de nok van de boerderijen zie je geveltekens. Morskieft: “Die houten versiersels kun je al van veraf boven het dak zien uitpunten”. Ook hier verschillende typen. Hij herkent een donderbaard. Een gestileerde plantvorm, ook bedoeld om bliksem en toverij 26
Op pad met... Buitenstate Magazine 2026 | 2027 buiten de deur te houden. Verderop op een ander uilenbord ziet hij paardenkoppen: “Die kijken naar elkaar toe of van elkaar af. Ze zijn een verwijzing naar een oud Saksisch tweelingmotief dat staat voor bescherming en verbondenheid en nog altijd voortleeft in het wapen van Twente”. Geloof, hoop en liefde Na de opkomst van het christendom ruilen de bewoners die heidense tekens in voor religieuze symbolen. Een kruis, anker en hart staan samen voor geloof, hoop en liefde. Een zonnerad verbeeldt Christus. “Je kunt aan die symbolen de religie van de bewoners aflezen. Een kruis met kelk en hostie is typisch katholiek. Een lelie protestants. Aan een vaasmotief kun je aflezen dat er een rijkere boer woonde. Zo’n vaas is meer gericht op decoratie dan op directe symboliek”. Die enorme bomen, die stralen gewoon een soort rust uit “ “ 27 buitenstate.nl
Eiken Vanuit het restaurant bij de molen kun je ook de andere kant op lopen. Daar wacht een mooie laan met dikke eeuwenoude eiken. Morskieft: “Mijn favoriete wandeling”. Die enorme bomen, die stralen gewoon een soort rust uit, zegt hij. “Je voelt gewoon dat ze van alles hebben gezien en meegemaakt. Ze staan daar al jaren en doen je realiseren dat je maar een klein onderdeeltje bent van de tijd. Dan denk ik wel eens, ja, waar maak ik mij nu zo druk om. Er zijn slechts een paar dingen echt belangrijk in je leven. De rest komt en gaat”. Schuivenhuisje Verderop wacht een bruggetje. Want kijk, daar heb je die dekselse Dinkel weer. Die meandert op het landgoed de hele tijd achter je aan. “Het is precies een riviertje dat je in je fantasie zou tekenen. Eén van de enige Nederlandse riviertjes ook die op natuurlijke wijze door het landschap kronkelt”. Iets verderop kruist de Dinkel het AlmeloNordhornkanaal. Daar staat het Schuivenhuisje. Een rijksmonument gebouwd in 1897. Een merkwaardig smal gebouw, vijftien meter lang. Het woord huisje lijkt dan ook een tikkie misplaatst. Erin huist een stuw met een schuivenconstructie. Morskieft: “Door het ophalen van de stalen schuwen bleef de waterstand van het kanaal op peil. Met behulp van het water uit de Dinkel. Om te voorkomen dat het kanaal droog kwam te liggen en de scheepvaart dus letterlijk vastliep”. Het Schuivenhuisje verliest in 1960 zijn functie als het kanaal wordt afgesloten voor de scheepvaart. “Het blijf echt een prachtig plek”. 28
Op pad met... Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Sterrenbos Een tunnel. Onder de provinciale weg tussen Oldenzaal en Denenkamp. Even doorlopen en daar wacht het sterrenbos. “Vanuit een drone heeft het bos net de vorm van een ster”. Er staan vooral beuken. Aan het einde van het Sterrenbos wacht een restaurant met dezelfde naam. Maar kom, verder wandelen. Over zandpaden richting het buurtschap Volthe. Door een licht glooiend weilandenlandschap omzoomd door houtwallen. “Onderweg zie je prachtige oude boerenhoeven en passeer je het Voltherbroek, een moerasbos vol loofbomen en vochtig grasland, bekend om zijn broedende houtsnippen”. Slangenbastesdoorn en sneeuwvlokkenboom Terug op het landgoed moet je toch echt even een kijkje nemen in het arboretum, tipt Morskieft. Een botanische tuin gespecialiseerd in bomen. Laan verzamelt bomen; hij is boomdeskundige, net zoals zijn tuinarchitect Springer. In het arboretum vind je veel bijzondere soorten. Van elke boom een exemplaar. Liefhebbers herkennen direct de slangenbastesdoorn en sneeuwvlokkenboom. Verder zijn er uit de hele wereld zeldzame coniferen en naaldbomen en enkele giga zomereiken. Eentje heeft een omtrek van meer dan 5,4 meter. Ree als dagstart Op het landgoed zijn genoeg plekken om te zitten en van het uitzicht te genieten. Maar het is vooral een landgoed om te wandelen en te fietsen, zegt Morskieft. Dat doet hij zelf ook geregeld. Vanuit zijn woonplaats Berghum bij Denekamp op weg naar zijn kantoor in Ootmarsum. Vooral zomers in de ochtend, och man, wat mooi. Zo rustig is het dan nog. “Dan kan ik me echt goed opladen. Als ik dan ineens een ree zie lopen, tegen een bosrand aan, ja, dan kan mijn dag niet mooier beginnen”. 29 buitenstate.nl
