praatjesmaker Magazine voor professionals in de baby- en kindzorg | Uitgave van Nutricia voor (para)medici nr 1 | 2026 Maagdarmklachten bij zuigelingen Refluxtool en Poeptracker Gelezen: De essentiële gids rond mondmotoriek en voeding bij baby’s en peuters
- 04 08 07 Inhoud Interviews 04 08 Van de redactie Deze uitgave van PraatjesMaker staat vol praktische onderwerpen waar je meteen iets aan hebt in de praktijk. Zo kan alle aandacht zoveel mogelijk naar toekomstige ouders, pasgeboren baby’s en jonge gezinnen gaan. We wijzen je bijvoorbeeld op de Reflux Keuzetool en de Poeptracker en schreven een recensie over een nieuw boek over mondmotoriek en voeding van baby’s en peuters. Interessant is ook het interview met Eveline van het Care Team van Nutricia. Het team staat 24 uur per dag, 7 dagen van de week klaar voor ouders maar ook voor jou als professional om vragen te beantwoorden en mee te denken. Ze vertelt welke vragen het meest gesteld worden. Dat geeft een mooi inzicht! En lees zeker ook de column van Marleen Kleijn. Zij werkt bij de User Experience afdeling van Nutricia en zet zich in voor de best mogelijke productervaring. Ze geeft een mooi kijkje in de keuken. Voor deze editie interviewden we ook prof. dr. Marc Benninga. Hij schreef mee aan de nieuwe Rome V-criteria voor gastro-intestinale klachten bij kinderen en laat weten dat deze ingrijpend zijn veranderd. De term regurgitatie is bijvoorbeeld niet meer opgenomen in de nieuwe criteria, de term “koliek” is vervangen en er zijn nieuwe aandoeningen bijgekomen. Als je het interview op pagina 4 leest, ben je meteen op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen. Wil je op de hoogte blijven van al het interessante nieuws dat we via PraatjesMaker delen? Schrijf je dan in voor de papieren of digitale versie via www.nutricia.nl/profiel/mijn-instellingen. En wijs gerust je collega’s op ons magazine! Veel leeslezier! Redactie PraatjesMaker scholing@nutricia.com Redactie-adres: Nutricia Nederland, Postbus 445, 2700 AK Zoetermeer. Beweringen en meningen geuit in de artikelen en mededelingen in deze publicatie zijn niet noodzakelijkerwijs die van de redactie. Grote zorgvuldigheid wordt betracht bij de samenstelling van de artikelen. Desondanks kunnen onjuistheden niet altijd worden voorkomen. Om die reden wijst Nutricia elke verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid bij voorbaat af. Overname van informatie uit Praa tjesMaker is uitsluitend toegestaan in overleg met de redactie. Uw gegevens zijn afkomstig van uw accountinstellingen op Nutricia.nl. Voor meer informatie, indien u wijzigingen wilt doorgeven of indien u er geen prijs op stelt in de toekomst mailingen van Nutricia te ontvangen, kunt u dit aangeven bij uw accountinstellingen op Nutricia.nl. Wetenschappelijk 11 12 Divers 14 14 16 Merel Geurtse Jeugdarts KNMG Centrum voor Jeugd en Gezin, Apeldoorn Elvira George Kinderarts MDL Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Alkmaar Gerda van de Put Head of Medical Affairs paediatrics Nutricia Tekst, ontwerp en realisatie: Scriptum communicatie over voeding en gezondheid Beeld: iStockphoto, Nutricia 2 3 Rome-criteria zijn radicaal gewijzigd. Marc Benninga Voor alle vragen over borst- en flesvoeding. Eveline Verslag: Tegenwicht voor social media en influencers Onderzoek: Leefstijl en eetgedrag van extreem prematuren Column: Luisteren naar patiënten en gezinnen. Marleen Kleijn Reflux Keuzetool Poeptracker Gelezen: De essentiële gids rond mondmotoriek en voeding bij baby’s en peuters 12 Pascalle Andela Diëtist kindergeneeskunde en allergie Reinier de Graaf, Delft 07
De nieuwe Rome V‑criteria voor gastro-intestinale klachten bij kinderen zijn ingrijpend veranderd. De term regurgitatie is niet meer opgenomen in de nieuwe criteria en de term koliek is vervangen door de nieuwe term “infant distress syndrome”. Ook zijn er nieuwe aandoeningen opgenomen, zoals refluxhypersensitiviteit en eetstoornissen. Kinderarts‑MDL Marc Benninga, betrokken bij de ontwikkeling, licht de belangrijkste veranderingen toe. Na 10 jaar zijn er weer nieuwe Rome-criteria (zie kader). Ten opzichte van de Rome IV-criteria is er zoveel veranderd, dat Benninga niet goed weet waar te beginnen. Een duidelijk verschil is in ieder geval dat het onderscheid in leeftijdsgroepen in de Rome V-criteria is losgelaten. Hij legt uit: ‘Voorheen waren er twee groepen deskundigen. De ene hield zich bezig met gastro-intestinale klachten bij kinderen van 0 tot 4 jaar en de andere bij kinderen van 4 tot 18 jaar. Maar er is helemaal geen onderbouwing voor die leeftijdsgrens. Gedurende de hele kindertijd en adolescentie kunnen aandoeningen voorkomen.’ Wel is er nu onderscheid op basis van anatomie. Benninga: ‘Ik zat samen met Michiel van Wijk, kinderarts-MDL in het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC, in de commissie voor aandoeningen aan het bovenste deel van het maagdarmkanaal. Een andere commissie richtte zich op aandoeningen aan het onderste deel, waarbij Arine Vlieger, algemeen kinderarts in St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein betrokken was.’ ‘Met de term “darm-hersen-as” benadrukken we waar we denken dat de oorzaak zit’ Darm-hersen-as Nog een belangrijke wijziging: er wordt niet meer gesproken over functionele gastro-intestinale aandoeningen maar over aandoeningen van de darm-hersen-as. Benninga licht toe: ‘We gebruikten het woord “functioneel” altijd voor aandoeningen waar geen lichamelijke oorzaak aan ten grondslag ligt en waar we niet echt een goede verklaring of oorzaak voor hebben. Ondanks bepaalde symptomen laten testen van bloed, ontlasting en beeldvorming geen afwijkingen zien. Maar het woord is ontzettend moeilijk om uit te leggen aan patiënten en ook artsen hebben moeite met deze term. Met de nieuwe term “aandoeningen van de darm-hersen-as” benadrukken we dat we denken dat de oorzaak zit in verbinding tussen de darmen en de hersenen. Het heeft verder niets met diagnoses te maken; het is enkel een andere terminologie.’ Reflux hypersensitiviteit Een belangrijk onderdeel van de aandoeningen van het bovenste deel van het maagdarmkanaal in Rome V vormen slokdarmaandoeningen. Regurgitatie is verdwenen uit de criteria. Benninga: ‘We hebben besloten om dit uit de Rome-criteria te halen omdat het geen ziektebeeld is maar normale fysiologie. Er was altijd al veel discussie over hoe vaak er sprake Interview Prof. dr. Marc Benninga Kinderarts MDL Amsterdam UMC/Emma Kinderziekenhuis Rome-criteria zijn radicaal gewijzigd 4 5 Rome-criteria De Rome‑criteria zijn internationaal overeengekomen diagnostische criteria die worden gebruikt om functionele gastro-intestinale aandoeningen te herkennen, oftewel klachten waarbij geen aantoonbare lichamelijke oorzaak wordt gevonden. Deze criteria worden opgesteld door een internationale groep van experts en vormen wereldwijd de standaard voor het indelen en diagnosticeren van functionele buikklachten, tegenwoordig dus verstoringen van de darm-hersen-as genoemd.
moest zijn van spugen om van regurgitatie te kunnen spreken. Maar iedere baby spuugt; het ligt gewoon aan de anatomie van de slokdarm in de eerste 6 maanden. Groeit het kind goed? Dan is er geen probleem, hoeveel voeding er ook terugkomt.’ In Rome V wordt nu – in navolging van de volwassenengeneeskunde - gesproken van reflux hypersensitiviteit. Benninga licht toe: ‘Daarbij is sprake van een combinatie van reflux en pijn, zonder overmatige zuurproductie. De symptomen worden ook niet verklaard door een andere medische aandoening; bij eventuele endoscopie en histologie worden er geen afwijkingen van de slokdarm gevonden. Omdat kinderen onder 8 jaar pijn lastig kunnen beschrijven, is bij deze aandoening wel onderscheid in leeftijd gemaakt bij de diagnostische criteria.’ Geen darmkrampjes meer Bij de aandoeningen van het onderste deel van het maagdarmkanaal valt vooral het omdopen van “infantile colic” tot “infant distress syndrome” op. Hoewel Benninga niet zelf in deze commissie zat, is hij wel gelukkig met deze nieuwe term: ‘Voor ouders is de term krampjes weliswaar ingeburgerd, maar eigenlijk weten we helemaal niet of die baby’s krampen hebben. We weten alleen dat ze huilen vanwege ongemak.’ ‘De term “infantile colic” is omgedoopt tot “infant distress syndrome”’ Eetstoornissen Het meest nieuwe en uitdagende in de Rome V-criteria noemt Benninga de opname van eetstoornissen, die voorkomen bij 5-20% van de kinderen. Tot nu toe kwamen ze alleen aan bod in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) V-criteria die in de psychiatrie gebruikt worden, maar veel (ouders van) patiënten komen ermee bij de kinderarts. De commissie vond het daarom nodig om ze in de Rome-criteria op te nemen. Anders dan de DSM V, die alleen spreekt van ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder), maakt Rome V onderscheid in vier verschillende vormen van deze voedingsproblemen. Het gaat om (de Nederlandse vertalingen moeten nog worden gemaakt): “hypersensitive dysphagia”, “anticipatory restrictive feeding”, “hunger dysregulation disorder” en “medially-triggered functional feeding disorder”. Nieuwe aandoeningen Andere nieuwe aandoeningen in de Rome V-criteria zijn bijvoorbeeld “supragastrisch boeren” en “proctalgia fugax”. Benninga: ‘Kinderen met supragastrisch boeren kunnen wel 30 tot 40 keer boeren terwijl ze bij je in de spreekkamer zitten. En die lucht komt niet vanuit de maag, maar vanuit de slokdarm.’ Proctalgia fugax was al bekend bij volwassenen, maar het kan ook bij jonge kinderen voorkomen. Benninga: ‘Het gaat om heel erg pijnlijke anale krampen, die nu voor het eerst beschreven worden bij kinderen. Het is goed om als kinderarts van het bestaan te weten, ook al is er niet altijd een goede behandeling voor.’ Benninga is benieuwd hoe de nieuwe Rome V-criteria worden ontvangen door het werkveld. ‘Omdat er zoveel veranderd is, betekent het in ieder geval dat collega’s zich er goed in moeten verdiepen. Maar het is wel leuk dat er zoveel evolutie zit in ons vak!’ • Vervolg pagina 5 Reflux hypersensitiviteit Diagnostische criteria bij kinderen onder 8 jaar Intermitterende symptomen die: • geassocieerd lijken te zijn met gastro‑oesofageale reflux • pijn suggereren • ernstiger zijn dan verwacht kan worden op basis van een normale ontwikkeling voor de leeftijd • invloed hebben op dagelijkse activiteiten die passen bij de leeftijd en/of de kwaliteit van leven • ten minste 3 dagen per week voorkomen 6 Literatuur: • Rosen, R. et al. Rome V Pediatric Upper Gastrointestinal Disorders of Gut-Brain Interaction. Gastroenterology 2026. • Di Lorenzo, C. et al. Lower and Biliary Disorders of Gut-Brain Interaction: Child/Adolescent. Gastroenterology 2026. Column ‘Voor ouders gaat het starten met medische voeding voor hun kind vaak gepaard met veel emoties, en voor de kinderen zelf is het ook niet altijd makkelijk te accepteren of vol te houden. Daarom zetten we ons binnen de User Experience (UX) afdeling in voor het ontwikkelen van de best mogelijke productervaring voor deze families. We streven ernaar om hen nutritionele supplementen aan te bieden die kinderen het lekkerst vinden. zijn op gehydrolyseerde eiwitten of losse aminozuren om allergische reacties te voorkomen. Deze ingrediënten hebben van nature een bittere smaak, wat de acceptatie door baby’s kan bemoeilijken vanwege hun aangeboren voorkeur voor zoete smaken en afkeer voor bittere smaken. Het traject naar een koemelkallergiediagnose is vaak een lang en (emotioneel) uitputtend proces voor ouders. Ze zien dat hun baby zich wekenlang niet fijn voelt, zonder meteen te weten wat de oorzaak is. Wanneer de diagnose uiteindelijk komt en er een hypoallergene voeding wordt voorgeschreven die zou moeten helpen, kan het enorm stressvol zijn als het kind deze weigert vanwege de bittere smaak. Nutrilon Pepti Syneo is daarom een prachtig voorbeeld waarbij voedingswetenschap, sensorisch onderzoek en ervaringen van ouders samenkomen. Dankzij het gebruik van wei-eiwit en lactose heeft dit product een veel mildere, minder bittere smaak die aangenamer is dan andere soortgelijke voedingen.1,2 Ook NutriniDrink Compact Multi Fibre is een innovatie die is ontstaan vanuit feedback van families en zorgprofessionals, waarbij we hoorden dat het soms lastig is voor kinderen Uiteraard moet een product in de eerste plaats veilig en nutritioneel geschikt zijn. Echter valt of staat het succes van medische voeding uiteindelijk bij de acceptatie van het kind. Wanneer een kind de voeding makkelijk accepteert, en deze zelfs lekker vindt, gaan de therapietrouw en gezondheidseffecten van de behandeling omhoog. We kijken daarom niet alleen naar wat er ín onze medische voeding zit, maar ook naar hóe deze ruikt, smaakt en gebruikt wordt. Dit doen we in samenwerking met de gezinnen en zorgprofessionals, omdat zij deze producten dagelijks gebruiken. We kijken ook naar de dagelijkse routines van de gezinnen, hoe medische voeding hierbinnen past en tegen wat voor zaken zij dagelijks aanlopen. Veel ouders moeten medische voeding bijvoorbeeld combineren met andere zorgtaken en medische handelingen. Die context is ook van invloed op hoe makkelijk of moeilijk medische voeding in het dagelijks leven te integreren is. In de praktijk is het ontwikkelen van medische voeding behoorlijk complex. De wettelijke en nutritionele eisen brengen allerlei sensorische en technologische uitdagingen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is hypoallergene zuigelingenvoeding, die gebaseerd moet Marleen Kleijn Teamleader User Experience Danone Column: Luisteren naar patiënten en gezinnen om het flesje drinkvoeding volledig op te drinken. We hebben vervolgens een succesvolle manier gevonden om dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen in een kleiner volume te ontwikkelen. Bij medische voeding is een positieve productervaring dus cruciaal voor het succes van de nutritionele behandeling. Daarom begint innovatie voor ons bij het centraal stellen en begrijpen van patiënten en gezinnen, en werken wij voortdurend aan het verbeteren van producten om hen te ondersteunen.’ • Marleen Kleijn Nutrilon Pepti Syneo is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij koemelkallergie. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht, na alle voedingsopties te hebben overwogen, met inbegrip van borstvoeding. NutriniDrink is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij ziektegerelateerde ondervoeding en/ of groeiachterstand voor kinderen vanaf 1 jaar. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht. Literatuur: 1. Maslin K, et al. Pediatr Allergy Immunol. 2018; 29(8): 857–62. 2. Onafhankelijke consumentenstudies met 707 ouders, waarin Pepti producten zijn vergeleken met de belangrijkste andere merken hypoallergene zuigelingenvoeding op basis van gehydrolyseerde eiwitten (Engeland, Frankrijk, Spanje, de VS, Mexico en Brazilië, 2020–2025).
