Stichting PVP Krant

Een hulphond op de afdeling? Amber en haar zorgverleners bedachten hoe ze iedereen konden laten wennen aan dat idee. Amber vertelt hoe dat is gegaan. ‘Een hulphond voelt snel aan hoe het met je gaat, en kan je uit een wegra- king halen of zorgen dat je niet de weg op loopt. Ik dacht dus weleens na over een hond, maar ja, wilde ik al zo jong afhankelijk zijn? Na veel therapie en behandeling kwam ik erachter dat ik nu ook afhankelijk was van mensen. Dus dan liever een hulphond waarmee ik meer zelf kon gaan doen! De afdeling langdurige zorg waar ik zit stond gelijk open voor het plan, ook al hadden ze er geen ervaring mee. We hebben afspraken gemaakt met de Stichting Vom Falorie waar mijn hulphond vandaan kwam. En ja: ik zou over negen maanden (precies een zwangerschap lang) een team gaan vormen met mijn hond, en hij zou echt overal binnen de instelling met me mee mogen.’ Natuurlijk waren er zorgen op de afdeling. Allergie of angst van andere cliënten, zouden ze de hond wel kunnen negeren? Amber besprak alles en maakte een PowerPoint-presentatie met foto’s en filmpjes. ‘Die liet ik regel- matig zien aan de anderen op de afdeling. Eerst ging het over hulphonden en hoe ze opgeleid werden. En toen ik wist dat het labrador Jessie zou wor- den kon ik ook foto’s en een filmpje van de training laten zien. Ik vertelde ze ook duidelijk dat de hond er was om mij te helpen, en niet bedoeld als gezelligheid op de afdeling. We maakten posters voor de hele kliniek met foto’s van mijn labrador en van een rollator. Met de tekst erbij dat dit mijn “labrator” was, en dat je de hond moest behandelen als een rollator. Dus niet aaien, voeren, roepen. Gewoon negeren!!!’ En toen kwam Jessie eindelijk, vertelt Amber: ‘De trainers van de stichting kwamen langs en stonden versteld hoe goed het ging. Bijvoorbeeld dat an- dere cliënten niet op hem reageerden. Natuurlijk was er in het begin wel- eens iemand die een stukje brood op de grond gooide, of die een geluid maakte naar de hond. Maar dan kun je iemand gewoon aanspreken. Dat gaat inmiddels echt goed! En als er nieuwe mensen in de kliniek komen, kun- nen ze de posters zien maar zien ze ook hoe anderen met Jessie omgaan. Kortom, waar ik nu verblijf gaat het goed. Als ik ‘uit contact ga’ haalt Jessie me er weer bij. Op zijn hesje staat dat mensen geen 112 moeten bellen maar de afdeling. Dat zorgt ervoor dat er niet steeds hulpdiensten hoeven te komen als mensen schrikken in de supermarkt of zo.’ Helaas raakte Amber toch een paar keer in crisis. Ze moest dan naar de gesloten afdeling van dezelfde instelling. Maar… daar waren ze niet voor- bereid op hulphonden. ‘Ze hadden vooral zorgen over de angst en allergie van andere cliënten en hygiëne en zo. Terwijl ik vooral op mijn kamer was. Jessie was ook altijd aangelijnd en er waren oplossingen om haar uit te laten, want dat was op mijn eigen afdeling ook geregeld. Zelf heb ik ook niet gemerkt dat anderen last van ons hadden. En ja… ik ben ook weleens bang geweest voor een andere cliënt, daar wordt dan toch een oplossing voor gezocht in overleg?’ Helaas veranderde het stand- punt niet, Amber was alleen nog welkom zonder Jessie, ze zou best even zonder hond kunnen. Een opmerking die Amber echt raakt: ‘Zouden ze dat ook zeggen als ik blind was en een stok of een geleidehond had? Jessie en ik zijn een twee-eenheid, hij is een onderdeel van mijn be- handeling. En hij verdient zijn plek zelfs dubbel terug, door hem hoef ik niet steeds begeleiding bij me te hebben. De rechter dacht er gelukkig ook zo over, die vond dat de instelling geen goede redenen had om mijn hond te weigeren. Dus in mijn zorgmachtiging staat duidelijk dat mijn hond mee moet bij een crisisopname. Erg verdrietig dus dat er vooral werd gekeken naar mogelijke problemen en niet naar een manier om het wel te laten werken.’ Zonder Jessie wilde ze niet meer opgenomen worden: ‘In plaats daarvan kreeg ik zware medicatie om dan maar op mijn eigen afdeling te kunnen blijven. Niet ideaal en er kwam maar geen oplossing. Uiteindelijk heb ik met ondersteuning van de pvp klachten ingediend en heb ik gelijk gekregen. De instelling beloofde toen om beleid te maken over hulphonden en geleide- honden, zodat afdelingen en teams wel voorbereid zijn als er iemand komt met een hulphond. Want op een opname-afdeling wisselen mensen snel, en als ik in crisis ben kan ik geen PowerPoint-presentatie geven en mensen voorbereiden. Maar als het team weet hoe ze ermee om moeten gaan naar mij en andere cliënten moet het kunnen.’ Amber wacht nog op het beleid, ze hoopt dat hulphonden als Jessie straks de gewoonste zaak van de wereld zijn. Ik vertelde ze duidelijk dat de hond er was om mij te helpen, en niet bedoeld als gezelligheid op de afdeling. ZO KAN HET OOK! Labrator PVP - krant, 31ste jaargang - 8 NIET WELKOM? Is jouw hulphond niet welkom in de ggz? Dan kun je terecht bij Stichting Hulphond voor ondersteuning en advies (www.hulphond.nl ). Ook kun je terecht bij de Stichting Gebruikers Assistentiehonden, zij hebben een meldpunt voor toegangsweigering van assistentiehonden en bemiddelen kosteloos bij problemen van gedupeerden. Ben je opgenomen of krijg je verplichte zorg? Dan kun je ook bij de patiëntenvertrouwenspersoon (pvp) terecht. Weet je niet wie dat is? Bel dan ons landelijke nummer: 0900 - 444 8888. WAT STAAT ER IN DE WET? Sinds 2016 is het toelaten van officiële assistentiehonden/hulphonden verplicht. Dit staat in artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap/chronische ziekte. Dit geldt ook voor zorginstel- lingen. Alleen bij hele zware argumenten mag een assistentiehond/ hulphond geweigerd worden als dit een aantoonbare onevenredige belasting vormt voor de organisatie. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn op ziekenhuisafdelingen met net geopereerde mensen in verband met infectiegevaar, maar dat geldt niet zo snel in de ggz. Beleid geeft duidelijkheid aan medewerkers en cliënten. Ook kan het beleid dan worden getoetst aan de wet.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=