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen Het staat verscholen in een hoekje van een kasteelpark. Een oude timmerwerkplaats die is verbouwd tot een fijn huisje voor twee. Omringd door koninklijke taxusdecoraties en weelderige veldboeketten. Jurn en Ietje Wingelaar over wonen in een kasteeltuin. “Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”. 30
Mijn buitenleven Buitenstate Magazine 2026 | 2027 In de tuin van het Witte Huisje staat een zevenstammige kastanjeboom. “Die heeft mijn buurman Cees zelf nog in een potje opgekweekt toen hij een jongetje van zes was”, vertelt Jurn Wingelaar. “Wanneer zijn opa en oma in 1958 in het huisje gaan wonen, willen ze een boom in de tuin. Dat is deze kastanje, meegegroeid met de tijd en eigenlijk alleen maar mooier geworden”. Kippen als krakers Dat mooi meegroeien geldt ook voor Het Witte Huisje in Renswoude zoals iedereen dat tot in de verre omgeving kent. Oorspronkelijk een timmerwerkplaats, gebouwd in 1859, verstopt in een hoekje van het park van Kasteel Renswoude. Na WO II blijft de werkplaats ongebruikt. De timmerman hamert en zaagt voortaan in een ruimte van de kasteelboerderij waar hij ook woont. In het Witte Huisje wonen krakers: varkens en later kippen. Na een fikse verbouwing maken die plaats voor de gepensioneerde timmerman en zijn vrouw. De kippen blijven, maar dan in een ren naast het huis. Ontlastingbogen Kleinzoon Cees, intussen negentig, schildert het hele huis voor zijn grootouders wit. Met uitzondering van de ontlastingbogen, siermetselwerk dat boven de ramen en deuren het gewicht van de gevel opvangt en naar de zijkanten afvoert. “Die bogen verft hij ossenbloedrood”, vertelt Jurn. Een kleur die je veel ziet op boerderijen en historische panden in de Gelderse Vallei. Maar dan vooral op deuren, luiken en kozijnen. Of op witgekalkte gevels, vaak in combinatie met grachtengroen. Het geeft het huis een olijk gezicht. Alsof de ramen en deuren wenkbrauwen dragen. Die bogen verft hij ossenbloedrood “ “ 31 buitenstate.nl Jurn en Ietje
Overwoekerd In 1995 krijgt het huisje een tweede upgrade. Met het idee dat te verhuren aan studenten. Die hebben er nooit gewoond. Wel een violiste, huisarts en een echtpaar: een erfgoedhovenier en tuin- en landschapsarchitect. In 2017 ziet Jurn het huis op Funda voorbijkomen. Hij is direct van de leg. Zijn vrouw Ietje reageert minder enthousiast. Zij moet wennen aan die rare ossenbloedrode gevelboogjes boven de ramen, vertelt zij. Maar ja, die tuin. 2250 vierkante meter. Wat een feest. Zij houdt van tuinieren, hij houdt van verbouwen en klussen. Allebei houden ze van uitdagingen. En die zijn er volop. De ooit te prachtige tuin en moestuin zijn totaal verwaarloosd. Overwoekerd door onkruid. Ook het huisje zelf ‘dient gemoderniseerd te worden’ zoals dat in makelaarstaal heet. Oude hollen Jurn en Ietje wrijven in hun handen. Zij is van beroep grafisch ontwerper en werkt als digitaal illustrator in een ziekenhuis. Hij is zelfstandig kwaliteitsmanagementsysteemconsultant. Een Scrabble-woord met gigantische woordwaarde. “Ik adviseer bedrijven hoe ze hun processen goed moeten inrichten”. Het resultaat van hun kloeke klusbeurt mag er zijn. Zo hebben ze de bovenetage opnieuw ingedeeld en voorzien van modern sanitair. Jurn: “Dit was ooit de hooizolder. Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”. Op het dak liggen oude hollen, vertelt hij. Handgemaakte kleipannen die niet altijd even goed op elkaar aansluiten. “We hebben er zo’n 500 vervangen. Bij elke wissel maakten we vier andere kapot”. Siermetselwerk Er zijn nog wat dingetjes. De muren blijken vochtig. Er is geen ventilatie. Ook krijgt het Witte Huisje een nieuwe keuken in country-livingstijl. Op de vloer liggen vijftig jaar oude terracotta plavuizen. Ooit geglazuurd. “Hoe we die ook dweilden, er bleef zwart water van de vloer komen”, vertelt Jurn. Daarom hebben ze vorig voorjaar de hele vloer eruit gehaald, en ja, als je toch bezig bent, dan ook maar vloerverwarming aanleggen. Ook de buitenkant kwast hij weer witter dan wit. Bijzonder is het metselvlechtwerk. “Dat zag je in de 19e eeuw vooral in steden. Als je goede sier wilde maken”. Die trend waaide over naar het platteland. Op landhuizen, statige boerderijen en andere voorname gebouwen. “Het is vrij ongewoon op een schuur of werkplaats”. Bij de muurankers zie je eveneens versieringen. “Heel frivool om dat bij een werkplaats te doen”. 32
Mijn buitenleven Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Grebbelinie In de west- en voorgevel van het huis vind je flinke butsen en kogelinslagen. Renswoude ligt in wat heet de Grebbelinie. Die naam is onlosmakelijk verbonden aan WO II. De verdedigingslinie is aangelegd in 1744 en bestaat uit een lint van 60 kilometer forten, kazematten en stellingen. De linie moet ons land verdedigen na de inval van de Duitsers in mei 1940. Nadat ons land capituleert, ontmantelen de Duitsers de stellingen. Aan het einde van de oorlog krijgen ze een hernieuwde interesse in de linie. Om die zelf in te zetten. Rondom Renswoude is dan ook veel gevochten, sterker, het Witte Huisje ligt soms letterlijk in de vuurlinie. “Cees vertelde me”, zegt Jurn, “dat ze met de hele familie in de kelder zaten. Links van de tuin lagen Duitsers in een sloot, rechts Canadezen. De kogels vlogen heen en weer door de tuin”. De happen uit de gevel komen niet door voltreffers uit een Sten Gun of Sturmgewehr, maar lijken eerder op schampschoten uit vliegtuigen. Bommen en granaten verwoestten wel de broeikassen en kweekbakken in de moestuin. Net zoals de houtloods ietsje verderop van het Witte Huisje. Aan de zuidkant van de tuinmuur staat in 1999 een bouwvallige houten schuur. De gemeente geeft toestemming die af te breken. Er mag aan de noordkant een nieuwe komen. Met carport. Maar die laat op zich wachten. In 2012 wordt de vergunning aangepast tot “het winddicht maken van de schuur”. Een formulering die ruimte biedt voor meer dan zomaar een schuur. De vorige bewoners besluiten een houten kantoor te bouwen. Ietje en Jurn maken daar een tuinhuis van. Met badkamer en toilet, bijkeuken en slaapplek. Midden tussen zonnehoeden, crocosmia en vleugeltjesbloemen. Er zijn slechtere plekken om wakker te worden. Konijnonvriendelijk Voor de inrichting van de tuin krijgen ze vrij spel, vertelt Ietje. Zolang die maar aansluit bij de stijl van het kasteelpark. Wat blijft is de buxushaag aan weerszijden van het voordeurpad en vorstelijk gesnoeide grote taxusvormen. Voor de rest is het experimenteren, vertelt Ietje. Je moet zoeken naar planten die willen groeien op zand, echt wit zand. Die onder een boom willen en in de regenschaduw van een muur kunnen staan. En die konijnen ook niet lekker vinden. Ietje: “Die eten echt in een dag je hele tuin leeg. Wanneer ze dat doen in het voorjaar, ben je voor de rest van het jaar klaar”. 33 buitenstate.nl
