VITALITEIT Symposium e-zine juni | 2026 VAN ZORG EN ZIEKTE NAAR in 2040 in het licht GEZONDE LEEFSTIJL Mbo-professionals stille kracht onder onze samenleving: 'Zij staan het dichtst bij mensen en gemeenschappen en maken het verschil in preventie, signalering en het versterken van collectieve veerkracht'
2 Verslag van het Symposium 2026 'Het mbo beweegt snel mee met wat de toekomst vraagt' Voorwoord | Kerngroep ZWS Reportage | Symposium Column | Nico van Meeteren 3 4 12 'Betere verbinding tussen preventie, zorgtechnologie, sociaal werk, sport en leefstijl is essentieel' Inhoud 2023 2024 14 Uitgelicht | Skillsgericht opleiden & 5 andere masterclasses Expositie | Onzichtbaar maar onmisbaar Verzorgenden IG: 'hun kennis beter herkennen en benutten begint al in de opleiding' Interview | Carla Kolner 'Hoe maak je preventie rechtvaardiger, zodat mensen in kwetsbare posities er ook wat aan hebben?' 20 24 Zo vind je de juiste mensen voor de juiste baan
3 Fijn dat je het e-zine bekijkt van ons symposium van de Bedrijfstakgroep Zorg, Welzijn en Sport, met als thema verduurzamen van de innovatie. In dit e-zine nemen we je mee in de transitie die de arbeidsmarkt in deze sector doormaakt, gericht op gezonde burgers in een vitale samenleving in 2040. Het mbo speelt hierin een belangrijke rol. Het symposium van 26 maart 2026 was het vierde op rij en stond opnieuw in het teken van samen leren en ontwikkelen. Deze transitie draait om de missies van VWS rond gezondheid en zorg. Voor ons zijn drie doelen leidend: +5 → in 2040 leven Nederlanders minstens vijf jaar langer in goede gezondheid; -30 → gezondheidsverschillen tussen sociaaleconomische groepen nemen met 30% af; 1 op de 6 → het aandeel werkenden in zorg en welzijn blijft gelijk en groeit niet verder. Om dit te bereiken, is een verschuiving nodig van zorg en ziekte naar gezondheid en gedrag. Betere verbinding tussen preventie, zorgtechnologie, sociaal werk, sport en leefstijl is daarbij essentieel. In dit e-zine vind je onder meer de keynote van Carla Kolner, die pleit voor een bredere en rechtvaardigere kijk op preventie. Ook delen inleiders hun inzichten uit de masterclasses en is er aandacht voor de expositie over de kracht van de verzorgende IG. Veel leesplezier! Kerngroep btg ZWS Beste lezer, Er is een verschuiving nodig van zorg en ziekte naar gezonde leefstijl 2025 2026 2027 Harrie Bemelmans (Nova College), Rianne Donkers (Rijn IJssel), Ronald Klomp (Scalda), Ilse Lenders (Vista College), Berry Lodder (Aventus), Anke Visser (MBO Amersfoort), Omar Ramadan (Talland College), Paul de Rook (MBO Amersfoort), Gabriella Timmer (da Vinci college).
4 Het vierde symposium van de bedrijfstakgroep Zorg, Welzijn en Sport ‘Vitaliteit in 2040 in het licht’, gaat de boeken in als een inspirerende, afwisselende, enthousiasmerende editie die velen van ons aan het denken zette. Donderdag 26 maart 2026 9.30 uur, Akoesticum, Ede reportage
ZWS-opleiders en andere genodigden uit het hele land zoeken een plekje in de langgerekte welkomstruimte van het Akoesticum. Het ‘Huis voor een nieuw geluid’ doet op meerdere manieren zijn naam eer aan. Via de afwisselende pianoklanken van prijswinnend pianist en arrangeur Colijn Buis bijvoorbeeld. En minstens zo fraai, maar meer symbolisch, in de indringende foto-expositie 'Onzichtbaar maar onmisbaar: Verzorgenden IG in Beeld’; het fotoproject van VUonderzoekers Kim van Erp, Marieke van Wieringen en fotograaf John van Hamond, maar daarover later meer op pagina 20.
6 Toenemend, stijgend, nijpend Door naar het auditorium waar René Immers, beleidsadviseur van de btg ZWS, iedereen welkom heet en het belang van een gezonder, vitaler Nederland benadrukt. “Als bedrijfstakgroep hebben we ons aangesloten bij de VWS-missies dat in 2040 Nederlanders ten minste vijf jaar langer in goede gezondheid leven, en dat de sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste inkomensgroepen met 30% zijn afgenomen. Dit alles ‘in het licht’ van de toenemende vergrijzing, stijgende levensverwachting en het nijpende tekort aan zorgpersoneel. Momenteel werkt 1 op 6 van de werkenden in de ZWS-sector, in 2040 naar verwachting 1 op 4. Hier ligt een enorme uitdaging, en daar staan we vandaag op verschillende manieren bij stil, te beginnen met het verhaal van Carla Kolner, onze keynotespreker. Ik voorspel nu al: zij gaat de tongen losmaken.” 'Vitale mbomaken écht
professionals het verschil' 7 Vitaal Nederland in 2040: hoe dan? Daar is geen woord aan gelogen, zo blijkt, als Carla meteen de knuppel in het hoederhok gooit. “Streven naar een vitaal Nederland in 2040 is een prachtige missie, maar ik ben sceptisch over deze doelstelling. Leggen we de lat niet te hoog? Het preventiebeleid vanuit de publieke gezondheidszorg heeft de afgelopen 40 jaar zijn potentie niet benut. Het blijft trekken aan een dood paard, als we de oorzaken van ongezondheid niet écht aanpakken, door preventie aan te vliegen als kortstondige, standaard interventies. De remedie? Domein-overstijgende samenwerking rond rechtvaardige preventie in theorie en praktijk, met een cruciale rol voor ZWS-professionals.” Gezondheid als luxeproduct Na een rondje geleerde lessen uit haar beroepsmatige verleden (‘adviezen van bovenaf zijn, hoe goedbedoeld ook, vaak gericht op niet ziek worden en lang niet voor iedereen goed op te volgen), neemt Carla het publiek mee in haar promotieonderzoek. Hierin ontdekte ze dat preventie niet de mensen bereikt doe het 't hardst nodig hebben, maar de
8 groep die al ordentelijke levens leidt. “Kiezen voor gezondheid is een privilege, een luxeproduct. En preventie vaak een kwestie van taal, dus gedrag dat de levens van mensen en, vaak onbewust, ons eigen professionele handelingsperspectief beïnvloedt. Neem een term als ‘kwetsbaar’. Komt kwetsbaarheid van mensen voort uit het geen gezonde keuzes kunnen maken? Het aangaan van een gebrekkige interactie met de omgeving? Het onvermogen om betekenis te geven aan het leven in een individualiserende samenleving? Of is kwetsbaarheid simpelweg het gevolg van de ongelijke wereld waarin mensen ongelijk worden behandeld? In dit sociaal-politieke perspectief ligt de bal bij het systeem van waaruit preventie ‘hoog over’ ‘Neem verschil in preventieaanpak op in lesprogramma’ “Ik was me niet zo bewust van het verschil in preventieaanpak tussen zorg en welzijn en voel er wel wat voor om die visies in het lesprogramma op te nemen. In de nieuwe kwalificatiedossiers van onze opleidingen richten we ons al meer op preventie in de praktijk, vanuit het idee om mensen langer gezond dus vitaal te houden. In de manier waarop kunnen we, met het rechtvaardigheidsprincipe in het achterhoofd, wellicht nog mooie stappen zetten.” Yvonne Groot, onderwijsmanager MBO Amersfoort voor assisterende in de gezondheidszorg
