GLUTENVRIJ

Een gezond microbioom is essentieel om gezond te blijven. Wanneer het microbioom uit balans wordt gebracht, kan dit spijsverteringsproblemen veroorzaken, soms tot chronische aandoeningen aan toe. Er zijn zelfs aanwijzingen dat een microbioom dat uit balans is, de kans op coeliakie kan vergroten. Samen met expert Hanna Simpson, onderzoeker en PhD-kandidaat, zochten wij voor je uit wat hierover bekend is. MICROBIOOM EN ONTSTAAN VAN COELIAKIE Wetenschappers vinden steeds vaker aanwijzingen dat het darmmicrobioom een rol kan spelen bij het ontwikkelen van coeliakie, en in hoe heftig symptomen worden. Er zijn bijvoorbeeld veranderingen in het microbioom ontdekt – zelfs vóór het ontstaan van coeliakie. Met andere woorden: het microbioom van mensen die later coeliakie ontwikkelen, kan er anders uitzien dan het microbioom van mensen die nooit coeliakie ontwikkelen. Waarom dit verschil bestaat, en of het invloed heeft op óf coeliakie ontstaat, daar wordt nog volop onderzoek naar gedaan. Het microbioom kan ook veranderen bij actieve coeliakie. Hiermee bedoelen we personen die gluten eten terwijl ze coeliakie hebben, bijvoorbeeld omdat coeliakie nog niet ontdekt is. Bij deze mensen zijn minder goedaardige bacteriën in het microbioom aanwezig, en meer bacteriën die niet bijdragen aan een goede gezondheid. Deze verstoorde balans zou symptomen zoals een opgeblazen gevoel, diarree en vermoeidheid kunnen verergeren. MICROBIOOM EN IMMUUNSYSTEEM Het microbioom speelt een rol bij de ‘training’ van het immuunsysteem. Er wordt dan ook gedacht dat het microbioom een rol zou kunnen spelen in het ontstaan van coeliakie. Eén theorie van hoe bacteriën invloed kunnen hebben op het ontstaan van coeliakie heet ‘moleculaire mimicry’. Dit houdt in dat bacteriën en virussen die infecties veroorzaken erg op gluten lijken. Om infecties te verhelpen en zelfs te voorkomen, traint het immuunsysteem zichzelf om te reageren op die virussen en bacteriën. Omdat eiwitten van virussen en bacteriën erg lijken op gluten, traint het immuunsysteem zichzelf ook per ongeluk om op gluten te reageren. Voor nu is dit nog een theorie en is er nog geen bewijs dat moleculaire mimicry ook echt plaatsvindt. Er is nog veel onderzoek nodig om precies te begrijpen welke rol bacteriën spelen bij het ontstaan van coeliakie. MICROBIOOM EN DE KANS OP COELIAKIE Het microbioom wordt op zijn beurt weer beïnvloed door een aantal zaken die in de eerste levensjaren kunnen verschillen. Daarom wordt onderzocht of deze zaken kunnen bijdragen aan de kans op coeliakie. Bijvoorbeeld: baby’s die vaginaal worden geboren krijgen andere bacteriën mee dan baby’s die via een keizersnede geboren worden. De invloed van timing van het introduceren van gluten op de kans op coeliakie is eveneens onderzocht. Het lijkt erop dat er een brede veilige periode bestaat waarin gluten kan worden geïntroduceerd, en dat timing alleen geen doorslaggevende factor is. Studies suggereren dat de genoemde verschillen in vroege levensjaren invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van het immuunsysteem. Het zou kunnen dat die veranderingen in het immuunsysteem de kans op coeliakie kunnen beïnvloeden, maar dat is nog onduidelijk. MICROBIOOM EN GLUTEN Daar houdt de invloed van het microbioom niet op. De bacteriën in onze darmen helpen ons voedsel te verteren. Ze kunnen daardoor ook invloed hebben op hoe gluten wordt afgebroken. Sommige soorten bacteriën kunnen gluten in kleinere stukjes knippen. Er zijn aanwijzingen dat wanneer de samenstelling van het darmmicrobioom verandert, dit invloed kan hebben op het afbreken van gluten. Daardoor kan gluten op een iets andere manier worden afgebroken. In theorie kunnen daarbij stukjes gluten ontstaan die bij iemand met aanleg voor coeliakie sneller een immuunreactie uitlokken. WAT KUN JE ZELF DOEN? Er is geen twijfel mogelijk: wanneer je coeliakie hebt, moet je glutenvrij eten om gezond te blijven. Daar doen eventuele gevolgen voor het microbioom niets aan af. Maar het microbioom wordt wel door het glutenvrije dieet beïnvloed. In mensen met coeliakie en een glutenvrij dieet zijn doorgaans meer goede bacteriën in de darmen te vinden dan bij mensen die gluten eten en die coeliakie hebben. Dat is het goede nieuws. Sommige studies hebben ook aangetoond dat er minder goede bacteriën in de darmen aanwezig zijn wanneer je mensen met coeliakie op een glutenvrij dieet vergelijkt met mensen zonder coeliakie. Dit heeft met name te maken met vezels en andere prebiotica. Prebiotica zijn stoffen in voeding die niet door het lichaam worden afgebroken en gebruikt. Zij dienen als eten voor je microbioom. Het eten van voldoende vezels helpt om het microbioom divers en gezond te houden. Glutenvrij eten bevat vaak minder vezels dan een dieet met gluten. Het is dan ook belangrijk extra op vezels te letten. Wel is het goed om eerst te overleggen met een in het glutenvrije dieet gespecialiseerde diëtist voordat je je dieet aanpast.* Voor meer informatie kijk op glutenvrij.nl/microbioom * KIJK VOOR EEN BIJ ONS AANGESLOTEN DIËTIST OP: WWW.GLUTENVRIJ.NL/VIND-EEN-DIETIST 11 GLUTENVRIJ OKTOBER 2026 HOE HET MICROBIOOM COELIAKIE BEÏNVLOEDT EN ANDERSOM EEN BRUISENDE STAD VOL BEESTJES Je darmen vormen een thuis voor biljoenen wezentjes: bacteriën, schimmels en virussen. Dit zijn voor het merendeel ongevaarlijke, vaak zelfs nuttige levende wezens, die samen het microbioom vormen. Zie het als een bruisende stad vol microbeestjes, die je helpen eten te verteren, vitaminen te produceren, en je immuunsysteem te trainen. TEKST: LIEKE DILLEN EN HANNA SIMPSON

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=