Wagenborg Details

OP DE GRENS VAN LAND EN ZEE Een kijkje in de vuurtoren van Schiermonnikoog Boven in de rode vuurtoren van Schiermonnikoog is het uitzicht indrukwekkend. Beneden ligt het eiland, aan de ene kant het Wad, aan de andere kant de Noordzee. In de verte vaart de sneldienst Esonborg de haven van Lauwersoog binnen, terwijl de Rottum zich opmaakt voor vertrek. Op de schermen binnen verschijnen de schepen als bewegende stippen en pijlen. Hier, op 37 meter hoogte, bewaakt Ivo Prins het verkeer op het water. Zijn officiële functie is Verkeersleider Schiermonnikoog, in dienst van Rijkswaterstaat. Maar zelf zegt hij meestal gewoon: vuurtorenwachter. “Als ik dat zeg, begrijpt iedereen meteen wat ik doe.” Dat is tegelijk begrijpelijk én een tikje misleidend. Want wie denkt aan een man met een verrekijker in de lichtkoepel, heeft maar een deel van het beeld. Het moderne werk van de vuurtorenwachter speelt zich vooral af achter schermen, radarbeelden en marifoons. Toch is de kern van het werk in al die jaren hetzelfde gebleven: zorgen dat mensen veilig hun weg vinden tussen land en zee. De toren als baken Schiermonnikoog heeft van oudsher twee vuurtorens: een witte en een rode. In 1853 besloot koning Willem III dat er twee bakens op het eiland moesten komen. Schepen wisten destijds dat ze veilig tussen de zandbanken door konden varen zodra de lichten van beide torens samenvielen. Later veranderde dat systeem. De rode toren, de huidige Noordertoren, kreeg in het begin van de twintigste eeuw een elektrisch draaiend licht en bleef in functie. De witte toren verloor zijn taak als vuurtoren. Alles in beeld Ivo en zijn collega’s werken in ploegendienst. De vuurtoren is 24 uur per dag bezet, met ochtend-, middag- en nachtdiensten. “De scheepvaart gaat ook dag en nacht door”, zegt hij. “Dus wij ook.” Op zijn schermen ziet hij veel meer dan alleen de veerboten van Wagenborg. Het gebied dat hij bewaakt is groot: rond Schiermonnikoog, richting Lauwersoog, het oostelijke Wad, Rottumeroog, Rottumerplaat en zelfs delen rond Ameland. De veerboot, de sneldienst, vissersschepen, pleziervaartuigen, bergers, KNRM-vaartuigen: allemaal bewegen ze door zijn gebied. “Alle beroepsvaart moet zich bij mij melden via de marifoon”, vertelt Ivo. “Dat geldt voor de veerboot, de sneldienst, de visserij, eigenlijk iedereen die beroepsmatig op het water bezig is.” Pleziervaart hoeft dat niet verplicht te doen, maar als die een marifoon aan boord heeft, moet ze die wel uitluisteren. Dat voortdurend volgen en afstemmen vraagt concentratie. Op de radar ziet Ivo schepen over het scherm schuiven. Hij kan precies volgen welke koers ze varen en of er ergens iets ontstaat dat aandacht vraagt. Bij de haven van Lauwersoog kijkt hij soms ook even mee met een webcam. “Geen officieel gereedschap”, zegt hij nuchter, “maar soms wel handig.” Niet met een verrekijker, maar met radar Het beeld van de klassieke vuurtorenwachter klopt dus nog maar half. Natuurlijk ligt er een verrekijker. Natuurlijk kijkt Ivo geregeld naar buiten. Maar zijn belangrijkste instrumenten zijn tegenwoordig de radar, de marifoon en de informatiesystemen waarmee hij het scheepvaartverkeer volgt. “Door de techniek is het vak heel erg veranderd”, zegt hij. “Met de huidige apparatuur kunnen we veel meer zien dan vroeger.” Dat is ook de reden waarom niet elke vuurtoren nog bemand hoeft te zijn. Op Ameland staat bijvoorbeeld nog wel een radar, maar daar zit geen verkeersleider meer in de toren. De beelden komen binnen op Schiermonnikoog. Toch is techniek niet alles. Juist in een gebied als de Waddenzee, met geulen, ondieptes, stroming en snel veranderend weer, blijft ervaring belangrijk. “Het is een vrij gevaarlijk stuk langs Het Rif tussen de eilanden”, zegt Ivo. “Zeker voor mensen die hier niet bekend zijn. Dan wil je wel dat iedereen veilig aan land komt.” Onzichtbaar werk De vuurtoren staat op de grens van land en zee, en dat voelt voor Ivo niet alleen letterlijk zo. “Wij zijn echt een schakel tussen beide”, zegt hij. “Tussen wat er op het water gebeurt en wat er aan land nodig is.” Dat werk is vaak onzichtbaar. Als alles goed gaat, merkt bijna niemand dat er iemand in de toren zit mee te kijken. Maar juist dan doet hij zijn werk goed. “Mensen hebben niet door dat ik hier aan het werk ben. Als alles goed gaat, hoor je mij niet.” Toch voelt hij zich verantwoordelijk. Voor de veerdienst, voor vissers, voor recreanten, voor iedereen die zich op en rond het water begeeft. Ziet hij iets afwijkends, dan schakelt hij met de Kustwacht of neemt contact op met schepen in de buurt. Soms gaat het om iets kleins, soms om een situatie die snel serieus kan worden. “We geven vier keer per dienst een weerbericht uit met wind, zicht, waterstanden en bijzonderheden. Daar hebben schepen echt wat aan.” Geen dag hetzelfde Misschien is dat wel de reden waarom het werk hem zo aanspreekt: geen dag is hetzelfde. Het weer verandert, het water verandert, het verkeer verandert. In de zomer kan het druk zijn, met wel honderd schepen in zijn gebied. En als het hard waait, beweegt zelfs de toren mee. “De eerste keer dacht ik: ben ik nou duizelig?” Daarboven, in die rode toren, komt alles samen: techniek en mensenwerk, overzicht en alertheid, rust en verantwoordelijkheid. En misschien is dat precies waarom de vuurtoren zo goed past bij het thema grenzen. Niet als harde scheidslijn, maar als plek waar werelden elkaar raken. Ivo Prins 40 I Wagenborg Details Lente 2026 Wagenborg Details Lente 2026 I 41

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=