‘Focus op duurzame inzetbaarheid’ "De opmerking van Carla dat iedereen recht heeft op een ongelijke behandeling om maatwerk te bieden, vond ik wel een mooie. Dat is ook heel belangrijk, zeker in onze geïndividualiseerde maatschappij. Wat ik meeneem uit de keynote is dat het loont om extra te focussen op duurzame inzetbaarheid. Zelf zou ik vanuit een gezonde nieuwsgierigheid kijken wat studenten en docenten beweegt en ze op de man of vrouw af vragen: waar word je nu écht gelukkig van?” Nienke van de Meulengraaf, Onderwijsmanager Sociaal Werk Koning Willem I College, domein Zorg en Welzijn 9 leven, uitgaat van de relatie, appelleert aan het sociale, morele en relationele en die vraagt om structurele oorzaken van ongelijkheid en ongezondheid aan te pakken. Pas dan kunnen we de vitale samenleving worden die we willen zijn, een weerbare maatschappij, duurzaam gestoeld op een sociale infrastructuur, waar mensen elkaar respectvol bejegenen, ook als ze niet op elkaar lijken.” Meer contactleggingskunde Die gezonde, vitale samenleving heeft een flinke portie wanorde nodig, vindt Kolner, daarbij geïnspireerd door het wordt benaderd. Preventie moet juist worden ingebed in het alledaagse leven.” Preventie als excuustruus En in dat alledaagse leven, stelt Kolner, geloven we in meer dan individuele verantwoordelijkheid, laten we zaken niet eindeloos op hun beloop totdat er iets naars gebeurt en geven we niet alleen sloten geld uit aan crisisinterventies. “We zijn allesbehalve voorbereid om langdurig en met vooruitziende blik in preventie te investeren. Vooral niet in het sociaal domein. Overal werken bevlogen professionals en burgers energiek samen aan betere wijken, betere levens, dus een rechtvaardige samenleving. En overal stuiten ze op remmende systemen, ontoereikende wetten en financiële middelen, soms onrechtvaardige regels en veel, heel veel goede bedoelingen. Alle belemmeringen en voortdurende bezuinigingen in het sociaal domein, maken interprofessioneel samenwerken erg lastig. Waar preventie moet bijdragen aan sociale rechtvaardigheid, is het een excuustruus, een toverwoord voor bestuurders om daadkracht uit te stralen, meestal als het kwaad al is geschied. Daarom pleit ik voor rechtvaardige preventie die zich afspeelt in het dagelijkse
10 grote veranderingen in het dagelijks leven van mensen. Dat vergt tijd, geduld, vakmanschap en vooral: contactleggingskunde. Alles wat nodig is om die rechtvaardige samenleving via verbindende samenwerking van de grond te tillen.” Confrontatie, confrontatie, confrontatie Voor die samenwerking, waarbij de nu nog aparte werelden van gezondheidsen welzijnslogica samen de taal van rechtvaardige preventie moeten ontwikkelen (lees vooral het interview met Carla op pagina 24), zijn verwondering en gepaste verontwaardiging nodig. “Verwondering is de basis van alles. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat organisaties van divers pluimage samen ingewikkelde problemen voorkomen en tijdig oplossen, vanuit een groter en gedeeld belang. Gepaste verontwaardiging is nodig als kansen op samenwerking onnodig teniet worden gedaan. Beide gemoedsboek Antifragiel. Dingen die baat hebben bij wanorde (2011) van filosoof Nassim Nicholas Taleb. “Wie wanorde en chaos aankunnen of overleven, worden weerbaar en vitaal. Niet zij die hun leven tot in detail uitstippelen, van slag raken als het niet loopt als gepland. Soms is een paradigmaverandering nodig om de grondoorzaken van onrecht en gezondheidsverschillen op te sporen en nieuw beleid te maken om de zo gewenste sociale basis te creëren waar de mbo-studenten zorg, welzijn en sport en bewegen van nu en morgen met hoofd, hart en handen het verschil kunnen maken. Niet voor niets kiezen ze voor hun opleiding. Ze willen ertoe doen, bijdragen aan een betere wereld door die hardnekkige thuiszitter in beweging te krijgen of dat bewonersgroepje te helpen bij het opstellen van een brief aan de gemeente. Dit soort minuscule stappen kunnen op termijn leiden tot ‘Ik hou ook wel van een beetje chaos’ "Carla’s opmerking over dat chaos mensen weerbaarder maakt om met veranderingen om te gaan, vond ik een eyeopener. Zelf hou ik wel van een beetje chaos, van het zoeken naar andere mogelijkheden. In het onderwijs werken we volgens strikte kaders en vaste tijden. Mij lijkt het goed om dingen soms anders te doen. Misschien daag ik binnenkort mijn studenten uit door onaangekondigd hun rooster een dag lang helemaal om te gooien. Ben benieuwd wat die chaos oplevert!” Margreet Knops-Bak, Domeinleider Verpleegkunde en Gezondheidstechnische beroepen, ROC Da Vinci College
11 ‘Een mooi, ander verhaal over vitaliteit’ “Carla vertelde echt een mooi, ook wel ander verhaal over vitaliteit. En dan vooral over dat we als ZWSprofessionals uitdagingen op zorggebied niet alleen vanuit zorg maar ook vanuit welzijn moeten aanvliegen, en daar de omgeving bij moeten betrekken. Als practor haal ik het beste uit mijn werk door onderwijs, onderzoek en praktijk - dus meerdere werelden – te combineren. Dat maakt haar boodschap herkenbaar en is tegelijkertijd een oproep om te zien waar ik zelf nog winst kan boeken.” Anne-Mie Sponselee, practor Samen Slim Zorgen bij Summa Zorg, Welzijn & Sport toestanden vragen naast bijzondere eigenschappen en vaardigheden vooral om oefening, oefening, oefening, confrontatie, confrontatie, confrontatie. En om het goed kunnen signaleren, adresseren, en kritisch en reflectief denken. Aan onderwijsinstellingen de taak om verwondering en verontwaardiging bij hun studenten te laten ontstaan, door ze nieuwsgierigheid, echte betrokkenheid, empathie, moed, lef en een moreel kompas bij te brengen. Mijn afsluitende tip voor jullie allemaal luidt dan ook: leid rechtvaardige professionals op die grenzen durven te verleggen, leer ze onrecht te zien en daarnaar te handelen, investeer in de kracht van relaties - hoe complex ook, en zorg dat ze over hun eigen schutting kijken. Dan worden, zijn en blijven ze écht vitaal.”