Of een baby nu borst- of flesvoeding krijgt, bij vragen kunnen ouders én gezondheidsprofessionals 24 uur per dag, 7 dagen per week terecht bij het Nutricia Care Team. Eveline werkt al 9 jaar bij het Care Team en heeft al heel veel verschillende vragen voorbij zien komen. Opvallend vaak lopen ouders ook steeds tegen dezelfde problemen aan. Interview Voor alle vragen over borst- en flesvoeding ‘Het is midden in de nacht als een moeder me wanhopig belt omdat haar vrij jonge baby ontroostbaar is en voortdurend aangelegd wil worden. De moeder heeft het idee dat ze geen borstvoeding meer produceert. Het is zo’n moment waarop een moeder zich afvraagt of ze moet overstappen naar flesvoeding. Ik neem rustig door met de moeder wat er precies gebeurt. Ook leg ik uit dat er fases zijn waarin jonge baby’s meer drinken dan normaal. Door vaker aanleggen zal de melkproductie zich juist daaraan aanpassen. Zo kan ik de moeder geruststellen. Ik vertel dat het heel normaal is dat dit gebeurt. Dat het natuurlijk intens is, maar dat de melkproductie zich waarschijnlijk wel zal aanpassen en dat overstappen naar flesvoeding echt niet nodig is in deze situatie.’ Dit geeft Eveline als antwoord op de vraag welk gesprek haar in al die jaren het meest is bijgebleven. Eveline: ‘Ouderschap is prachtig, maar ook complex en een ontdekkingstocht. Dat maakt dat ouders soms best voor vragen of uitdagingen kunnen komen te staan. Bij het Nutricia Care Team begrijpen we dat en staan we dag én nacht klaar met persoonlijk advies, vaak vooral om onzekerheid bij jonge ouders weg te nemen.’ ‘Ons team bestaat uit professionals met een afgeronde hbo-opleiding Voeding en Diëtetiek’ Baby Team en Medisch Team Het Nutricia Care Team richt zich op vragen over borstvoeding, zwangerschap en babyvoeding, daarnaast heeft Nutricia ook een Medische Voedingsservice, legt Eveline uit. ‘Ons team bestaat uit professionals met een afgeronde hbo-opleiding “Voeding en Diëtetiek”. Het Baby Team bestaat uit 7 personen en wij hebben contact met ouders en met professionals als kraamverzorgenden, verloskundigen en jeugdartsen en -verpleegkundigen werkzaam bij onder andere consultatiebureaus. Ongeveer 70 procent van onze contacten is met ouders. Het Medische Team bestaat uit 4 diëtisten en zij zijn er voor vragen over de medische voedingen. Bij de Medische Voedingsservice is er een groter aandeel professionals dat contact opneemt. Denk aan diëtisten, verpleegkundigen en andere zorgmedewerkers die iets willen weten over medische voedingen. Wat kinderen betreft gaat dit dan vaak over kinderdrink- en sondevoeding of voeding bij allergie.’ Eveline Teamleider Nutricia Care Team Baby 8 9 Ook Whatsapp en sociale media Het grootste deel van de vragen is nog altijd telefonisch, vertelt Eveline. ‘We zijn elke dag 24 uur telefonisch bereikbaar, ook in het weekend en op feestdagen. Dus zelfs op kerstavond kunnen ouders ons bellen. Deze 24-uurs beschikbaarheid is uniek. Ouders kunnen nergens anders 24 uur per dag met hun vragen terecht.’ De laatste jaren is het aantal vragen via Whatsapp ook toegenomen, merkt Eveline. ‘Daar zit echt een stijgende lijn in. Het is natuurlijk ook veel laagdrempeliger en anoniemer om even een appje te sturen.’ Het Care Team is verder ook aanwezig op diverse sociale platformen. ‘We zijn te vinden op Facebook, Instagram en TikTok. Via dm’s beantwoorden we daar ook wel vragen. Maar eigenlijk zitten we daar ook om bij te houden welke trends er zijn en wat influencers posten. Daar kunnen we namelijk weer vragen over krijgen.’
