xx Varen met gevoel én techniek Beide mannen zijn nuchter over de opkomst van technologie. “De elektronische zeekaarten zijn een zegen”, zegt Paul. “Je ziet dieptes, stroming en herkent andere schepen, dat helpt enorm.” Robert knikt: “Maar het vak kun je niet volledig automatiseren. Je neemt soms op gevoel de bocht net wat krapper vanwege de wind. Een computer mist dat aanvoelen.” Toch blijven ze zich scholen. Regelmatig volgen ze trainingen aan de Zeevaartschool, ook in simulatoren. “Dan oefenen we ook noodsituaties”, zegt Paul. “Maar het meeste leer je hier, op het Wad.” Een veranderend landschap De vaargeulen tussen Ameland en Holwert veranderen continu. “Toen ik begon in 1998 lag een bocht in de geul 300 meter verderop”, zegt Robert. “Bochten slijten uit, stromen verschuiven en maken de route daardoor steeds langer. Soms wordt er een bocht rechtgetrokken, een paar jaar later zit je weer in de oude situatie. Rijkswaterstaat is voortdurend aan het baggeren. Het Wad leeft.” Oog voor het moment Wat het varen hier zo bijzonder maakt? “Elke dag is anders”, volgens Paul. “Door eb en vloed zie je het landschap veranderen.” Robert glimlacht: “Laag water is het mooist, dan zie je zandplaten, vogels, misschien zeehonden. Hoogwater is rustiger om te varen, maar minder spectaculair.” En het favoriete moment? “Februari, als de zon vroeg opkomt. Heldere ochtenden, mooie luchten, en het gevoel dat het weer de goede kant op gaat”, aldus Robert. “Of onweer, dat je in de verte ziet aankomen”, vult Paul aan. Robert lacht: “De extremen zijn altijd indrukwekkend.” Ambacht in beweging Aan het eind van het gesprek draait de Sier zich alweer om voor de volgende afvaart. “Wat wij doen lijkt soms simpel”, zegt Paul, “maar er zit veel achter. Als je het goed doet, merkt niemand het, en dat is precies de bedoeling.” WPDetails winter 2025 I 17
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=