Van Gogh Nationaal Park

2.2 SCHATKAMERS VAN BIODIVERSITEIT Mozaïek van rijke en gevarieerde natuurgebieden, aaneengeregen door beken De landschapsecologische basis voor het Van Gogh Nationaal Park wordt gevormd door de twee belangrijke watersystemen van Noord-Brabant, het oostelijke beeksysteem van ‘s-Hertogenbosch en het westelijke van Breda. Hoewel er verschillen zijn, is de globale opbouw van beide kerngebieden vergelijkbaar. Door het patroon van de dekzandruggen, doorsneden door de beekdalen, ontstond een landschap van hoger gelegen, drogere ruggen in een overwegend nat gebied. Daardoor is het Van Gogh Nationaal Park bijzonder rijk aan gradiënten, met overgangen tussen hoog en laag, nat en droog, rijk en arm, kwel en inzijging, zand en veen. Dat maakt de natuur in het gebied bijzonder veelzijdig en rijk. De beekdalen rijgen de natuurgebieden aaneen. In het oostelijk kerngebied liggen dicht bij elkaar drie grote Natura- 2000 gebieden, met een gezamenlijke oppervlakte van 7.150 ha: de Loonse en Drunense Duinen, de Kampina / Oisterwijkse Vennen en Bossen, en het Vlijmens Broek / de Moerputten / het Bossche Broek. In het westelijke kerngebied liggen twee Natura-2000 gebieden: het Ulvenhoutse Bos (112 ha) en de Regte Heide en Ries Laag (538 ha.) Naast deze Natura-2000 gebieden zijn er tal van natuurgebieden en landgoederenzones, vaak aaneengeregen tot samenhangende natuurgebieden. Ecologisch zeer bijzonder zijn de leembossen van het Brabants Leem. Veel natuurgebieden en waardevolle landschappen worden beheerd door vrijwilligers, de ‘stille kracht’ van de Brabantse natuur. 55 56 NETWERK VAN WAARDEVOLLE KERNNATUURGEBIEDEN

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=