12 Sommige bijeenkomsten blijven hangen – dit symposium was er zo één. Niet alleen door de inhoud en energie, maar vooral door het besef dat de opgave rond vitaliteit vraagt om een fundamenteel andere manier van denken en doen. Zoals Carla Kolner benadrukte: zonder een stevig sociaal en moreel fundament blijft preventie onvoldoende effectief. Wie vooruitkijkt naar 2040, ziet geen strikt gescheiden zorgsysteem meer. Gezondheid, preventie en welzijn lopen in elkaar over en vinden hun basis in de leefomgeving. Vitaliteit ontstaat in het dagelijks leven van mensen, gedragen 'Vitaliteit in 2040 begint vandaag – en ín het mbo' door samenwerking tussen publieke en private partners. Dat klinkt vertrouwd, maar vraagt om andere organisatie én opleiding. En precies daar komt het mbo voor mij steeds nadrukkelijker in beeld. Wat opvalt, is hoe vanzelfsprekend het mbo in elke regio verankerd is. Die landelijke dekking maakt het tot een natuurlijke kennispartner, midden in de praktijk. Juist dat is van grote waarde voor sterke regionale publiekprivate ecosystemen die maatschappelijke opgaven echt verder brengen. NICO VAN MEETEREN: column S Fotografie: Wim van den Broek
13 Tegelijkertijd is het mbo volop in ontwikkeling. Practoraten versterken de verbinding tussen onderwijs, praktijkgericht onderzoek en innovatie. Met aandacht voor interprofessioneel opleiden, gezondheid en gedrag, digitalisering en contextgericht werken, beweegt het mbo snel mee met wat de toekomst vraagt. Daarmee ontstaat precies de executiekracht die ons verder helpt: het vermogen om ideeën niet alleen te ontwikkelen, maar ze ook in de praktijk te brengen en op te schalen, met zichtbaar maatschappelijk en economisch rendement. Als Health Holland hebben we de afgelopen jaren, samen met partners, een sterk publiek-privaat innovatieecosysteem opgebouwd in de Life Sciences & Health-sector. Die kracht benutten we steeds beter en vertalen we naar concrete maatschappelijke én economische impact, van regionaal tot nationaal en internationaal. Dat vraagt om gerichte samenwerking, scherpe keuzes en professionals die ideeën omzetten in praktijk. Opnieuw kom je dan uit bij het mbo. Het helpt om afscheid te nemen van hiërarchisch denken in het onderwijs en opleidingen meer als een gelijkwaardige waaier te zien. Het mbo is daarbij vaak de drager van de dagelijkse praktijk. Juist deze professionals staan het dichtst bij mensen en gemeenschappen en maken het verschil in preventie, signalering en het versterken van collectieve veerkracht. In die zin is het mbo misschien wel de stille kracht onder onze samenleving. Tegelijkertijd vraagt dat ook om blijvende waardering en zichtbaarheid van deze beroepsgroepen – een les die tijdens het symposium opnieuw zichtbaar werd. Dat is niet alleen maatschappelijk relevant, maar ook economisch. Internationale inzichten laten zien dat investeren in gezondheid en de mensen daarachter direct bijdraagt aan brede welvaart en verdienvermogen. Juist daarom is de human capital-opgave cruciaal. De vraag is dus niet óf het mbo een rol speelt in de transitie van gezondheid en zorg, maar hoe we die rol nog beter benutten. Want wie het mbo serieus neemt, neemt de toekomst van onze vitaliteit serieus. En wat mij betreft: ik ben er volgend jaar graag weer bij. NICO VAN MEETEREN is algemeen directeur en secretarisgeneraal van de Topsector Life Sciences & Health (LSH), beter bekend als Health Holland. Van Meeteren is tevens hoogleraar Perioperatieve Gezondheid bij de afdeling Anesthesiologie van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
14 maar uitgelicht De krappe arbeidsmarkt vraagt, nee: roept, om slimme maatwerkoplossingen, willen we de almaar stijgende zorgvraag ook in de toekomst het hoofd bieden. Veel wordt verwacht van skillsgericht opleiden, werken en ontwikkelen. Wat daarvoor nodig is en hoe dat nu al uitpakt in de praktijk? Vertegenwoordigers van ActiZ, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en ’s Heeren Loo gaven tijdens hun masterclass tekst en uitleg. Wat ga je doen, wat heb je nodig en wat moet je nog ontwikkelen? MASTERCLASS SKILLSGERICHT OPLEIDEN
15 maar “Om de huidige situatie te duiden, moeten we weten waar we vandaan komen”, vertelt Tim Kind, senior beleidsadviseur bij ActiZ. “Lang geleden waren veel zorgorganisatie levensbeschouwelijk georganiseerd. Veel opleidingen werden in huis aangeboden, wat leidde tot fragmentatie en versplintering. Vanaf de jaren ‘90 vond een kentering plaats, en moest duidelijk worden wat mensen leerden. Vanuit een holistisch perspectief, met een diploma als bewijs. De Wet Educatie Beroepsonderwijs voorzag in de duidelijke wens om Z&W-opleidingen te structureren, met een duidelijke opsplitsing naar niveaus. In huis opleidingen werden uitgefaseerd en vormende elementen, zoals burgerschap, kregen een plek in de maatschappij, dus in de opleidingen.” Bekwaamheden centraal Wat Tims collega, senior adviseur Devie Rusch, brengt bij de belangrijkste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt anno nu. “Door de toename van het aantal ouderen nemen uitdagingen voor de zorg toe. Alleen al in de ActiZ-branche gaan de komende tien jaar 145.000 mensen met pensioen. Kijken we naar de arbeidsmarkt, dan zien we dat zijinstromers en herintreders samen zorgen voor een groot deel van de instroom. Met een gemiddelde uitstroom van 10,1% doen we het in vergelijking met andere sectoren, waar bijna 19% de sector verlaat, relatief goed. Mensen zijn honkvast. De dienstverlenende sector telt de meeste banen, waarbij mensen in die dienstverlenende beroepen vaak overlappende interesses, como Devie Rusch: Tim Kind: 'Alleen al in de ActiZ-branche gaan de komende tien jaar 145.000 mensen met pensioen' 'Om de huidige situatie te duiden, moeten we weten waar we vandaan komen'
