WAPENBROEDERS

26 De volgende morgen zouden we alweer vroeg vertrekken om per autobus naar onze eindbestemming te gaan, Busovaca, Bosnië. Al met al een reis van 8 uur. Eerst langs de kust dan naar boven via Mostar, Sarajevo naar Busovaca. Over het verblijf in Split valt eigenlijk weinig te vertellen alleen dat het onze eerste kennismaking was met Joegoslavië in "oorlogstijd". En dan de reis. We vertrekken 's morgens om 07.00 uur in konvooi naar onze bestemming. Het eerste stuk in Kroatië is eigenlijk niets bijzonders, van de oorlog niets te merken. Dat blijft zo tot aan de eerste "grenspost" zeg maar roadblock. Wat tonnen op de weg die als versmalling dienstdoen. We verlaten Kroatië en rijden een ander "land", Bosnië binnen. Hier is het ineens anders. De kogelwerende vesten moeten aan, helm op en dan rijden we de heuvels in. Daar komen we ook de eerste sporen van geweld tegen, kapotgeschoten huizen, vernielde kerken en moskeeën. Beneden ons in het dal zien we Mostar liggen, zo van boven, op afstand, is er niets bijzonders aan te zien. Het lijkt een normaal welvarend stadje met industrie en bedrijvigheid. Maar schijn bedriegt. We rijden Mostar binnen, alles lijkt rustig en bedrijvig. Hier en daar een beschadigd huis dat alweer wordt gerepareerd. We rijden verder door het centrum naar de andere kant van de stad. Later blijkt dat het “Moslim” gedeelte te zijn. Ineens hele huizenblokken die kapotgeschoten zijn. Hoge flatgebouwen waar de granaatinslagen duidelijk hun sporen hebben achter gelaten. Gedeeltelijk zijn deze huizen weer bewoond en provisorisch hersteld. We rijden de stad uit maar moeten eerst nog een riviertje over. De brug is opgeblazen en zo'n beetje hersteld. Langzaam en voorzichtig nemen we deze hindernis en vervolgen onze weg steeds verder het binnenland in. Een bergachtig gebied richting Sarajevo waar de sporen van oorlog nog duidelijker aanwezig zijn. Overal kapotgeschoten huizen of huizen met de kogelgaten van zware mitrailleurs. Bruggen die zijn opgeblazen, sommige enigszins hersteld, anderen zijn vervangen door pontonbruggen. Hadden we tot nu toe min of meer goede wegen voorzien van asfalt, dat worden nu steenslag wegen, zo smal dat passeren bijna of soms helemaal niet mogelijk is. Vandaar dat de voorste wagen van het konvooi vaak vooruitrijdt om de weg te verkennen en evt. tegemoetkomend verkeer laat stoppen of het konvooi laat stoppen om te voorkomen dat de boel vastloopt. Nu wordt ook duidelijk waarom het zo'n lange rit is, het is niet de afstand maar de snelheid. Vaak is het kruipend voorwaarts en akelig dicht langs de ravijnrand. Naar beneden kijkend zie je wat er gebeurt als je niet op de weg blijft. Overal autowrakken die het niet hebben gehaald. Wat er met de inzittenden is gebeurd? De meesten zullen het niet overleefd hebben. Tegen 17.00 uur komt ons kamp in zicht. En even later rijden we het kamp binnen, dit zal dus ons onderkomen zijn voor de komende 6 maanden. Niet voor allemaal want een gedeelte wordt in Santici gehuisvest. In dit dorpje bevindt zich ook een VN-locatie op ca 10 km van Busovaca. Voor mij is de bestemming bereikt. Collega's staan ons op te wachten. Het kamp zelf is een hotel rondom afgezet met prikkeldraad een toegangspoort met slagboom, een aantal witte containers die als nachtverblijf en werkruimten dienen. Op alle vier de hoeken van het kamp staan wachttorens en het geheel is fel verlicht met grote schijnwerpers. De stroom wordt geleverd door een aantal aggregaten die dag en nacht staan te draaien. Het hotel heeft ook een andere naam gekregen en is door onze voorgangers Langzaam en voorzichtig nemen we deze hindernis en vervolgen onze weg steeds verder het binnenland in. Hotel Nunspeet

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=