Praatjesmaker

en er zijn minder laxeermiddelen nodig.4,5,6 Ook ondersteunt een deel van de vezels een gezond darmmicrobioom.7 Toch zijn vezels volgens Botma niet voor alle patiënten geschikt. ‘Kinderen met bepaalde darmproblemen of in acute ziektefasen kunnen tijdelijk een vezelvrije voeding nodig hebben. Daarom hebben we ook sondevoedingen zonder vezels.’ Osmolariteit en viscositeit Naast voedingswaarde spelen producteigenschappen een grote rol. Twee daarvan zijn osmolariteit en viscositeit. ‘De osmolariteit is een maat voor de concentratie van osmotisch actieve stoffen in een oplossing. Die wil je bij sondevoeding zo laag mogelijk houden,’ legt Bakker uit. ‘Als die te hoog is, kan dat de tolerantie verminderen. Stoffen die goed oplossen - zoals suikers en zouten - verhogen de osmolariteit. Daarom worden in sondevoeding vaak weinig of geen toegevoegde suikers gebruikt.’ Voor drinkvoeding ligt dat anders: daar kan een beetje suiker helpen om de smaak acceptabel te maken. Viscositeit is een tweede factor. Dat is een maat voor dikte van een vloeistof. De voeding moet vloeibaar genoeg zijn om door een sonde te stromen, maar tegelijkertijd voldoende voedingsstoffen bevatten. ‘Hoe meer eiwit en vezels je toevoegt, hoe dikker het product kan worden’, zegt Bakker. ‘Dat kan gevolgen hebben voor de diameter van de sonde die nodig is.’ Wanneer de voeding “vol” raakt Een bijzondere uitdaging ontstaat volgens Bakker bij energierijke voedingen. Sommige producten bevatten bijvoorbeeld 1,5 kcal per milliliter. Maar er is een grens aan hoeveel voedingsstoffen in een vloeibare voeding passen. ‘Op een gegeven moment raakt het product gewoon vol,’ legt Bakker uit. ‘Nog meer voedingsstoffen erin stoppen kan theoretisch wel, maar leidt al snel tot een te dikke structuur of tot een onevenwichtige samenstelling.’ Van rekenmodel naar praktijk Voordat een product daadwerkelijk wordt geproduceerd, doorloopt het verschillende ontwikkelingsfasen. Eerst worden de voedingswaarden berekend met gespecialiseerde software, waarin elke grondstof inclusief de precieze samenstelling is opgenomen. Daarna volgen laboratoriumtests. Ingrediënten worden gemengd, verhit en geanalyseerd om te zien hoe ze reageren. ‘Soms lijkt een samenstelling op papier perfect’, aldus Bakker. ‘Maar zodra je het verhit voor sterilisatie, verandert alles en moet je opnieuw beginnen.’ Ook stabiliteitstesten, opschalingsproeven en klinische studies maken deel uit van het proces. Daardoor is de ontwikkeling van een nieuwe kindersondevoeding al met al een langdurig proces. Meer dan alleen voedingswaarde Naast wetenschap en technologie spelen ook praktische en psychosociale factoren mee. Ouders van kinderen die langdurig sondevoeding krijgen, hechten bijvoorbeeld steeds meer waarde aan herkenbare ingrediënten zoals groente en fruit. ‘Voor sommige gezinnen helpt het als de voeding dichter bij “normaal eten” staat’, zegt Botma. ‘Dat geeft een gevoel van natuurlijkheid. We hebben bijvoorbeeld een drinkvoeding, waarin gebruik is gemaakt van groenten en fruit, die ook als bolussondevoeding gegeven kan worden.’ Uiteindelijke doel Uiteindelijk is volgens Botma het doel, naast een volledige voeding die alle benodigde nutriënten levert, dat het kind de voeding goed verdraagt en ook binnenkrijgt. ‘Pas dan ondersteunen we daadwerkelijk de gezondheid.’ Bakker besluit: ‘Je kunt een product maken dat nutritioneel perfect is. Maar als het niet wordt gebruikt of niet goed wordt verdragen, help je het kind nog steeds niet. Daarom moeten al die puzzelstukjes uiteindelijk samenkomen.’ • Vervolg pagina 13 14 Nutricia Sondevoeding voor kinderen > 1 jaar Nutrini met of zonder Multi Fibre (MF6) vezelmix Voor kinderen > 1 jaar of 8-20 kg een wei-caseïne eiwit verhouding van 60/40* • Nutrini Low Energy Multi Fibre met 0,76 kcal/ml en 11 En% eiwit • Nutrini (Multi Fibre) met 1 kcal/ml en 11 (Nutrini) of 10 (Multi Fibre) En% eiwit • Nutrini Energy (Multi Fibre) met 1,5 kcal/ml en 11 En% eiwit • NutriniDrink +Mix Multi Fibre Mango met appel en wortel 1,5 kcal/ml, geschikt om als sondevoeding te geven Voor kinderen > 1 jaar met malabsorptie en/of maagdarmklachten • Nutrini Peptisorb met 1 kcal/ml en 11 En% eiwit • Nutrini Peptisorb Energy met 1,5 kcal/ml en 11 En% eiwit NutriniMax met of zonder Multi Fibre (MF6) vezelmix Voor kinderen > 7 jaar of 21-45 kg een wei-caseïne eiwit verhouding van 60/40* • NutriniMax (Multi Fibre) met 1 kcal/ml en 13 En% eiwit • NutriniMax Energy (Multi Fibre) met 1,5 kcal/ml en 13 En% eiwit Nutrini en NutriniMax zijn voedingen voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij ziektegerelateerde ondervoeding en groeiachterstand. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht * M.u.v. energieverrijkte varianten, daarin is de weicaseïne verhouding 40:60 Literatuur: 1. Romano C, et al. European Society for Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition Guidelines for the Evaluation and Treatment of Gastrointestinal and Nutritional Complications in Children With Neurological Impairment. JPGN 2017; 65: 242-264. 2. EFSA NDA Panel Scientific and technical guidance on foods for special medical purposes in the context of Article 3 of Regulation (EU) No 609/2013. 2. EFSA NDA Panel Scientific and technical guidance on foods for special medical purposes in the context of Article 3 of Regulation (EU) No 609/2013. EFSA Journal 2015;13(11):4300. 3. Importance of fibres and Multi Fibre in enteral nutrition; clinical evidence Overview Nutricia Advanced Medical Nutrition, 2007. 4. Trier E, et al. Effects of a multifibre supplemented paediatric enteral feed on gastro intestinal function. JPGN 1999;28(5):595. 5. Grogan J, et al. Gastro intestinal effects of two fibre enriched paediatric enteral tube feeds. Journal of Human Nutrition and Dietetics 2006;19:6. 6. Hofman Z, et al. Tolerance and efficacy of a multi-fibre enriched tubefeed in paediatric burn patients. Abstract presented at 23rd ESPEN, Clin Nutr 2001;20(Suppl 3);63-64. 7. Guimber D, et al. Effect of multifibre mixture with prebiotic components on bifidobacteria and stool pH in tube-fed children. Br J Nutr. 2010;104:1514–22

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=