Voor extreem prematuren is een goede basis voor een gezonde leefstijl extra belangrijk. ‘Onder andere vanwege de grotere kans op cardiometabole aandoeningen en voedingsproblemen op de lange termijn bij deze groep’, vertelt arts-onderzoeker Nina Frerichs. In de Generation P studie keek Frerichs hoe het met leefstijl en eetgedrag staat op de gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar. De Generation P study loopt sinds 2014. Al vanaf de start wordt het microbioom van extreem prematuren bekeken en gerelateerd aan de gezondheid in de eerste levensmaanden. Frerichs: ‘We weten dat het microbioom invloed heeft op de ontwikkeling van het immuunsysteem en metabole systemen. Voor de gezondheid láter is bekend dat een gezond microbioom bij à terme geboren kinderen in de eerste levensjaren belangrijk is. Binnen ons subonderzoek, dat in 2021 is gestart, onderzoeken we of dat ook voor extreem prematuren geldt. We hebben de kinderen van de Generation P studie hiervoor langer gevolgd. In Nederland de FLY-Kids vragenlijst in (zie kader). ‘In 2021 zijn de eerste kinderen geboren die deelnemen aan deze studie. De follow-up op 2-jarige leeftijd was in 2023, we hebben momenteel gegevens van 200 kinderen. Eind van dit jaar worden de eerste kinderen 5,5 jaar, dan verzamelen we weer gegevens.’ De studie loopt dus nog, maar Frerichs kan de eerst resultaten al wel delen. Gelijkwaardige leefstijl ‘We hebben eerst gekeken hoe de leefstijl van extreem prematuren zich verhoudt tot de leefstijl van de referentiepopulatie van de FLY-Kids’, vertelt Frerichs. ‘We zagen tot onze verrassing dat de leefstijl van prematuren gelijkwaardig is aan de leefstijl van de referentiepopulatie. We verwachtten dat extreem prematuren minder zouden bewegen of dat ze moeizamer zouden eten en daardoor minder groenten en fruit binnen zouden krijgen dan de referentiegroep, maar dat bleek niet het geval. Wel slapen ze net wat langer; misschien is dat een compensatiemechanisme voor de moeizame start die ze gehad hebben.’ Frerichs vindt het positief dat extreem prematuren vergelijkbare levens hebben als à terme geboren kinderen, maar maakt wel de kanttekening dat de leefstijl van tweejarigen niet echt overeenkomt met de richtlijnen, of ze nu wel of niet te vroeg geboren zijn. Juist bij extreem prematuren vindt ze een gezonde leefstijl extra belangrijk. ‘We weten dat prematuren meer kans hebben op cardiometabole aandoeningen. Daardoor is het zeker bij deze groep erg belangrijk om een goede basis voor een gezonde leefstijl te leggen en deze zo goed mogelijk te behouden.’ Voedingsproblemen Frerichs keek niet alleen naar leefstijl: ‘Binnen Generation P keken we ook naar voedingsproblemen bij deze kinderen, omdat we uit de literatuur weten dat extreem premature kinderen een verhoogd risico hebben op voedingsproblemen. Bij die hele kleintjes is zuigen en slikken nog niet goed ontwikkeld in de eerste maand. Ze krijgen allemaal sondevoeding. Daarnaast krijgen ze veel negatieve prikkels in het hele mondgebied. Ze kunnen bijvoorbeeld beademd worden en verpleegkundigen kunnen de mond uitzuigen of schoonmaken. Die negatieve ervaringen kunnen resulteren in kokhalzen, weigeren van voeding of dat de zuig- en slikreflex moeizamer op gang komt.’ Met de Montreal Children’s Hospital Feeding Scale, die in het Nederlands vertaald is naar de Screeningslijst Eetgedrag Peuters, is dit in kaart gebracht. ‘De lijst bestaat uit 14 vragen waarbij bijvoorbeeld gevraagd wordt hoe lang een kind over een maaltijd doet, of het veel kokhalst en of een kind veel of weinig honger heeft. De 2-jarige extreem premature kinderen zijn na deze vragenlijst onderverdeeld in een groep zonder en een groep mét voedingsproblemen.’ Frerichs zag dat op gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar 20 procent van de extreem prematuur geboren kinderen voedingsproblemen had. De kinderen mét voedingsproblemen hadden bij opname onder andere een lager geboortegewicht voor de leeftijd, waren ouder bij ontslag en kregen vaker antibiotica. Na ontslag zochten deze ouders vaker hulp voor de introductie van vaste voeding en kregen ze vaker extra logopedische hulp en dieetbegeleiding. Op de gecorrigeerde leeftijd van 2 jaar kreeg 21 procent van hen nog sondevoeding. Tijdig signaleren Premature kinderen zijn doorgaans klein en licht voor hun leeftijd. Daarbij is er een verschil zichtbaar tussen kinderen mét en zonder voedingsproblemen: ‘Het groeitraject is hetzelfde, dus de lijnen lopen gelijkwaardig aan elkaar, maar kinderen mét voedingsproblemen zitten wat betreft lengte en gewicht altijd ongeveer 1 SD onder de kinderen zonder voedingsproblemen. Groei is natuurlijk ontzettend belangrijk voor alle kinderen, maar specifiek bij deze kinderen die heel erg kwetsbaar zijn. Daarom wordt altijd goed gekeken of de groei niet afbuigt en of het kind de eigen lijn volgt. We zijn ook bang voor extreme inhaalgroei, omdat dat eerder is geassocieerd met bijvoorbeeld obesitas op latere leeftijd. Extreem prematuren hebben al een hoger risico op aandoeningen als hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Zelfs als de leefstijl vergelijkbaar is met die van de referentiepopulatie, is juist bij extreem prematuren veel winst voor de gezondheid te behalen. Wanneer voedingsproblemen ontstaan, zoals minder groenten en fruit eten, of groeiachterstand, is het belangrijk dat tijdig te signaleren en in te grijpen, door er een team op te zetten of extra begeleiding te bieden. Zo kunnen de voedingsproblemen vroegtijdig worden aangepakt en de kinderen een gezonde basis voor later ontwikkelen.’ • hebben we het over extreem prematuren als kinderen bij 24-28 weken zwangerschapsduur geboren worden. Tijdens de follow-up bij 2 en 5,5 jaar gecorrigeerde leeftijd kijken we naar het microbioom én naar de gezondheid op dat moment.’ Verschillende gegevens Frerichs vertelt dat bij deze follow-ups verschillende gegevens verzameld worden uit het dossier, zoals gebruikte medicatie, ontstane aandoeningen en consulten bij andere zorgverleners. Daarnaast leveren ouders een ontlastingssample in van hun kind en ze vullen Leefstijl en eetgedrag van extreem prematuren PhD Nina Frerichs Amsterdam UMC, afdeling kinder-maag-darm-leverziekten Onderzoek 13 ‘Het is bij deze kinderen extra belangrijk om een goede basis voor een gezonde leefstijl te leggen’ FLY-Kids FLY-Kids is ontwikkeld om snel de leefstijl van een kind in kaart te brengen. De 10 vragen van FLYKids gaan over voeding en andere leefstijlgewoonten als beweging, schermtijd en slaap. De vragen over voeding zijn onderverdeeld in 3 onderdelen: gezonde voeding (groente en fruit), ongezonde voeding (suikerhoudende dranken en snacks) en eetgewoonten (gebruik van maaltijden aan tafel en eten als troost of beloning). Ook wordt ouders gevraagd hoe tevreden ze zijn over de leefstijl van hun kind.
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=