Doos-in-een-doos Voor de deel kiest hij voor een doos-in-een-doos constructie. Met de hooizoldervloer als plafond. Als hij daar voor het eerst komt, weet hij niet wat hij ziet. Een groot web van spinrag, bewoond door ontelbare spinnen, met eronder ratten en muizen, levend en dood. Overal is stof. Duidelijk: “Daar was de afgelopen eeuw echt niemand geweest”. De vloer is een soort badkuip, met een hoogteverschil van zestig centimeter. “Die hebben we vervangen door een geheel nieuwe vloer van stevige balken”. Elke balk weegt 350 kilo. Die gaan stuk voor stuk met een hijskraan omhoog. Bij elkaar 800 strekkende meter. Incluis biologische vlasisolatie. “De hele deel stond aan de nok toe vol”. Krommerds Het dakskelet van de boerderij is prachtig. Vooral door de zogeheten krommerds. Natuurlijk gebogen balken uit eigen bos die dienstdoen als schuine schoren. Gehakt met de hand met een dissel. Vandaar de onregelmatige happen uit het hout. Ze geven de dakconstructie een organisch en robuust uiterlijk. “Die dragende zware eikenhouten balken noem je het ankerbalkgebint”, wijst Groen. Een enorm lange balk, de ankerbalk, steekt horizontaal door de verticale stijlen heen, vastgezet met houten toogpennen. “Om het dak stabiliteit tegen storm en harde wind te geven”. Strodokken Onder de dakpannen zie je strodokken. Vlechtwerkjes van roggestro. Dat binden de boeren vroeger met wilgentenen aan de houten latten. Om stuifsneeuw en slagregen tegen te houden. Dakpannen komen pas veel later op het dak. Groen: “Omdat de oorspronkelijke dakconstructie daar vaak niet op berekend was, gebruikten ze extra steunbalken of dikke sporen om het gewicht van de zware panlatten en dakpannen te dragen”. Egelantiersrozen De vorige bewoners hebben een prachtige tuin aangelegd. Op elk moment van het jaar zie je daarin andere kleuren. Magentaroze prikneusbloemen. Wilde geraniums, paarsroze en zacht lila. Helderpaarse kattenstaarten, zachtroze egelantiersrozen en citroengele teunisbloemen. “Je moet je voorstellen. Dit was jarenlang kaal. Een boer houdt zich bezig met zijn land, niet met een tuin”. Moderne technologie De vorige bewoonster leeft nog. Nadat haar partner overlijdt, blijft zij nog zeven jaar in de Oude Kuper wonen, totdat dat echt niet meer gaat. Zij is 83 en woont vlakbij. “Zij kwam een maand na de verbouwing kijken en barste echt in huilen uit. Ze zegt: “Jullie hebben het gewoon hetzelfde gelaten. Natuurlijk zijn er dingen veranderd, dat voel ik, maar ik zie het niet”. Dat is ook wat je met monumentale boerderijen moet doen, vindt Groen. Het oude karakter bewaren met moderne technologie, goede materialen en duurzame energie. “Een boerderij van 300 jaar is in de basis al de ultieme vorm van duurzaamheid. We hebben die klaargemaakt voor de volgende eeuw”. 12
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=