16 maar petenties, kwaliteiten, dus de skills hebben om in de Z&W-sector te werken. Dat maakt (zij-)instroom relatief eenvoudig, zeker als je bedenkt dat niet langer het diploma maar steeds vaker bekwaamheden centraal staan.” Skills-gericht model Precies die skills-gerichte benadering helpt om de juiste mensen voor de juiste baan te vinden, al is het zoeken naar passende (financiële) waardering soms lastig, vertelt Quinten Fenmans, bestuurder VGN Academie van Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. “Tot vijf jaar geleden kwamen alle zij-instromers in de gehandicaptenzorg terecht in een studentenschaal. Dat is gecorrigeerd. Ben je gekwalificeerd voor de arbeidsmarkt en neem je enige vorm van ervaring mee, wat ook levenservaring kan zijn, dan worden zij-instromers een of twee schalen lager ingedeeld voor de functie waarvoor ze worden opgeleid. Om te waarderen wat ze meenemen, en om ze te stimuleren te werken aan nieuwe kennis en andere vaardigheden. In dit skillsgerichte model zijn ook de waarderingsnormen van zittende medewerkers meegenomen en is afgesproken hoe verschillende organisaties in, in dit geval de gehandicaptenzorg, ‘dezelfde taal’ spreken zodat we skills sectorbreed eenduidig beschrijven en valideren om de waarde van competenties zo goed en eerlijk mogelijk te bepalen.” Juiste plek, juiste ondersteuning Ramon de Groot, manager binnen de Academie van ’s Heeren Loo, weet als geen ander hoe het is om skillsgericht Ramon de Groot: Quinten Fenmans: 'Skills-gerichte benadering helpt om de juiste mensen voor de juiste baan te vinden' 'Ooit werkten we met 12 diploma’s. Had je er één van de 12, dan mocht je naar binnen'
17 maar op te (moeten) leiden, werken en ontwikkelen. “Elk jaar stromen gemiddeld zo’n 3.000 mensen bij ons in. Meer dan de helft komt uit een totaal andere branche en heeft een gemiddelde leeftijd van 35,6 jaar. Ooit werkten we met 12 diploma’s. Had je er één van de 12, dan mocht je naar binnen. Anders moest je naar school, 2, 3 soms wel 4 jaar. Ook al bracht je bakken vol ervaring mee. Tegelijkertijd klopten jongeren met een kwalificatie bij ons aan die totaal nog niet zo ver waren. Dat heeft ons doen beseffen om het over een andere boeg te gooien. Niet langer wilden we ons laten dwingen door het kwaliteits- of onderwijssysteem dat we zelf hadden opgetuigd, of alles ophangen aan specifieke diploma’s; het ging erom mensen op de juiste plek in te zetten via de juiste ondersteuning. En daar hebben we de afgelopen jaren keihard aan gewerkt. Met succes.” Want, zo stelt Ramon, bij ’s Heeren Loo is het niet ‘diploma = functie = beroep’, maar ‘wat ga je doen, wat heb je daarvoor nodig en wat moet je nog ontwikkelen? “We kijken eerst naar iemands talenten, levenservaring, wie hij of zij is. Dat is soms al genoeg. Zo niet, dan volgt persoonsgericht maatwerk, in de vorm van een onderwijsof certificaatroute, een interne training, of een coach. Mensen voelen zich hierdoor gehoord en gezien bij wat ze meebrengen en voor anderen willen betekenen. Met het dichttimmeren van systemen, zoals nu vaak gebeurt, lukt het ons niet om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het gaat er juist om hoe we samen acteren, op elkaar vertrouwen om talenten - jong, oud, ervaren en onervaren -, tot bloei te laten komen. Juist dan gebeuren de mooiste dingen.” creative design Sabine Schouten, facilitator bij het Koning Willem I College: "Hoe ziet het onderwijs eruit in 2040? Met die vraag nam ik deelnemers mee in mijn masterclass over design thinking. Ik liet zien dat complexe vraagstukken beginnen met het durven schetsen van een droom of toekomstbeeld. Juist in een tijd van grote transities biedt deze aanpak houvast: door ideeën, visies en perspectieven samen te brengen, ontstonden concrete bouwstenen voor de toekomst. Deelnemers oefenden met verschillende persona’s en invalshoeken, wat leidde tot nieuwe inzichten en verrassend denken. Tegelijk leerden ze hoe je wendbaar blijft en stap voor stap richting kiest, zonder te snel vast te zitten aan één oplossing." masterclasses
18 maar Silvia Brouwer, practor vitaliteit Alfa college: “Waar we collega’s uit de zorg hadden verwacht, kwamen de meeste deelnemers uit de sporthoek. Opvallend én leuk. Na een korte kennismaking gingen we in op onze eigen beroepsvitaliteit en de vitaliteit van onze studenten. Voor bepaalde groepen in onze populatie is extra aandacht belangrijk, bleek uit de gesprekken, door ongelijk te investeren in gelijke kansen. Het viel op dat we in het mbo vrij uniek zijn in het centraal en missiegedreven werken (+5 – 30, 1 op 6). In het hbo en wo gebeurt dit niet zo collectief als bij ons. Tijdens het afsluitende vragenrondje was veel belangstelling voor het landelijk lerend netwerk beroepsvitaliteit. Direct na afloop meldden zich alweer een handvol mensen aan, waarmee we op een totaal komen van zo’n vijftig deelnemers. Het thema leeft en er is duidelijk