Een chauffeur met neus voor melk Chauffeur Mark Vijfwinkel van Melkweg | Fritom rijdt vandaag de dagdienst. ’s Morgens haalde hij melk op bij boeren aan de wal, om 12:15 uur zat hij op de veerboot naar Ameland. “Soms is de tankauto al halfvol als ik hier aankom. Op het eiland doe ik vandaag vijf adressen, dan zit ik goed vol.” De tankwagen kan tot 35.000 liter melk vervoeren; met het gewicht van truck en trailer komt het totaal op zo’n 50 ton. “Het ophalen gaat snel, in tien minuten ben ik klaar”, legt Mark uit. Toch is het vak meer dan een kwestie van slangen aansluiten. “Je kijkt, ruikt, schept. Je moet weten wat je doet. Het is geen dozenwerk, dit is vers en levend spul.” Na het ophalen wordt er een monster genomen voor kwaliteitscontrole. De melk gaat naar de zuivelfabriek in Gerkesklooster. “Er wordt vooral kaas van gemaakt”, weet Anton. Melkweg | Fritom: de spil in de keten Mark is een van de zeventig chauffeurs die bij Melkweg | Fritom dagelijks onderweg zijn. Het bedrijf, onderdeel van de Fritom Group, haalt 365 dagen per jaar met twintig tankwagens maar liefst 3,6 miljoen liter rauwe melk op bij meer dan duizend veehouders voor FrieslandCampina. Ook op Ameland is hun aanwezigheid essentieel. “Onze planning is soms net zo vloeibaar als de melk zelf”, lacht Mark. “Met veerdiensten, weersinvloeden en fabriekstijden is het puzzelen. Maar het werkt, als iedereen meedenkt.” Samenwerking in de keten De logistiek van melkvervoer op een eiland vraagt nauwe afstemming. “De chauffeur, de boer, de veerdienst, de zuivelfabriek, alles moet kloppen”, vertelt Mark. “En als er een boot uitvalt, of het weer omslaat, dan kan dat zomaar de dagplanning overhoop gooien.” Gelukkig denkt Wagenborg actief mee. “Zonder veerdienst komt de melk niet van het eiland”, zegt hij. “Dat maakt hen een cruciale schakel in de keten”. De melkauto gaat om 16.00 uur terug op de veerboot. Bij aankomst in Holwert wordt Mark als dagchauffeur afgewisseld door een nachtchauffeur die de melk naar de fabriek brengt.Een dagelijks ritueel. Een internationale primeur Voorafgaand aan deze vorm van transport kwam de melk op een unieke manier naar de wal. In 1978 beleefde Ameland een internationale primeur: een melkleiding naar Holwert. Vijftien kilometer lang, waarvan acht onder het Wad. “Ik heb dat nog meegemaakt”, zegt Anton. “De kwaliteit werd slecht, het kwam aan als een soort boter. Eigenlijk is het nooit goed gegaan.” In 1993 werd de leiding gesloten. Inmiddels wordt een deel ervan gebruikt als glasvezelbuis. Een ambacht, ondanks de techniek Hoewel technologie steeds meer een rol speelt, van melkrobots tot stal-apps, blijven Anton en Willem het werk als ambacht zien. “Ervaring, inzicht, aanvoelen wat een dier nodig heeft”, zegt Anton. “Dat leer je niet uit een boekje.” Boeren met toekomstvisie De toekomst van de boerderij lijkt verzekerd, met Willem straks aan het roer. Toch blijft het boeren op een eiland een uitdaging. “De melkprijs is wel gestegen, maar de kosten nog veel harder”, zegt Anton. “Je moet creatief zijn.” De kampeerboerderij die ze erbij runnen, met plek voor 70 gasten, biedt financiële ademruimte. Dat hun bedrijf pal naast een Natura 2000-gebied ligt, maakt het werk bijzonder, maar ook complex. “We weten dat we op een kwetsbare plek boeren”, zegt Willem. De politieke discussies over stikstof en uitkoopregelingen volgen ze met gemengde gevoelens. “Natuurlijk spookt dat wel eens door ons hoofd”, erkent Anton. Willem vult aan: “Maar ik heb zin om het bedrijf over te nemen en om door te gaan. We boeren hier al generaties lang in harmonie met de natuur en daar geloven we nog steeds in.” WPDetails winter 2025 I 19
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=