Van Gogh Nationaal Park

daaropvolgende jaren werkte hij in Antwerpen, Parijs, Arles, Saint-Rémy-de-Provence en Auvers-sur-Oise. Hij droomde hij ervan om samen met andere kunstenaars een gemeenschap van gelijkgestemden te vormen, en in Arles werkte hij in het Gele Huis enige tijd samen met Paul Gauguin. In Frankrijk schilderde Van Gogh zijn wereldberoemde schilderijen, waarin het Brabantse land uit zijn jeugd vaak weerklonk. Hoewel de schilderijen in een heel andere streek zijn gemaakt, schreef hij zijn moeder vanuit Zuid-Frankrijk, “[zijn ze] geheel en al gebleven als waren ze b.v. in Zundert of Calmpthout geschilderd.” Op 29 juli 1890 stierf Vincent van Gogh, 37 jaar oud. Vincent van Gogh leefde in een tijd van grote veranderingen. De oude gemene gronden, waarop de boeren eeuwenlang hun schapen hadden geweid, werden geprivatiseerd en ontgonnen. Oceaanstomers met goedkoop Amerikaans graan stortten de Europese landbouw in een diepe crisis. De bevolking groeide. Nieuwe industrieën namen het handmatige werk van thuiswevers en ambachtslui over. Het landschap veranderde. De economie van water, wind en turf maakte plaats voor die van steenkool, aardolie en elektriciteit. Aan de horizon verschenen rokende fabriekspijpen. In 1891 zou Philips zijn gloeilampenfabriek in Eindhoven starten. “Nu is dat gedeelte van Brabant waar ik bekend ben reeds enorm veranderd door ontginningen en door industrie,” schreef Van Gogh in 1883. “[…] Er zijn sedert beetwortelsuikerfabrieken, sporen, heigrond ontginningen, &c. gekomen die lang zoo pittoresk niet zijn. Toch is er nog enorm veel moois ook nu in Brabant – herinner U ’t Heike maar eens, waar we zamen geweest zijn.” Brabant vond rond de vorige eeuwwisseling zijn eigen specifieke antwoord op deze uitdagingen: coöperatie. Stuwende kracht hierachter was de boerenapostel pater Van den Elsen, geboren in hetzelfde jaar als Van Gogh. Als boerenzoon trok hij zich het lot van de noodlijdende boeren aan en pleitte voor organisatie en samenwerking. Hij stond in 1896 aan de wieg van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond, de voorloper van de ZLTO; een paar jaar later was hij medeoprichter van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank, de voorloper van Rabobank. Ook in de natuurbescherming, die vanaf het einde van de negentiende eeuw in reactie op de snelle industrialisatie en de ontginning van de woeste gronden ontstond, vond Brabant zijn eigen manier van werken uit, wederom gebaseerd op samenwerking. Toen een exploitatiemaatschappij de Oisterwijkse Vennen INTERMEZZO: HET BRABANT VAN VAN GOGH en Bossen in 1913 wilde ontwikkelen tot een villawijk leidde tot verzet van bewoners en de plaatselijke VVV. Met hulp van Natuurmonumenten en medefinanciering van de gemeenten Oisterwijk, Tilburg en ‘s-Hertogenbosch en de provincie Noord-Brabant werd het gebied aangekocht. Het was voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis dat particuliere investeerders, een terreinbeheerder, bewoners, de recreatiesector en verschillende overheden zich gezamenlijk inzetten voor het behoud van een recreatief én ecologisch waardevol natuurgebied – de Brabantse manier van werken avant la lettre. In de tijd van Van Gogh is een belangrijke basis gelegd voor de Brabantse manier van werken, waarin ondernemerschapinnovatie en coöperatie centraal staan, én de samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en het bedrijfsleven. Opnieuw staan we voor grote veranderingen en opgaven, die qua thematiek veel lijken op die van de tijd van Van Gogh. Economie, energie, klimaat, landschap, samenleving. De Brabantse manier van werken helpt ons om die uitdagingen opnieuw op te pakken. INTERMEZZO: HET BRABANT VAN VAN GOGH 35 36 Vincent van Gogh, Weg met knotwilgen, oktober 1881, Collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo Vincent van Gogh, Het uitgaan van de Hervormde Kerk, Nuenen, januari-februari 1884 en herfst 1885, Van Gogh Museum, Amsterdam (stichting Vincent Van Gogh)

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=