behoefte aan het bundelen van kennis en kracht.” Jacqueline Karsten, domeinmanager Welzijn en Zorg ROC van AmsterdamFlevoland: “ZWS-professionals zetten steeds vaker hun specialistische kennis en vaardigheden in om in wisselende teams verschillende doelgroepen gerichter te helpen. Waar dit interprofessioneel werken bezig is aan een snelle opmars, bevindt interprofessioneel opleiden zich nog in de kinderschoenfase. Precies daar haakten Bastiaan Plaizier, Remco Vierling en ik met onze masterclass op in. We vertelden niet over wat wij als mboopleidingen allemaal al doen, maar haalden juist informatie op bij onze deelnemers. De algehele teneur was dat iedereen de urgentie van interprofessioneel werken snapt en dat het heel helpend is wanneer het thema ook expliciet wordt opgenomen en structureel wordt verankerd in de nieuwe kwalificatiedossiers. Tot die tijd vinden er allerlei crossovers plaats bij de verschillende ROC’s.” interprofessioneel opleiden beroepsvitaliteit
19 maar Nina Sandford, sociaal ontwerper en Keye Wester, policy adviseur (CAOP): “Tijdens de masterclass speelden we ons bordspel 'Buurtgenoten'. In deze serious game stappen spelers de fictieve buurt Nieuwerveld in en verkennen ze samen hoe een zorgzame samenleving eruit kán zien, passend bij Cara Kolner's pleidooi voor weerbare, vitale gemeenschappen. Dat gebeurt met veel plezier en energie, maar ook met diepgang. Door spelers uit hun vaste rol te laten stappen nodigt het spel uit om te dromen over een toekomstige buurt en tegelijk te reflecteren op het contrast met hoe je nu met je buurtgenoten samenleeft. Zo deelden de deelnemers persoonMiranda van der Velde, senior docent verpleegkunde en docent/onderzoeker practoraat Gezondheid en Technologie: “De workshop bood nieuwe inzichten in hoe je onderzoek structureel in het onderwijs terug kan laten komen. We lieten zien hoe cruciaal het is om onderzoek sterker te verbinden met de praktijk - juist als we echt datagedreven willen werken. Data krijgt pas betekenis als je die weet te vertalen naar wat dagelijks op de werkvloer gebeurt. Te vaak zien we dat inzichten of vernieuwingen blijven liggen, simpelweg omdat ze onvol- doende aansluiten op de praktijk. Door praktijkkennis vanaf het begin te betrekken, wordt onderzoek niet alleen scherper, maar ook concreet toepasbaar. Ik hoop dat we deelnemers hebben laten ervaren hoe je vanuit die combinatie van data en praktijk écht impact kunt maken op onderwijs en zorg.” de kracht van serious games datagedreven zorg in de vvt lijke buurtverhalen en kwamen ze op ideeën voor interventies, zoals: 'wij hebben bewust verschillende buurtapps: om praktische dingen te bespreken en voor politieke discussies. Serious games helpen mensen om los te komen van hun gebruikelijke context. Ze openen nieuwe denkwegen, precies wat nodig is bij verandering. Het fungeert als krachtige gespreksstarter en brengt mensen die elkaar in een transitie hard nodig hebben sneller in verbinding."
20 maar foto-expositie Wat vaak buiten beeld blijft, kreeg tijdens het symposium een gezicht. In de expositie 'Onzichtbaar maar onmisbaar’, staan verzorgenden Individuele Gezondheidszorg (IG) centraal. 'Hun kennis beter herkennen en benutten begint al in de opleiding,' aldus onderzoeker Kim van Erp, (VU Amsterdam). Onzichtbaar Het is 2021, middenin de coronacrisis, als Kim van Erp een blog leest van collega Marieke van Wieringen. Ze werken allebei als onderzoeker op de afdeling Organisatiewetenschappen van de VU, maar in andere takken van sport. Het verhaal van Marieke komt zo hard binnen, dat Kim voelt en vervolgens besluit dat ze er iets mee ‘moet’. Dit resulteert in een unieke foto-expositie over een onzichtbare maar onmisbare verzorgenden IG. Kim: “In het blog las ik dat verzorgenden Individuele Gezondheidszorg de grootste beroepsgroep is binnen de langdurige zorg. Ik las ook over de breedte van hun rol, H
foto-expositie maar onmisbaar functies en expertises. En dat hun ervaringen van onschatbare waarde kunnen zijn voor andere zorgverleners om goede zorg te verlenen. Verder las ik dat verzorgenden IG niet werden genoemd tijdens persconferenties in coronatijd. En dat deze beroepsgroep afstevent op de grootste tekort in de zorg.” Veel tekst, geen beelden “Ik verbaasde me erover dat ik nog nooit van verzorgenden IG had gehoord, terwijl mijn vader op dat moment zorg nodig had. Marieke had met collega’s een belangrijk rapport geschreven: Verzorgende IG in beeld. Het bevatte 80 pagina’s tekst. Beelden ontbraken. Ik besloot om contact te zoeken met Marieke, omdat ik vond dat het tijd was om de Verzorgende IG echt in beeld te brengen. Op een manier die alle facetten van het beroep liet zien. Die invoelbaar maakten wat het is om als Verzorgende IG te werken, een beroepsgroep die onzichtbaar lijkt maar onmisbaar is. We benaderden fotograaf John van Hamond en de Beroepsvereniging Verzorgenden Verpleegkundigen (V&VN). Zij werkten op dat moment aan een beroepsbeeld van de Verzorgende IG. Dat document hielp ons om met elkaar te bepalen hoe het fotoboek, en de daaruit voort-vloeiende expositie er uit moesten gaan zien.” “Van zeer nabij legde John vast hoe Verzorgenden IG voor hun cliënten zorgen. Ongeënsceneerd, zorgvuldig, respectvol, soms met ernst, soms met humor. Je ziet de professionaliteit, de nabijheid en betrokkenheid waarmee Verzorgenden IG werken. Het toont het belang en de diversiteit van hun beroep: van verpleegtechnische handelingen tot het maken van een praatje. De foto’s tonen niet alleen de kwetsbaarheid en hulpbehoevendheid van de cliënten, maar ook hoe de Verzorgenden IG ze stimuleren en aanzetten tot zelfzorg. Bovenal tonen ze het relationele, het er zijn voor mensen, ondanks de structurele tekorten. Sommige foto’s zijn best indringend. We willen allemaal oud worden, maar niet ziek en hulpbehoevend. Toch is dat voor de meesten van ons straks realiteit. En die moeten we niet wegstoppen.” 21
