In leerjaar 3-4-5 staat LOB wekelijks op het rooster. De lessen worden gegeven op basis van de LOBmethode van de Uitgeversgroep. Leerlingen van leerjaar 1 en 2 gaan gedurende het schooljaar, samen met de stagedocent, eenmaal op stagebezoek bij een oudere leerling. Leerlingen van leerjaar 1 zijn daarbij gekoppeld aan een leerling van leerjaar 4 en leerlingen van leerjaar 2 aan een leerling van leerjaar 5. Dit betreft de eerste kennismaking met stagebedrijven. Leerlingen van klas 1-2-3 hebben ook jaarlijks een meeloopdag bij bijvoorbeeld familie of kennissen. Hiervan maken leerlingen een verslag. Ten slotte organiseren we in leerjaar 4 een wekelijkse sectororiëntatie. Dit betreft zowel theoretische als praktische lessen. Gedurende het leerjaar vinden er minimaal 2 bedrijfsbezoeken plaats. Op basis van alle activiteiten en lessen maken leerlingen vervolgens een gerichte sectorkeuze voor leerjaar 5. Wat zijn onze verbeterpunten bij dit onderdeel? • Opstellen van een leerlijn digitale geletterdheid. • Verbeteren en verder uitbreiden van de leerlijn wonen. • Algehele update van de leerlijnen met specifieke aandacht voor: a) differentiatie op niveau (conform de uitstroomprofielen) en b) doelgericht onderwijs. • Burgerschapsonderwijs: invulling van het doelgericht monitoren van de ontwikkeling van burgerschapscompetenties. • Doorlopende leerlijnen praktijkvakken. Wat zijn onze ambities bij dit onderdeel? • Aanbieden van het vak digitale geletterdheid. • Aanbieden van extra RT op het gebied van rekenen. • Aanschaf en implementatie van een nieuwe methodeonafhankelijke toets JIJ!). • Een gerichte analyse van de methodeonafhankelijke toetsen met vervolgstappen naar de mentor en leerling. • Versterken van ons aanbod voor het uitstroomprofiel arbeid: uitbreiden aanbod branchecertificaten, nieuwe praktijkvakken en uitbreiding praktijkuren in de bovenbouw. • De leerling meer betrekken bij de invulling van zijn eigen lesprogramma (autonomie). 3.2 Zicht op ontwikkeling en begeleiding De start bij onze school Wanneer een leerling vanuit het basisonderwijs wordt aangemeld bij onze school dan krijgen we direct het digitale dossier van deze leerling van de aanleverende school. Als extra informatiebron dient het gesprek dat tijdens de warme overdracht in juni wordt gevoerd met het basisonderwijs. Dit wordt jaarlijks georganiseerd door het samenwerkingsverband. Indien sprake is van tussentijdse instroom vindt een warme overdracht plaats met de aanleverende school. Op basis van de beschikbare gegevens wordt een eerste ontwikkelperspectiefplan (OPP) opgesteld, dit noemen wij het startdocument. Dit document wordt opgesteld door de mentor en/of de ondersteuningscoördinator (oco). Het startdocument bestaat onder andere uit: de algemene gegevens van de leerling, informatie over de thuissituatie, toetsresultaten, begeleidingsbehoeften, bevorderende en belemmerende factoren en de verwachte uitstroom. Voor wat betreft de verwachte uitstroom gaan we standaard uit van arbeid conform de hoofddoelstelling van het praktijkonderwijs. Binnen 6 weken na de start bij onze school vindt een startgesprek plaats. Hieraan nemen deel: de ouders/ verzorgers, de leerling en de mentor. De ouders/ verzorgers ondertekenen dan het startdocument. Het vervolg bij onze school Het startdocument wordt na ondertekening door de ouders/verzorgers een groeidocument. Het groeidocument is de basis voor het Mijn Ontwikkel Plan (MOP). Gedurende het schooljaar kunnen de mentor en oco gegevens van het groeidocument aanpassen. De onderliggende cyclus is beschreven in een procesbeschrijving ‘groeidocument’. Jaarlijks vinden twee leerlingbesprekingen plaats over de leerling aan de hand van het MOP. Hieraan nemen deel: de mentor en de oco. Het is de taak van de mentor om deze bespreking voor zijn leerlingen voor te bereiden. Onderwerpen van gesprek zijn: de resultaten van de individuele leerling, de ontwikkeling van de leerling (is deze conform verwachting?) en de begeleidingsbehoefte (is sprake van een passend aanbod?). Tijdens de leerlingbespreking kan op basis van de beschikbare gegevens besloten worden het uitstroomprofiel van een leerling aan te passen. De school werkt met de volgende drie uitstroomprofielen: a) Beschermde arbeid b) Arbeid c) Arbeid en leren Na de leerlingbesprekingen vinden de MOPgesprekken plaats met de leerling, ouders/ verzorgers en de mentor. Dit betreft twee voortgangsgesprekken per schooljaar die plaatsvinden in januari en juni. Tijdens deze gesprekken worden de theoretische kennis, de praktische vaardigheden en de algemene competenties besproken aan de hand van het MOP. In het MOP zijn ook het OPP (inclusief het uitstroomperspectief) en (vanaf leerjaar 3) de stages onderwerp van gesprek. De ouders/verzorgers, leerling en de mentor ondertekenen het document aan het eind van het gesprek. Ook hier is de onderliggende cyclus beschreven in een procesbeschrijving (‘MOP’). Het MOP bestaat uit de onderdelen: - Algemene gegevens - Aanwezigheid - Ontwikkeling: • Leerniveau • Cijfers • Competenties • Vakvaardigheden • Doelen • Bevorderende en belemmerende factoren • Onderwijsbehoeften • Verwachte ontwikkeling • Verwachte uitstroom • Algemene competenties stage (vanaf leerjaar 3) Voor wat betreft de individuele coachgesprekken met een leerling starten we altijd met een kennismakingsgesprek. Daarna vinden er gedurende het schooljaar vier coachgesprekken plaats. Per periode staat minimaal één coachgesprek op de agenda. Voorafgaand aan het eerste en vierde coachgesprek vullen de mentor en de leerling een algemene competentielijst in. Op basis hiervan worden tijdens het coachgesprek persoonlijke doelen opgesteld of bijgesteld. Daarnaast zijn de bevorderende en belemmerende factoren en ondersteuningsbehoeften onderwerp van gesprek. We checken samen met de leerling of deze nog actueel zijn of eventueel bijgesteld dienen te worden. Ook dit kan leiden tot persoonlijke leerdoelen. De 8 9
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=