Meestgestelde vragen Met meer dan 1000 contacten per maand zijn de vragen die gesteld worden heel divers. Toch is er volgens Eveline één vraag die al jaren met stip bovenaan staat: “Hoeveel hoort mijn baby te drinken op een bepaalde leeftijd?”. ‘Het kan dan zowel over borst- als over flesvoeding gaan. De meeste vragen gaan over ritme en regelmaat van voeden. Ouders hebben graag dagschema’s waar ze zich aan kunnen houden. Ook zijn er veel vragen over de nachtvoeding: “Wanneer kun je daarmee stoppen?”. En de vraag “Hoe ziet een voedingsschema eruit als ik ook vaste voeding ga geven?” krijgen we ook vaak.’ De soort vragen hangt meestal sterk samen met de leeftijd van de baby, merken Eveline en collega’s. Gaat het in de eerste weken vooral over hoeveelheden en schema’s, na een paar maanden gaan de vragen over de combinatie van borstvoeding geven en weer gaan werken: “Hoe kan ik werken combineren met het geven van borstvoeding?”. En dan is er volgens Eveline nog een opvallende categorie van vragen die gaan over ongemakken zoals krampjes en spugen. ‘Ook die vragen komen altijd terug, dat is van alle tijden.’ De laatste tijd een trend: flesvoeding-bereidingsapparaten en handsfree kolfapparaten. ‘Je merkt dat ouders op zoek zijn naar gemak. Het gebruik van een flesvoedingsbereider is een individuele keuze. Wij adviseren om de aanbevolen bereidingswijze te gebruiken die op onze verpakkingen staat. Dit is de beste manier om er zeker van te zijn dat de dosering altijd juist is. We kunnen wel advies geven hoe ze dit het beste kunnen gebruiken.’ Borstvoeding voorop Het hele Care Team is getraind op het stimuleren van borstvoeding. ‘Mensen verwachten het meestal niet, maar Nutricia is echt een sterk borstvoeding-stimulerend bedrijf. We weten vanuit onze visie hoe belangrijk borstvoeding is. We proberen ouders altijd zo goed mogelijk te helpen om hun borstvoedingservaring zo prettig mogelijk te maken. Gaat het om een baby die volledig borstvoeding krijgt, dan adviseren we - vanuit onze Danone standaarden – nooit flesvoeding als ouders daar niet zelf voor gekozen hebben. Voor de keuze voor de voeding verwijzen we naar het consultatiebureau; daar gaan wij in het Care Team geen advies over geven. Maar natuurlijk kunnen ouders, als ze eenmaal voor flesvoeding gekozen hebben en daar vragen over hebben, met die vragen ook bij ons terecht.’ Eveline benadrukt dat het bij het beantwoorden van vragen van ouders vaak gaat om een luisterend oor en om geruststellen. ‘We geven algemene adviezen over hoeveelheden en wat passend is bij een gezonde groei en leeftijd. Maar zodra we vermoeden dat er meer aan de hand is — bijvoorbeeld bij ziekte, verminderde groei, aanhoudende klachten of andere medische signalen — verwijzen we altijd door naar de juiste professional, zoals het consultatiebureau, een lactatiekundige of de huisarts. Wij nemen nooit de plaats in van medische zorg, maar helpen ouders wél om de juiste stap te zetten.’ Casusoverleg van professional tot professional Van professional tot professional Ook professionals nemen contact op met het Care Team. In de eerste dagen na een geboorte zijn dat meestal kraamverzorgenden. ‘Ook al hebben zij een opleiding gehad in het begeleiden van de moeder bij het voeden van de baby, toch merken we dat kraamverzorgenden het soms even fijn vinden om te overleggen of iemand mee te laten kijken in de hoeveelheid voeding. Als ouders bijvoorbeeld voor een variant of merk flesvoeding hebben gekozen die ze niet kennen, dan geven we uitleg. Ook willen ze wel eens iets, wat ouders beweren, bij ons verifiëren. Eigenlijk is het een soort casusoverleg van professional tot professional.’ Eveline benadrukt dat ze als Care Team altijd klaar staan om mee te denken en hulp te bieden, ook bij professionals. ‘Geheel vrijblijvend natuurlijk, want uiteindelijk beslissen professionals zelf welk advies ze aan ouders geven.’ • Vervolg pagina 9 Symposiumverslag ‘Als jongeren op zoek gaan naar informatie over voeding, gebruiken ze een mix van online en offline bronnen.’ Dat vertelde dr. Annemarie van Bellegem, kinderarts in Amsterdam UMC tijdens het symposium “Voeding voor (zieke) kinderen; grote stappen in kleine hapjes”. identiteit en horen ze er graag bij. En virtueel “bewijs” als voor en na foto’s kan overtuigend overkomen maar ook misleidend zijn.’ Open het gesprek aangaan Volgens Van Bellegem is het belangrijk het gesprek met jongeren aan te gaan en samen met ze te kijken zonder je oordeel klaar te hebben en door voorzichtig te sturen. Een goede relatie met de jongere staat voorop. ‘Vraag bijvoorbeeld open “Waar check jij dit soort dingen?” en normaliseer daarna. Zeg bijvoorbeeld dat online veel maar gedeeltelijk waar is en dat je samen met de jongere wilt factchecken door te zeggen dat je samen het bewijs wilt toetsen.’ Tot slot tipt Van Bellegem de website isdatechtzo.nl waar te zien is hoe nepnieuws werkt en waar op te letten. • Volgens Van Bellegem valt een keur aan bronnen onder wat er geraadpleegd wordt: sociale media, influencers, chatbots, leeftijdsgenoten, familie, school en ook officiële bronnen zoals een kinderarts, diëtist en het Voedingscentrum. Opvallend hierbij is volgens haar dat jongeren officiële informatie als betrouwbaar zien, maar niet “handig” in het moment. Zo is ChatGPT wel altijd beschikbaar en een arts niet. ‘ChatGPT wordt vaak ingezet om informatie te verzamelen en bezoek aan een professional voor te bereiden, een arts wordt bezocht voor behandeling. Nog een reden dat professionals pas later benaderd worden is dat jongeren schaamte en de duur tot er een afspraak is als drempels ervaren.’ Snel en snackable Van Bellegem is gespecialiseerd in eetstoornisproblematiek en merkt dat het risico op een eetstoornis toeneemt bij online content die controle of slankheid verheerlijkt: ‘Socials zijn snel en snackable en er zit een bepaald algoritme achter. Een gelijksoortige boodschap wordt herhaald waardoor je als gebruiker bijvoorbeeld in een bubble met “thin-fitspiration” kunt belanden. Daarnaast zijn jongeren vaak onzeker over hun 11 10 Tegenwicht voor social media en influencers
Voor extreem prematuren is een goede basis voor een gezonde leefstijl extra belangrijk. ‘Onder andere vanwege de grotere kans op cardiometabole aandoeningen en voedingsproblemen op de lange termijn bij deze groep’, vertelt arts-onderzoeker Nina Frerichs. In de Generation P studie keek Frerichs hoe het met leefstijl en eetgedrag staat op de gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar. De Generation P study loopt sinds 2014. Al vanaf de start wordt het microbioom van extreem prematuren bekeken en gerelateerd aan de gezondheid in de eerste levensmaanden. Frerichs: ‘We weten dat het microbioom invloed heeft op de ontwikkeling van het immuunsysteem en metabole systemen. Voor de gezondheid láter is bekend dat een gezond microbioom bij à terme geboren kinderen in de eerste levensjaren belangrijk is. Binnen ons subonderzoek, dat in 2021 is gestart, onderzoeken we of dat ook voor extreem prematuren geldt. We hebben de kinderen van de Generation P studie hiervoor langer gevolgd. In Nederland de FLY-Kids vragenlijst in (zie kader). ‘In 2021 zijn de eerste kinderen geboren die deelnemen aan deze studie. De follow-up op 2-jarige leeftijd was in 2023, we hebben momenteel gegevens van 200 kinderen. Eind van dit jaar worden de eerste kinderen 5,5 jaar, dan verzamelen we weer gegevens.’ De studie loopt dus nog, maar Frerichs kan de eerst resultaten al wel delen. Gelijkwaardige leefstijl ‘We hebben eerst gekeken hoe de leefstijl van extreem prematuren zich verhoudt tot de leefstijl van de referentiepopulatie van de FLY-Kids’, vertelt Frerichs. ‘We zagen tot onze verrassing dat de leefstijl van prematuren gelijkwaardig is aan de leefstijl van de referentiepopulatie. We verwachtten dat extreem prematuren minder zouden bewegen of dat ze moeizamer zouden eten en daardoor minder groenten en fruit binnen zouden krijgen dan de referentiegroep, maar dat bleek niet het geval. Wel slapen ze net wat langer; misschien is dat een compensatiemechanisme voor de moeizame start die ze gehad hebben.’ Frerichs vindt het positief dat extreem prematuren vergelijkbare levens hebben als à terme geboren kinderen, maar maakt wel de kanttekening dat de leefstijl van tweejarigen niet echt overeenkomt met de richtlijnen, of ze nu wel of niet te vroeg geboren zijn. Juist bij extreem prematuren vindt ze een gezonde leefstijl extra belangrijk. ‘We weten dat prematuren meer kans hebben op cardiometabole aandoeningen. Daardoor is het zeker bij deze groep erg belangrijk om een goede basis voor een gezonde leefstijl te leggen en deze zo goed mogelijk te behouden.’ Voedingsproblemen Frerichs keek niet alleen naar leefstijl: ‘Binnen Generation P keken we ook naar voedingsproblemen bij deze kinderen, omdat we uit de literatuur weten dat extreem premature kinderen een verhoogd risico hebben op voedingsproblemen. Bij die hele kleintjes is zuigen en slikken nog niet goed ontwikkeld in de eerste maand. Ze krijgen allemaal sondevoeding. Daarnaast krijgen ze veel negatieve prikkels in het hele mondgebied. Ze kunnen bijvoorbeeld beademd worden en verpleegkundigen kunnen de mond uitzuigen of schoonmaken. Die negatieve ervaringen kunnen resulteren in kokhalzen, weigeren van voeding of dat de zuig- en slikreflex moeizamer op gang komt.’ Met de Montreal Children’s Hospital Feeding Scale, die in het Nederlands vertaald is naar de Screeningslijst Eetgedrag Peuters, is dit in kaart gebracht. ‘De lijst bestaat uit 14 vragen waarbij bijvoorbeeld gevraagd wordt hoe lang een kind over een maaltijd doet, of het veel kokhalst en of een kind veel of weinig honger heeft. De 2-jarige extreem premature kinderen zijn na deze vragenlijst onderverdeeld in een groep zonder en een groep mét voedingsproblemen.’ Frerichs zag dat op gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar 20 procent van de extreem prematuur geboren kinderen voedingsproblemen had. De kinderen mét voedingsproblemen hadden bij opname onder andere een lager geboortegewicht voor de leeftijd, waren ouder bij ontslag en kregen vaker antibiotica. Na ontslag zochten deze ouders vaker hulp voor de introductie van vaste voeding en kregen ze vaker extra logopedische hulp en dieetbegeleiding. Op de gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar kreeg 21 procent van hen nog sondevoeding. Tijdig signaleren Premature kinderen zijn doorgaans klein en licht voor hun leeftijd. Daarbij is er een verschil zichtbaar tussen kinderen mét en zonder voedingsproblemen: ‘Het groeitraject is hetzelfde, dus de lijnen lopen gelijkwaardig aan elkaar, maar kinderen mét voedingsproblemen zitten wat betreft lengte en gewicht altijd ongeveer 1 SD onder de kinderen zonder voedingsproblemen. Groei is natuurlijk ontzettend belangrijk voor alle kinderen, maar specifiek bij deze kinderen die heel erg kwetsbaar zijn. Daarom wordt altijd goed gekeken of de groei niet afbuigt en of het kind de eigen lijn volgt. We zijn ook bang voor extreme inhaalgroei, omdat dat eerder is geassocieerd met bijvoorbeeld obesitas op latere leeftijd. Extreem prematuren hebben al een hoger risico op aandoeningen als hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Zelfs als de leefstijl vergelijkbaar is met die van de referentiepopulatie, is juist bij extreem prematuren veel winst voor de gezondheid te behalen. Wanneer voedingsproblemen ontstaan, zoals minder groenten en fruit eten, of groeiachterstand, is het belangrijk dat tijdig te signaleren en in te grijpen, door er een team op te zetten of extra begeleiding te bieden. Zo kunnen de voedingsproblemen vroegtijdig worden aangepakt en de kinderen een gezonde basis voor later ontwikkelen.’ • hebben we het over extreem prematuren als kinderen bij 24-28 weken zwangerschapsduur geboren worden. Tijdens de follow-up bij 2 en 5,5 jaar gecorrigeerde leeftijd kijken we naar het microbioom én naar de gezondheid op dat moment.’ Verschillende gegevens Frerichs vertelt dat bij deze follow-ups verschillende gegevens verzameld worden uit het dossier, zoals gebruikte medicatie, ontstane aandoeningen en consulten bij andere zorgverleners. Daarnaast leveren ouders een ontlastingssample in van hun kind en ze vullen Leefstijl en eetgedrag van extreem prematuren PhD Nina Frerichs Amsterdam UMC, afdeling kinder-maag-darm-leverziekten Onderzoek 13 ‘Het is bij deze kinderen extra belangrijk om een goede basis voor een gezonde leefstijl te leggen’ FLY-Kids FLY-Kids is ontwikkeld om snel de leefstijl van een kind in kaart te brengen. De 10 vragen van FLYKids gaan over voeding en andere leefstijlgewoonten als beweging, schermtijd en slaap. De vragen over voeding zijn onderverdeeld in 3 onderdelen: gezonde voeding (groente en fruit), ongezonde voeding (suikerhoudende dranken en snacks) en eetgewoonten (gebruik van maaltijden aan tafel en eten als troost of beloning). Ook wordt ouders gevraagd hoe tevreden ze zijn over de leefstijl van hun kind.
Wat adviseer je ouders met een kind met reflux? Afwachten, voeding indikken, hypoallergene voeding of medicatie? De nieuwe Reflux Keuzetool helpt jou als zorgprofessional. Ook voor ouders is er een variant, zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op een gesprek hierover. De Reflux Keuzetool helpt jou als zorgprofessional om een gestructureerd gesprek te voeren met ouders over reflux bij kinderen en hen te begeleiden naar de juiste behandelopties. De inhoud is gebaseerd op de NVKrichtlijn Gastro-oesofageale reflux(ziekte) bij kinderen van 0-18 jaar. De Reflux Keuzetool voor ouders helpt om • beter te begrijpen wat reflux is • te weten wanneer het een probleem is • inzicht te krijgen in mogelijke behandelingen • goed voorbereid het gesprek aan te gaan Aan het einde van de tool hebben ouders een overzicht van wat voor hen belangrijk is, zodat ze samen met jou een passende keuze kunnen maken. Deze keuzetool is ontwikkeld in samenwerking met Dr. M. Tabbers (kinderarts maag-darm-leverziekten Amsterdam UMC) en Anna de Geus (PhD Student kindermaag-darm-leverziekten Amsterdam UMC). • Nieuws Voor ouders die onzeker zijn over de consistentie of kleur van de ontlasting van hun kindje is er de handige Poeptracker. De Poeptracker is er in 