22 Verzorgenden IG vormen de grootste beroepsgroep in de langdurige zorg, en verlenen daar het grootste deel van de zorg. Na hun afstuderen begeleiden en ondersteunen ze hun cliënten bij dagelijkse levensverrichtingen zoals wassen, aankleden en eten, en ze mogen ‘voorbehouden en risicovolle handelingen’ verrichten, zoals medicijnen uitdelen en wondzorg. Dit zijn essentiële vormen van zorg die in onze vergrijzende samenleving in toenemende mate nodig zullen zijn. Toch kennen veel mensen in de samenleving deze beroepsgroep niet. Zelfs binnen de zorg weten mensen vaak onvoldoende wat het werk van verzorgenden IG precies inhoudt. Alarmerend tekort In hun opleidingen voor verzorgenden IG leiden mbo-scholen studenten op tot kundige zorgprofessionals. Maar: de instroom in de opleiding tot verzorgende IG is laag, terwijl de beroepsgroep nu al de grootste tekorten kent van alle zorgberoepen in Nederland. In 2034 stevent ze zelfs af op een alarmerend tekort van zo'n 51.000 mensen.
En hoe kunnen opleidingen een beter en realistischer beeld van dit vak schetsen, zodat de opleiding opnieuw meer interesse wekt bij studiekiezers? Een belangrijke eerste stap is de unieke relationele en situationele kennis en kunde van verzorgende IG te erkennen en studenten te ondersteunen in het uitdragen daarvan. Alleen dan zal hun kennis optimaal tot zijn recht komen: in de directe zorgverlening én in de besluitvorming daarover. De fotoexpositie en het fotoboek zijn daarbij een mooie start van een gesprek. 'Hoe praten we in het onderwijs en op stages over het beroep van verzorgende IG?' FOTOBOEK & EXPO Wil je het fotoboek bestellen? Ga naar de website van John van Hamond. De expo ook in jouw organisatie organiseren? Stuur een mail naar Kim van Erp Bespreekbaar maken Het fotoboek toont de studiekiezer wat dit beroep mooi, uitdagend en essentieel maakt. Het geeft docenten en voorlichters een product in handen om zichtbaar en bespreekbaar te maken wat werken in zorg kan betekenen. En: hoe verschillende beroepsgroepen elkaar in de zorgverlening aanvullen. Zij nodigen mbo-scholen uit mee te denken en te reflecteren: Hoe praten we in het onderwijs en op stages over het beroep van verzorgende IG? De expositie en het boek zijn een oproep aan de samenleving, bestuurders en politici, beleidsmakers en opleiders. Om de Verzorgenden IG te erkennen en te waarderen, ook in het onderwijs. Om hun verpleegkundige, relationele, situationele kennis en kunde op waarde te schatten, en in te zetten. Niet alleen in de directe zorg, maar ook in besluitvorming over die zorg. Bovenal zijn deze foto’s een ode aan de Verzorgenden IG. “Hadden we hen niet, dan zou een groot deel van de zorg met een schok tot stilstand komen. Lees het beroepsbeeld, bekijk de foto’s, dan begrijpt u: het is tijd dat we de onmisbaarheid van de VIG zichtbaar maken.” 23
‘We hebben met 40 jaar preventiebeleid nog te weinig bereikt’ Carla Kolner pleit voor minder gezondheidsfocus en meer welzijnslogica Als warm pleitbezorger van ‘rechtvaardige preventie’ breekt Carla Kolner een lans voor minder gezondheids-focus en meer welzijnslogica om zo écht serieus werk te maken van leefstijlbeïnvloeding. Werk aan de winkel, voor huidige én toekomstige ZWS-professionals. ‘Leid jongeren niet op in dat individuele leefstijl-discours.’ interview CARLA KOLNER is sinds 2024 programmacoördinator Samenspel Sociaal Gezond bij de Hogeschool Utrecht. Dit project is onderdeel van het kUS (platform sociaal domein Utrecht) dat valt onder het kennisplatform Sociale Innovatie (KSI). Eerder werkte Carla bij de Nederlandse Hartstichting, Stichting Jeugd en Beweging, DSP-groep, RIVM, Hogeschool Inholland en de Erasmus Universiteit Rotterdam. In juli 2024 promoveerde ze bij de Universiteit voor Humanistiek met haar proefschrift ‘Rechtvaardige Preventie: Op het snijvlak van de publieke gezondheidszorg en het sociaal domein.’ 24
Als warm pleitbezorger van ‘rechtvaardige preventie’ breekt Carla Kolner een lans voor minder gezondheidsfocus en meer welzijnslogica om zo écht serieus werk te maken van leefstijlbeïnvloeding. Werk aan de winkel, voor huidige én toekomstige ZWS-professionals. ‘Leid jongeren niet op in dat individuele leefstijl-discours.’ Sinds de publicatie van haar proefschrift ‘Rechtvaardige Preventie: Op het snijvlak van de publieke gezondheidszorg en het sociaal domein’, nu zo’n twee jaar geleden, is Carla Kolner een veelgevraagd spreker op congressen en symposia voor professionals uit de wereld van zorg, welzijn en sport. Zelf schrijft de programmacoördinator Samenspel Sociaal Gezond op de Hogeschool Utrecht de hausse aan aanvragen toe aan haar heldere, doch kritische boodschap over 40 jaar (falend) preventiebeleid in Nederland. Had je verwacht dat je proefschrift zo zou aanslaan? “Eerlijk? Nee. Ik dacht: zo’n dik boekwerk leest niemand, want iedereen weet wel zo’n beetje waar het over gaat. Een thema als preventie is gesneden koek. Niet dus. Tijdens mijn bronverzameling heb ik gezocht naar S 25
