Praatjesmaker

‘Het ontwikkelen van medische kindervoeding is eigenlijk een grote puzzel’, begint Rudolf Bakker het gesprek. Bakker is product design en development manager medische kindervoeding en al 21 jaar betrokken bij de productontwikkeling van sondevoedingen. ‘We hebben te maken met voedingskundige eisen, regelgeving, technologische beperkingen en natuurlijk met wat in de praktijk werkt voor kinderen en zorgverleners.’ Voedingsbehoefte van het kind De ontwikkeling van een sondevoeding start bij de voedingsbehoefte van het kind. Maar kinderen die afhankelijk zijn van medische voeding vormen geen homogene groep, vertelt clinical nutritional scientist Akke Botma. ‘Niet alleen leeftijd en gewicht bepalen de behoefte aan voedingsstoffen, je hebt ook te maken met veel verschillende ziektebeelden. Er zijn bijvoorbeeld kinderen met cerebrale parese, kinderen die bedlegerig zijn, kinderen met kanker, maar ook patiënten met een darmziekte of brandwonden. Zij hebben allemaal andere energie- en eiwitbehoeftes. Bij veel van deze patiënten is er kans op groeiachterstand als de voeding niet voldoet in die behoeftes. De eiwitbehoefte ligt ook vaak hoger dan bij gezonde kinderen. Eiwit is essentieel om groei te ondersteunen en specifiek belangrijk wanneer inhaalgroei nodig is. Daarom is het eiwitgehalte van medische voedingen hoger dan de aanbevelingen voor gezonde kinderen.’ Waarom wei-eiwit zo belangrijk is Niet alleen de hoeveelheid eiwit telt, maar ook het type eiwit. In moderne pediatrische sondevoedingen speelt wei-eiwit een belangrijke rol. Botma: ‘Historisch gezien waren veel medische voedingen vooral gebaseerd op caseïne-eiwit. Maar wei-eiwit wordt makkelijker verteerd.’ Bakker legt uit dat dat verschil vooral in de maag zit. ‘Caseïne klontert in contact met maagzuur. Hierdoor kun je eigenlijk een soort kaasmassa in de maag krijgen. Dat kan de maaglediging vertragen en bij sommige kinderen reflux of braken verergeren. In combinatie met wei-eiwit blijft het daarentegen meer vloeibaar en bereikt de voeding sneller de darm. Daardoor wordt een voeding met een hoger percentage wei-eiwit vaak beter verdragen, vooral als reflux een probleem kan zijn.’ Botma vertelt dat een internationale richtlijn bijvoorbeeld adviseert om het eiwit in medische voedingen voor kinderen met cerebrale parese deels uit wei-eiwit te laten bestaan.1 Op zoek naar balans Het hoge percentage wei-eiwit brengt volgens Bakker wel technologische uitdagingen met zich Rudolf Bakker Sr. Product Design and Development Manager medische kindervoeding, Danone 13 mee. ‘Wei-eiwit is gevoeliger voor verhitting en kan reageren met mineralen zoals calcium. Die combinatie maakt het samenstellen ingewikkeld. Je moet precies de juiste balans vinden tussen eiwitbronnen en mineralen, anders krijg je een instabiel product.’ Het resultaat is een voortdurende afweging tussen nutritionele doelen en technologische haalbaarheid. Bovendien moeten alle waarden van alle voedingsstoffen binnen wettelijke grenzen blijven. De Europese Unie (EU) heeft strikte regels voor de inhoud van voeding die speciaal bestemd is voor mensen met medische behoeften, met specifieke eisen voor macro- en micronutriënten.2 ‘Met de Multi Fibre vezelmix (MF6) bootsen we beter na wat je ook in een normale voeding ziet’ Vezels: meer dan alleen darmwerking Een ander belangrijk onderdeel van moderne sondevoeding is de vezelcomponent. ‘Een deel van onze sondevoedingen voor kinderen bevat tegenwoordig een combinatie van verschillende vezels. We gebruiken een mix van zes verschillende vezelsoorten’, vertelt Botma, ‘Daarmee bootsen we beter na wat je ook in een normale voeding ziet, waar vezels uit verschillende bronnen komen en deels oplosbaar en deels onoplosbaar zijn.3 Die combinatie heeft meerdere voordelen. Ze blijken obstipatie en diarree te verminderen Akke Botma Sr. Clinical Nutrional Scientist, medische kindervoeding vanaf 1 jaar, Danone

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=