Praatjesmaker

moest zijn van spugen om van regurgitatie te kunnen spreken. Maar iedere baby spuugt; het ligt gewoon aan de anatomie van de slokdarm in de eerste 6 maanden. Groeit het kind goed? Dan is er geen probleem, hoeveel voeding er ook terugkomt.’ In Rome V wordt nu – in navolging van de volwassenengeneeskunde - gesproken van reflux hypersensitiviteit. Benninga licht toe: ‘Daarbij is sprake van een combinatie van reflux en pijn, zonder overmatige zuurproductie. De symptomen worden ook niet verklaard door een andere medische aandoening; bij eventuele endoscopie en histologie worden er geen afwijkingen van de slokdarm gevonden. Omdat kinderen onder 8 jaar pijn lastig kunnen beschrijven, is bij deze aandoening wel onderscheid in leeftijd gemaakt bij de diagnostische criteria.’ Geen darmkrampjes meer Bij de aandoeningen van het onderste deel van het maagdarmkanaal valt vooral het omdopen van “infantile colic” tot “infant distress syndrome” op. Hoewel Benninga niet zelf in deze commissie zat, is hij wel gelukkig met deze nieuwe term: ‘Voor ouders is de term krampjes weliswaar ingeburgerd, maar eigenlijk weten we helemaal niet of die baby’s krampen hebben. We weten alleen dat ze huilen vanwege ongemak.’ ‘De term “infantile colic” is omgedoopt tot “infant distress syndrome”’ Eetstoornissen Het meest nieuwe en uitdagende in de Rome V-criteria noemt Benninga de opname van eetstoornissen, die voorkomen bij 5-20% van de kinderen. Tot nu toe kwamen ze alleen aan bod in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) V-criteria die in de psychiatrie gebruikt worden, maar veel (ouders van) patiënten komen ermee bij de kinderarts. De commissie vond het daarom nodig om ze in de Rome-criteria op te nemen. Anders dan de DSM V, die alleen spreekt van ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder), maakt Rome V onderscheid in vier verschillende vormen van deze voedingsproblemen. Het gaat om (de Nederlandse vertalingen moeten nog worden gemaakt): “hypersensitive dysphagia”, “anticipatory restrictive feeding”, “hunger dysregulation disorder” en “medially-triggered functional feeding disorder”. Nieuwe aandoeningen Andere nieuwe aandoeningen in de Rome V-criteria zijn bijvoorbeeld “supragastrisch boeren” en “proctalgia fugax”. Benninga: ‘Kinderen met supragastrisch boeren kunnen wel 30 tot 40 keer boeren terwijl ze bij je in de spreekkamer zitten. En die lucht komt niet vanuit de maag, maar vanuit de slokdarm.’ Proctalgia fugax was al bekend bij volwassenen, maar het kan ook bij jonge kinderen voorkomen. Benninga: ‘Het gaat om heel erg pijnlijke anale krampen, die nu voor het eerst beschreven worden bij kinderen. Het is goed om als kinderarts van het bestaan te weten, ook al is er niet altijd een goede behandeling voor.’ Benninga is benieuwd hoe de nieuwe Rome V-criteria worden ontvangen door het werkveld. ‘Omdat er zoveel veranderd is, betekent het in ieder geval dat collega’s zich er goed in moeten verdiepen. Maar het is wel leuk dat er zoveel evolutie zit in ons vak!’ • Vervolg pagina 5 Reflux hypersensitiviteit Diagnostische criteria bij kinderen onder 8 jaar Intermitterende symptomen die: • geassocieerd lijken te zijn met gastro‑oesofageale reflux • pijn suggereren • ernstiger zijn dan verwacht kan worden op basis van een normale ontwikkeling voor de leeftijd • invloed hebben op dagelijkse activiteiten die passen bij de leeftijd en/of de kwaliteit van leven • ten minste 3 dagen per week voorkomen 6 Literatuur: • Rosen, R. et al. Rome V Pediatric Upper Gastrointestinal Disorders of Gut-Brain Interaction. Gastroenterology 2026. • Di Lorenzo, C. et al. Lower and Biliary Disorders of Gut-Brain Interaction: Child/Adolescent. Gastroenterology 2026. Column ‘Voor ouders gaat het starten met medische voeding voor hun kind vaak gepaard met veel emoties, en voor de kinderen zelf is het ook niet altijd makkelijk te accepteren of vol te houden. Daarom zetten we ons binnen de User Experience (UX) afdeling in voor het