Purperbruine zilverkaars Ze hebben de afgelopen jaren duizenden planten in de grond gestopt. Hoge planten vooral. Ietje: “Je moet niet kunnen zien wat verderop in de tuin ligt, maar die echt willen ontdekken. Om te onderzoeken wat je allemaal nog meer tegenkomt”. Het resultaat is prachtig. Vanaf het voorjaar zie je borders vol kleuren tot zomaar anderhalve meter hoog. Anemonen, staalblauwe kruisdistel, roze-paarse leverkruid en purper monnikspeper. Verderop verschillende veronicastrums, te herkennen aan hun lange bloemaren. Ietje wijst naar thalictrums in lila, roze, geel en wit, met blauwgroene of gemarmerde bladeren. Ook de schaduwtuin is een lusthof van kleuren, vormen en geuren. Van hosta’s met grote frisgroene en geelgerande bladeren en bosgroene varens tot groene en purperbruine zilverkaars met witte en aarvormige pluimen. Niet te veel in keurige clubjes bijeen, maar lekker door elkaar. Net zoals in de natuur. “Daar zoeken planten ook hun eigen weg”. Dan, terwijl ze om haar heen kijkt: “Dat je op slechte condities gewoon iets moois kunt maken, ja, dat vind ik best wel bijzonder”. Kweekbakken Van de originele moestuin is slechts eentiende over. Oorspronkelijk ligt die zo dicht mogelijk bij de keuken van het kasteel. Later verhuist die naar buiten de slotgracht. Ommuurd en met verwarmde kassen. Het overgrote deel bestaat uit een boomgaard. Van de ooit drie lange kweekbakken is eentje overgebleven. Ietje: “Spinazie, cavala nero en vooral asperges doen het erin erg goed”. Door de moestuin en boomgaard loopt in 1774 een ‘laantje’ dat bestaat uit vijf rijen eikenbomen. Gekapt aan het begin van de vorige eeuw, maar 21 jaar geleden hersteld en vierrijig herplant. De tuinmuur bestaat al in 1818 en is daarmee nog ouder dan het Witte Huis zelf, zegt Jurn. Het overgrote deel is omgevallen en wordt herbouwd door de Stichting Het Utrechts Landschap. Die beheert ook het westelijk restant. Langs die bejaarde tuinmuur 34
Mijn buitenleven Buitenstate Magazine 2026 | 2027 staan fruitbomen met vergeten rassen. Peren en pruimen. Daar staat ook een veranda waar je tot laat van de zon kan genieten. Voor je een eindeloos uitzicht over weilanden met schapen, achter je een park met een kasteel. Nee, echt koninklijker wordt het niet. 35 buitenstate.nl
36
Mijn buitenleven Buitenstate Magazine 2026 | 2027 Een wandeling Door het kasteelpark en naar het kasteel zelf. Jurn vertelt over Renswoude. Tot het midden van de 17e eeuw is dat niet meer dan een verzameling boerderijen. Gelegen op een iets hogere zandrug in de Gelderse Vallei. Daar is het nat en drassig, niet uitnodigend. In 1637 ‘promoveert’ Renswoude tot een heerlijkheid. Dat woord doet denken aan arcadische landschappen en hoorns des overvloeds, maar betekent niks meer dan een juridisch systeem. Eigen privileges. Als het gaat om rechtspraak, belastingheffing en benoeming van bestuurders. Noem het een soort mini-koninkrijkje. En die macht vraagt om een kasteel. Dat komt er ook in 1650: Kasteel Renswoude. Bewoond door de adellijke familie Van Reede. Torens, bruine stenen en rode luifels aan de voorkant, wit gepleisterd aan de achterkant. Opgetrokken in classicistische stijl, waarschijnlijk gebouwd op de fundamenten van een middeleeuwse ridderhofdstad. Omringd door een gracht die overgaat in een vijver. Begin 1800 werken er 250 mensen uit het dorp. Dan is het in handen van de familie Taets van Amerongen. Die voorziet het kasteel van een trap met bordes om het een nog meer koninklijk tintje te geven. De vermaarde landschapsarchitect Johann David Zocher krijgt de opdracht het park de looks van een Engelse landschapsstijl te geven. Met een 700 meter lang grand canal. Alle renaissancistische elementen moeten de tuin uit. Om plaats te maken voor een vijver met bergjes en paden volgens een ganzenvoetstructuur. Dat is van bovenaf gezien een voet met een aantal tenen die uitwaaieren vanuit een centraal punt zodat je vanuit elke wandelhoek zicht op het kasteel behoudt. Vandaag kent het kasteel meerdere bewoners die er een appartement huren. 37 buitenstate.nl
www.buitenstate.nlRkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=