2 versies: een digitale versie waarin ouders de dikte en kleur van de ontlasting selecteren die het meest overeenkomt met de ontlasting van dat moment. Daarnaast is er is een AI-slimme versie. Met de slimme poeptracker kunnen ouders aan de hand van een foto de ontlasting van hun kindje vastleggen en analyseren. Hiervoor loggen ouders op de website in met hun Nutriciaaccount. De slimme AI poeptracker analyseert en geeft bijvoorbeeld aan wanneer er geen reden is tot zorg. Foto’s kunnen (uiteraard beschermd) bewaard worden zodat zichtbaar is hoe het ontlastingspatroon in de loop van de tijd verandert. Wijs ouders gerust op deze handige tool. Of bekijk opgeslagen foto’s samen met ze als ze vragen of twijfels hebben. • 14 Rondleiding R&I center Nieuw: Reflux Keuzetool 15 Nieuws Handig: Poeptracker Speciaal voor kraamverzorgenden en jeugdverpleegkundigen organiseren wij een rondleiding in ons Nutricia onderzoekscentrum in Utrecht. Gedurende deze middag kom je meer te weten over het onderzoek dat wij al ruim 130 jaar doen en geven wij een kijkje in ons laboratorium. Aansluitend zal er een interactieve scholing over voeding tijdens de eerste 1000 dagen worden gehouden en zorgen wij voor koffie, thee en wat lekkers en een goedgevulde goodiebag! • Scan de QR-code en bekijk de tool Binnenkort beschikbaar Lijkt het je leuk om hierbij te zijn? Scan de QR-code en meld je aan Puzzel Los jij onze puzzel op? Streep de woorden weg (horizontaal, verticaal, diagonaal en in beide richtingen) en ontdek welke oplossing de overgebleven letters vormen. Baby Borstvoeding PGARDEGTEEGG ONDERZOEKRNN ONEKNIRDF I I I EESCSIONDADD LTCARETEAMEE KE IROTOMOIOO NDETKVDNIKVV RAAPSMDYBABT AIDEMLAICOSS ZOLOOTXULFER RFGPSL IKKENO NENJ ILTHCIRB Careteam Drinken Eetgedrag Eten Flesvoeding Kind Mond De oplossing: Voor oplossing zie pagina 16 Motoriek Onderzoek Poeptracker Reflux Richtlijnen Slikken Socialmedia Tool Voeding
Gelezen 16 Zuigt een baby wel goed, is er iets met de tongriem of wat als een kind de fles weigert? Prelogopediste Céline Ruysschaert schreef een boek om meer duidelijkheid te geven rond het ontwikkelen van de mondmotoriek in de eerste 1000 dagen. Een handige gids voor ou‑ ders maar ook voor kraamverzorgenden, verloskundigen, logopedis‑ ten en iedereen die met jonge kinderen werkt. 4 maanden nog aan een fles te laten wennen. Bang zijn voor tepel-speen-verwarring hoeft niet volgens Ruysschaert, want het is nooit wetenschappelijk aangetoond dat dat bestaat. Antwoorden op vragen De gids legt op een heldere en geruststellende manier uit hoe de mondmotoriek zich stap voor stap ontwikkelt - en waarom dat zo belangrijk is voor voeding, spraak en nog veel meer. Er zijn antwoorden op vele vragen als: • Wat is normaal, en wanneer schakel je hulp in? • Vanaf wanneer en hoe lang mag een kind een fopspeen? • Wanneer is het tongriempje een probleem? (spoiler: bijna nooit) • Wanneer mag je stukjes geven? Kortom een praktische gids voor jonge ouders en iedereen die wil weten hoe een kindje leert zuigen, slikken en kauwen en die kennis wil inzetten. • Oplossing puzzel van pagina 15: professional in de kraamzorg Gelezen: De essentiële gids rond mondmotoriek en voeding bij baby’s en peuters Eten, drinken, slikken... het lijkt zo vanzelfsprekend. Tot het niet vanzelf gaat. En dan schieten ouders in de stress. In het boek staan veel - vaak herkenbare - verhalen van ouders die op de een of andere manier problemen hebben ervaren met het voeden van hun baby of peuter. Dat varieert van fles weigeren bij een jonge baby tot een peuter die alles uitspuugt en van het voeden met een tepelhoedje tot het leren drinken uit een beker. Mondmotoriek Ruysschaert legt in het boek uit dat het bij mondmotoriek gaat om beweging van de tong, de lippen, de wangen en het verhemelte. Vooral de tong is volgens Ruysschaert belangrijk als het op de eerste voeding aankomt, want juist de tong bepaalt het zuigproces. Direct na de geboorte is er bij een baby sprake van een zuigreflex die in de loop van de eerste levensmaanden overgaat op een meer bewustere manier van bewegen van de mond. En dat leert een kind vooral door het te doen. Een mooi voorbeeld is het leren drinken uit een fles van een kind dat alleen aan de borst gevoed wordt. Op een gegeven moment moet een kind ook oefenen met een fles – bijvoorbeeld vanwege het feit dat het naar een kinderdagverblijf gaat en daar met een fles gevoed moet kunnen worden. Wordt er in zo’n geval niet in de eerste maanden af en toe geoefend met een fles, dan kan het een hele klus worden om een baby van De essentiële gids rond mondmotoriek en voeding bij baby’s en peuters Céline Ruysschaert Lannoo ISBN: 9789020989656 144 pagina’s €22,99
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=