In de duinen van Schiermonnikoog houdt Bunkermuseum Schlei de oorlogsgeschiedenis van het eiland levend. Op de foto staan drie drijvende krachten: oprichter en voorzitter Cees Soepboer, penningmeester en secretaris Jan Martinus en bestuurslid Guus Kok. Samen zetten zij zich, met een grote groep vrijwilligers, in om het verhaal van het eiland door te geven. Verhalen die blijven Wat begon als hobby van Soepboer, groeide uit tot een plek waar verhalen uit de Tweede Wereldoorlog tastbaar worden. “Ik vind het geweer niet mooi, maar het verhaal wel”, zegt hij. Die focus op verhalen komt niet uit het niets. Zijn moeder maakte de oorlog bewust mee en sprak daar lang nauwelijks over. Pas na doorvragen kwamen de herinneringen. Die persoonlijke verhalen vormen de basis van het museum. In de bunker staat niet het algemene oorlogsverhaal centraal, maar juist het perspectief van het eiland. Verhalen over tewerkstelling, het leven onder bezetting en de rol van Schiermonnikoog binnen de Atlantikwall maken duidelijk hoe oorlog hier verliep. De vrijheid werd ingeperkt: grote delen van het eiland waren verboden gebied en bewoners konden zich maar beperkt verplaatsen. “Je mocht niet zomaar het eiland op of af, of überhaupt overal komen. Dat was streng geregeld”, zegt Cees. “De bewegingsvrijheid was gewoon afgenomen.” Het museum maakt duidelijk hoe constant de oorlog aanwezig was, niet alleen op het eiland maar ook ver daarbuiten. In de bunker werd het luchtruim gecontroleerd: radarsignalen kwamen hier samen en van hieruit werden vliegtuigen gevolgd en aangestuurd. “Er werd hier continu gewerkt.” Vrijheid krijgt betekenis Een plek die voor Cees zelf bijzonder blijft in het museum, is het ‘strandverhaal’, waar hij samen met Jan Martinus en Guus Kok op de foto staat. Voor de kust speelde zich doorlopend oorlog af. Belangrijke vrachtschepen met ijzererts voeren langs, vliegtuigen voerden aanvallen uit en mijnenvelden maakten het gebied levensgevaarlijk. Regelmatig ging het mis: schepen zonken en slachtoffers spoelden soms dagen later aan. “Die combinatie is moeilijk in een paar vierkante meter te vangen, maar zegt alles over wat hier gebeurde”, vertelt hij. Sinds 2022 ontvangt het museum regelmatig kinderen die gevlucht zijn voor oorlog. Cees noemt hen ‘oorlogsdeskundigen’. “Voor Nederlandse kinderen is dit een verhaal van lang geleden”, legt hij uit. “Maar voor deze kinderen niet. Die maken het zelf mee, of hebben het meegemaakt. Zij vergelijken het museum met hun eigen situatie. Dan merk je dat het verhaal anders binnenkomt.” Juist dat verschil maakt volgens hem duidelijk wat vrijheid betekent. “Voor ons is vrijheid vanzelfsprekend geworden. Voor hen niet. Ik hoop dat mensen dat uit een bezoek halen.” Het verhaal doorgeven Dat besef loopt als rode draad door het museum en krijgt een vervolg in de toekomstplannen. De komst van een historische RAD-barak speelt daarin een sleutelrol. Dit type barak, ooit gebruikt binnen de Atlantikwall voor huisvesting, is zeldzaam geworden. Meerdere locaties maakten aanspraak, maar het plan van het bunkermuseum gaf de doorslag. “Wij willen het verhaal beter kunnen vertellen”, legt Cees uit. “En daar hebben we ruimte voor nodig. Dit barak past perfect.” Op het eiland wordt de barak ingericht als informatie- en ontvangstcentrum, met ruimte voor educatie, archief en verdieping. Waar de bunker nu soms te klein is voor groepen, kunnen ze straks eerst worden meegenomen in het verhaal, voordat ze het echt gaan zien. Het zal nog wel even duren voordat de barak er staat. De stichting is nu druk bezig om alles administratief rond te krijgen en daar gaan zo een paar jaar overheen. “Voor mij had hij er gisteren al mogen staan”, zegt Cees. “We zijn er gewoon heel blij mee dat we deze kans krijgen.” Zo groeit Bunkermuseum Schlei verder, zonder zijn kern te verliezen: een plek waar verhalen centraal staan en waar bezoekers zich opnieuw bewust worden van de waarde van vrijheid. Wagenborg Details Zomer 2026 I 17
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=