26 schuld’. Het ligt ook besloten in een term als positieve gezondheid. Of gek genoeg ook in een woord als ‘vitaliteit’, zeker als je het niet goed nuanceert: ‘zorg dat je een vitaal mens bent en blijft, dan komt alles goed’. Maar die boodschap gaat voor heel veel mensen helemaal niet op. Die kúnnen niet gezond leven en vitaal zijn, bijvoorbeeld omdat ze schulden hebben. Die zijn bezig met overleven. Preventie bestaat vaak nog steeds uit goedbedoelde adviezen door experts die totaal geen idee hebben waar minder bevoorrechte Nederlanders dagelijks mee worstelen.” Hoe verklaar je die focus op het gezondheidsperspectief? “De zorg, gezondheid in het algemeen, is tastbaar, voor iedereen herkenbaar. We krijgen er in ons leven allemaal mee te maken. Of het nu gaat om een medicijn, gips voor een gebroken been of een behandeling voor een complexe ziekte. Verder is de zorg veel bedrijfsmatiger ingericht en simpelweg beter in het lobbyen voor de eigen zaak dan het sociaal domein. Mede hierdoor wordt eigenlijk vanzelfsprekend een thema als preventie gemedicaliseerd. Wat de zorg stiekem ook nog eens goed uitkomt. Stel: preventie werkt als een malle, dan verdienen ze minder geld. Die belangen spelen ook. Vergis je niet!” een boek over preventie waarin vooral het verhaal van het sociaal werk, werd belicht. Dat verhaal gaat óók over preventie, maar wordt vaak niet zo benoemd - de taal is anders. In sociaal werk wordt gesproken over relationeel werk, het omgaan met complexiteit, over het benutten van kansen om levensomstandigheden en de kwaliteit van leven te verbeteren. Dat boek met die twee kanten van het verhaal bestaat niet. Sterker nog: auteurs van boeken over preventie in het sociaal domein nemen bij de uitleg van wat preventie inhoudt eigenlijk allemaal het gezondheidsperspectief als uitgangspunt. Het welzijnsperspectief, lees: de eigen taal voor preventie in het sociaal domein, was ver te zoeken. Ook werden nergens beide perspectieven naast elkaar gezet.” Kun je wat meer vertellen over dat gezondheidsperspectief? “Het gezondheidsperspectief is gericht op het individu, op leefstijl, op eigen verantwoordelijkheid en op controle hebben over het eigen leven. Daarmee ligt het heel dicht in de buurt van een beschuldigend discours. Zo van: ‘als je niet gezond leeft, word je ziek en dat is jouw eigen dikke 'Preventie bestaat nog vaak uit goedbedoelde adviezen'
27 sociaalmorele fundament onder preventie, zodat mensen meer onderling betrokken raken, want die is soms ver te zoeken? Zolang die koppeling er niet is of niet wordt erkend, kan het interventies blijven regenen maar zullen gezondheidsverschillen blijven bestaan. Je kunt je conformeren aan het systeem, je rigide laten leiden door de regels. Of af en toe buiten de lijntjes kleuren als de situatie erom vraagt.” Hoe ziet rechtvaardige preventie er in de praktijk uit? “Soms moet je ongelijk investeren om gelijke uitkomsten te krijgen. Mensen extra geld geven, bijvoorbeeld voor een scootmobiel, zodat ze een betere kwaliteit van leven ervaren. Rechtvaardigheid betekent in dit geval dat je afwijkt van het systeem dat meestal uitgaat van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Uiteraard moet alles in redelijkheid gebeuren, en is toezicht nodig om te kijken of het geld goed terechtkomt. Professionals in het gezondheids- en welzijnsdomein kunnen veel van elkaar leren, maar sociaal werkers krijgen nog altijd niet goed uitgelegd hoe ze werken en wat ze te bieden hebben. Ze moeten daarom meer verantwoordeHet welzijnsperspectief raakt zo behoorlijk ondergesneeuwd? “Precies. We leven in een wereld waarin we alles willen tellen, controleren, monitoren. Waar kosteneffectiviteit en efficiency de maat slaan. We hebben steeds minder of helemaal niks met wat niet zichtbaar is of niet kan worden aangetoond met cijfers. Wat we niet kunnen meten of categoriseren is ongrijpbaar, dus verdacht. Daar heeft de welzijnssector last van, naast het feit dat continue bezuinigingen het er niet beter op maken. Terwijl: veel van wat we doen zit hem juist ‘in de relatie’. In het elkaar aankijken, belangstelling tonen, in liefde geven en ontvangen. Die begrippen snappen we allemaal als het om de opvoeding van een kind gaat, maar zijn opeens vaag en wollig in relatie tot welzijn. Ik vind dat vreemd. Zeker als je weet dat het bij gezondheidsbevordering en leefstijlbeïnvloeding meer en meer draait om dat relationele aspect. Dus om welzijn.” En dus ook om ... rechtvaardigheid? “Exact! Tijdens mijn promotieonderzoek kwam geregeld het woord ‘rechtvaardigheid’ voorbij, als een soort centrale waarde: hoe maak je preventie rechtvaardiger, zodat mensen in kwetsbare posities er ook wat aan hebben? Is het haalbaar dat mensen, in lijn met wat de over-heid wil, nog meer voor elkaar gaan zorgen? En hoe regel je dat? Of zeg je: nee, we verstevigen juist dat 'Je kunt je laten leiden door regels. Of af en toe buiten de lijntjes kleuren'