ontwikkelen van de best mogelijke productervaring voor deze families. We streven ernaar om hen nutritionele supplementen aan te bieden die kinderen het lekkerst vinden. zijn op gehydrolyseerde eiwitten of losse aminozuren om allergische reacties te voorkomen. Deze ingrediënten hebben van nature een bittere smaak, wat de acceptatie door baby’s kan bemoeilijken vanwege hun aangeboren voorkeur voor zoete smaken en afkeer voor bittere smaken. Het traject naar een koemelkallergiediagnose is vaak een lang en (emotioneel) uitputtend proces voor ouders. Ze zien dat hun baby zich wekenlang niet fijn voelt, zonder meteen te weten wat de oorzaak is. Wanneer de diagnose uiteindelijk komt en er een hypoallergene voeding wordt voorgeschreven die zou moeten helpen, kan het enorm stressvol zijn als het kind deze weigert vanwege de bittere smaak. Nutrilon Pepti Syneo is daarom een prachtig voorbeeld waarbij voedingswetenschap, sensorisch onderzoek en ervaringen van ouders samenkomen. Dankzij het gebruik van wei-eiwit en lactose heeft dit product een veel mildere, minder bittere smaak die aangenamer is dan andere soortgelijke voedingen.1,2 Ook NutriniDrink Compact Multi Fibre is een innovatie die is ontstaan vanuit feedback van families en zorgprofessionals, waarbij we hoorden dat het soms lastig is voor kinderen Uiteraard moet een product in de eerste plaats veilig en nutritioneel geschikt zijn. Echter valt of staat het succes van medische voeding uiteindelijk bij de acceptatie van het kind. Wanneer een kind de voeding makkelijk accepteert, en deze zelfs lekker vindt, gaan de therapietrouw en gezondheidseffecten van de behandeling omhoog. We kijken daarom niet alleen naar wat er ín onze medische voeding zit, maar ook naar hóe deze ruikt, smaakt en gebruikt wordt. Dit doen we in samenwerking met de gezinnen en zorgprofessionals, omdat zij deze producten dagelijks gebruiken. We kijken ook naar de dagelijkse routines van de gezinnen, hoe medische voeding hierbinnen past en tegen wat voor zaken zij dagelijks aanlopen. Veel ouders moeten medische voeding bijvoorbeeld combineren met andere zorgtaken en medische handelingen. Die context is ook van invloed op hoe makkelijk of moeilijk medische voeding in het dagelijks leven te integreren is. In de praktijk is het ontwikkelen van medische voeding behoorlijk complex. De wettelijke en nutritionele eisen brengen allerlei sensorische en technologische uitdagingen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is hypoallergene zuigelingenvoeding, die gebaseerd moet Marleen Kleijn Teamleader User Experience Danone Column: Luisteren naar patiënten en gezinnen om het flesje drinkvoeding volledig op te drinken. We hebben vervolgens een succesvolle manier gevonden om dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen in een kleiner volume te ontwikkelen. Bij medische voeding is een positieve productervaring dus cruciaal voor het succes van de nutritionele behandeling. Daarom begint innovatie voor ons bij het centraal stellen en begrijpen van patiënten en gezinnen, en werken wij voortdurend aan het verbeteren van producten om hen te ondersteunen.’ • Marleen Kleijn Nutrilon Pepti Syneo is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij koemelkallergie. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht, na alle voedingsopties te hebben overwogen, met inbegrip van borstvoeding. NutriniDrink is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij ziektegerelateerde ondervoeding en/ of groeiachterstand voor kinderen vanaf 1 jaar. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht. Literatuur: 1. Maslin K, et al. Pediatr Allergy Immunol. 2018; 29(8): 857–62. 2. Onafhankelijke consumentenstudies met 707 ouders, waarin Pepti producten zijn vergeleken met de belangrijkste andere merken hypoallergene zuigelingenvoeding op basis van gehydrolyseerde eiwitten (Engeland, Frankrijk, Spanje, de VS, Mexico en Brazilië, 2020–2025).

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=