Ze keken nogal verwonderd en verrast – Ghislain Vanherle en Johan Claesen van de kerkfabriek Sint-Stefanus - toen ik hen vertelde dat de voornamen Stefanus en Etienne van oorsprong dezelfde zijn en afstammen van de Griekse naam Stephanos. ‘Stefan of Stephan wordt vooral in het Nederlands en Duits gebruikt, terwijl Etienne voornamelijk in Franstalige landen voorkomt’, verduidelijkte ik. ‘Andere varianten zijn Stephen, Steven, het Spaanse Esteban en Hongaarse István. Vertaald uit het Grieks betekenen ze allemaal kroon of krans.’ Die Heilige Stefanus is veelvuldig aanwezig in de naar hem genoemde kerk in Hoeseltcentrum. Hoe kan het anders: volgens enkele bronnen heeft de parochie wortels die teruggaan tot de zevende eeuw en ook toen al was hij de patroonheilige van de jonge katholieke geloofsgemeenschap en haar bescheiden bedehuis in Hoeseltcentrum. Wie Stefanus was, vinden we terug in de Bijbel, meer bepaald in Handelingen 6 en 7. Hij hoorde bij de eerste diakens die door de apostelen werden aangesteld en was een man met een sterk geloof die talrijke wonderen verrichte. Onder meer om die reden, en vooral ook na een begeesterde getuigenis voor de Joodse Raad, werd hij omwille van ‘godslastering’ gestenigd. Zo werd hij de allereerste christelijke martelaar. Maar terug naar het kerkgebouw. In zijn huidige vorm bestaat het uit een toren die dateert uit 1250, terwijl het schip van de kerk aan het eind van de 19e eeuw werd vernieuwd en later – in het begin van de jaren 30 van vorige eeuw – werd uitgebreid. Een laatste grote restauratie en renovatie vonden plaats in de periode 2006 – 2008. Toen werd er een winterkapel met schatkamer toegevoegd. Vorig jaar nog, in 2025, werd deze verrijkt met bijkomende vitrines, waarin een tal op zijn zachtst gezegd bijzondere objecten worden tentoongesteld. Eén daarvan is een eeuwenoud beschilderd houten reliekschrijn dat na een decennialang verblijf op de zolder boven de sacristie van onder het stof gehaald werd. Op enkele summiere beschrijvingen na was er nauwelijks historische of artistieke informatie te vinden over het schrijn. Tot 2024. Via een tussenkomst van Marc Gonnissen, voorzitter van de Hoeseltse Geschiedkundige Studiegroep, werd de kist aan een grondige studie onderworpen. Dat gebeurde door Jeroen Reyniers, verbonden aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) in het kader van een inventarisatie door Erfgoed Haspengouw. Zijn conclusie: het gaat om uiterst zeldzaam, intact houten vroeg-gotisch kerkvormig schrijn uit de 16e eeuw. Jammer genoeg werd het volledig en erg amateuristisch overschilderd in 1998. Het is 59 cm hoog en 86 cm lang en bevat menselijke beenderen waarvan niet geweten is aan wie ze toebehoren. Röntgenonderzoek toonde aan dat de oorspronkelijke polychromie nog aanwezig is onder de moderne verflagen. ‘Het schrijn is zonder meer uniek omdat het slechts één van de tien houten reliekschrijnen in Vlaanderen is die de beruchte Beeldenstorm van 1566 overleefd hebben’, verduidelijkt voorzitter Ghislain Vanherle. ‘Recent jaarringenonderzoek van het hout, bevestigde dat de eik waaruit het schrijn vervaardigd werd vermoedelijk geveld werd in 1565 en uit de Maasvallei komt.’ Een tweede pronkstuk in de schatkamer is een oud tabernakel. Ook dat kent een lange geschiedenis. In 1735 werd het aan de kerk geschonken door Anne de Merode, echtgenote van Guillaume Mathieu de Moffarts, heer van Hoeselt. Het is van hout en heeft een draaibare expositietroon, versierd met kostbare stof. Bovenop het tabernakel torent een vergulde pelikaan met gespreide vleugels die zijn jongen voedt met haar eigen bloed. Na de bouw van de nieuwe kerk in 1766 werd het tabernakel terug op het hoofdaltaar geplaatst en bleef er dienst doen tot 1880. Toen werd het vervangen door het nog steeds aanwezige geelkoperen tabernakel. Het oude tabernakel zelf verdween in een hoekje van de kerk en deed in 1935 nog een tijdje dienst in de nieuwe kerk van de Onze-Lieve-Vrouwparochie op de Neder, waarna het terug naar Hoeseltcentrum verhuisde en op de kerkzolder terecht kwam. Twee jaar later werd het in bruikleen gegeven aan het provinciaal Museum in Hasselt waar het opgeborgen werd in de kelders van het Begijnhof en – na een reeks omzwervingen – ook op de zolder boven de sacristie terecht kwam. In opdracht van het kerkbestuur werd het eind 2025 gerestaureerd door Nathalie APRIL 2026 I ERFGOEDHASPENGOUW.BE 5 ‘Onze schatkamer mag gezien worden.’ Posson van de restauratie-atelier De Klopperij in Antwerpen. ‘Alleen al in de restauratie van de polychromie zitten 500 werkuren’, weet voorzitter Vanherle. ‘De herstelling en renovatie kostte ons 31.000 euro. Gelukkig konden we rekenen op een belangrijke subsidie van Erfgoed Vlaanderen, de provincie Limburg, de stad Bilzen-Hoeselt en Erfgoed Haspengouw.’ U EDDY VANDOREN Ghislain Vanherle en Johan Claesen tonen een unieke missaal. Eeuwenoud beschilderd houten reliekschrijn Tabernakel met monstrans uit 1735 KERKBESTUUR SINT-STEFANUS HOESELT: Lees meer over de missalen en een middeleeuws wijwatervat © ERFGOUD SINT-TRUIDEN TERUG NAAR PAG. 1>
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=