28 je financiële situatie, de waarden die je hebt meegekregen. Gezond leven is een luxe voor mensen die ordentelijke levens leiden. Die hun relaties op orde hebben. Ik vond het tamelijk ontluisterend om te ontdekken dat we, gechargeerd gezegd, op preventiegebied al decennialang aan een dood paard trekken. Er is niets mis met leefstijlpreventie, het mensen voorlichten over gezond leven en ze daartoe motiveren. Maar het is allemaal van bovenaf opgelegd, met een focus op gezondheid, dus op zorg. Bovendien: wéten is nog geen doen. Waar we met zijn allen massaal lijkheid nemen voor hun beroep en zich duidelijker in het pre-ventiedebat positioneren, zodat ze er aan de IZAen AZWA-tafels niet lan-ger voor spek en bonen bij zitten.” Hoe denk je vanuit dat preventieperspectief over de transitie richting 2040? “Ik ben sceptisch over de haalbaarheid van het streven dat alle Nederlanders in 2040 minstens vijf jaar langer in goede gezondheid leven en dat de gezondheidsverschillen tussen de laagste en de hoogste sociaaleconomische groepen met 30% zijn afgenomen. Tijdens mijn onderzoek heb ik vier decennia preventiebeleid tegen het licht gehouden. Daaruit blijkt, en die conclusie trok ook de WRR in 2018: het terugdringen van gezondheidsverschillen is al 40 jaar doel van preventiebeleid en in die jaren zijn we maar bitter weinig opgeschoten. Oké, gemiddeld worden we allemaal een beetje gezonder, maar gezondheidsverschillen nemen alleen maar toe, evenals de ongelijkheid tussen arm en rijk. Waarbij het ook nog maar de vraag is of dat ‘beetje gezonder’ valt toe te schrijven aan preventie.” Waarom zo sceptisch? “Gezondheid is meer dan een resultante van gezond gedrag. Het hangt van zoveel factoren af of je gezond bent. Met waar je woont, je opvoeding 'Preventie vindt plaats tussen en met de mensen'
29 aan voorbijgaan is dat preventie plaatsvindt in het dagelijks leven. In iemands buurt, wijk, cultuur, tussen en met de mensen.” Welke rol zie jij specifiek voor het mbo in het welslagen van ‘de transitie’? “Wil je dat mensen in 2040 gezonder zijn en dat gezondheidsverschillen met 30% zijn afgenomen, dan moet je je ook afvragen wat je daar als mboonderwijs aan kan bijdragen. Voor praktisch geschoolden in bijvoorbeeld de zorg, het sociaal werk of in de sportsector liggen die doelen ver af van hun dagelijkse werk. Zij zijn meer van de hands-on aanpak. Misschien is het beter om doelen te formuleren die wat dichterbij huis liggen. Ik kan me voorstellen dat je in een opleiding aandacht besteedt aan het belang van preventie in relatie tot het dagelijks leven van mensen en dat studenten leren hoe zij mensen daarin kunnen motiveren en begeleiden. Dat ze, eenmaal aan het werk, naar hun manager stappen wanneer ze merken dat er sprake is van onrechtvaardigheid. Bijvoorbeeld als de prijs van een dienst of product te hoog is. Of als maatregelen en doel totaal niet matchen. Kortom: dat ze bewuster naar hun omgeving kijken en kritischer leren denken over hoe ze nog meer betekenis kunnen geven aan hun werk. Wat lastig kan zijn, omdat we mensen nu eenmaal opleiden om regels te volgen die we met elkaar hebben afgesproken.” En welke plek heeft ‘rechtvaardigheid’ in die mbo-opleidingen? “Waar ik bang voor ben is dat we jongeren blijven opleiden in dat individuele leefstijl-discours waar vooral heel veel moet. Dat ze niet dat omringende, kritische en dat ‘rechtvaardige’ meekrijgen. Niet leren om zich af te vragen ‘wat willen mensen zélf en wat willen we met elkaar?’ Ik zeg altijd: je moet aansluiten bij waardevolle doelen van mensen. Daar zit de energie, de kracht om iets te bereiken en te veranderen in je omgeving, in je leven. Ik hoor geregeld dat veel hbostudenten in de regio Utrecht de wijk overspoelen om er onderzoekjes te doen, vragenlijsten af te nemen en resultaten te presenteren over anderen. Echte ‘contactleggingskunde’ blijft achterwege. Een gemiste kans. Het is belangrijk dat studenten, ook die uit het mbo, leren luisteren. Dat ze vragen naar wat mensen zélf willen bereiken in het leven en waar ze tegenaan lopen. En dat ze bij zichzelf te rade gaan hoe ze nu en straks een bijdrage denken te leveren aan een rechtvaardigere maatschappij. Daar wordt leren voor die baan in de ZWS-sector alleen maar leuker van. Precies wat we met zijn allen willen, toch?"
MISSIE Concept & realisatie Bedrijfstakgroep ZWS & Communicatie MBO Raad Redactie Pieter Matthijssen, Jaap den Ouden Eindredactie Marianne Gardien, René Immers, Paulien de Jong Fotografie & video GKR Digital Agency, Wim van den Broek, John van Hamond. Aan dit e-zine werkten mee: Silvia Brouwer, Kim van Erp, Quinten Fenmans, Ramon de Groot, Yvonne Groot, Jacqueline Karsten, Tim Kind, Margreet Knops, Carla Kolner, Nico van Meeteren, Nienke van de Meulengraaf, Bastiaan Plaizier, Devie Rusch, Nina Sandford, Sabine Schouten, Anne-mie Sponselee, Patty Veen, Miranda van der Velde, Remco Vierling, Keye Wester. MBO Raad Tjaskermolenlaan 1, 3447 GE Woerden Postbus 2051, 3440 DB Woerden 0348-75 35 00 info@mboraad.nl Vragen? Kijk hier voor meer informatie over en contactgegevens van de bedrijfstakgroep ZWS. +5 in 2040 leven Nederlanders minstens vijf jaar langer in goede gezondheid -30 gezondheidsverschillen tussen sociaaleconomische groepen nemen met 30% af 1 op de 6 het aandeel werkenden in zorg en welzijn blijft gelijk en groeit niet verder. Vitaliteit is een e-zine van de bedrijfstakgroep Zorg Welzijn en Sport Wat betekent vitaliteit voor jou(w) werk? Bekijk hier de symposium-video! colofon
www.mboraad.nlRkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=