Van Gogh Nationaal Park

Loonse en Drunense Duinen (3.975 ha; hogere dekzandrug) De Loonse en Drunense Duinen waren tot in de Middeleeuwen grotendeels met bos bedekt. Ontginning leidde tot het ontstaan van uitgestrekte heidevelden waar geplagd, gebrand en (met schapen) beweid werd. Door overexploitatie en windwerking raakten in relatief korte tijd grote oppervlakten van het gebied door stuivend zand bedekt. Tegenwoordig is het een van de grootste resterende nog levende stuifzanden van Europa. Het wordt omringd door uitgestrekte naald- en eikenbossen. Een opmerkelijk fenomeen zijn de vele opgestoven heuvels met oude eikenstrubben, forten genaamd. In de duinen zijn ook patronen van overstoven lanen en randwallen zichtbaar. Aan de zuidkant gaat dit droge en voedselarme gebied via een fraaie gradiënt over naar De Brand, een laaggelegen, nat en voedselrijk beekdal met moerasbegroeiingen en bossen. Enkele kilometers verderop liggen De Leemkuilen, een complex van gegraven tichelgaten omgeven door moerasbos. De Brand en De Leemkuilen zijn rijk aan amfibieën, waaronder Kamsalamander en Boomkikker. Het gehele gebied is aangewezen als Natura-2000 gebied. Het natuurgebied Loonse en Drunense Duinen is in 2002 aangewezen als Nationaal Park. Feitelijk horen de Brand en de Leemputten tot de natuur van Brabants Leem. Vlijmens Ven, Moerputten en het Bossche Broek (897 ha broekgebieden) Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van ‘s-Hertogenbosch. Het is aangewezen als Natura-2000 gebied. Het gebied ligt op de plek waar het beekdal van de Dommel overgaat in het laagveengebied van de ‘Naad van Brabant’. Dit is een smalle overgangszone tussen de hogere zandgronden van de Kempen en het riviergebied van de Maas. Door de overgang van voedselarm zand naar voedselrijk rivierklei, plaatselijk vermengd met veen, en de menging van verschillende soorten grond- en oppervlaktewater, ontstaan diverse gradiënten in standplaatscondities, die samengaan met een hoge diversiteit aan soorten. Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied bijzondere water-, moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied met kranswiervegetaties. Het Bossche Broek ligt direct tegen het middeleeuwse centrum van ’s-Hertogenbosch aan. Nergens in Nederland ligt een natuurgebied zo dicht bij het centrum van een stad. De Kampina en de Oisterwijkse Bossen en Vennen (2.278 ha; dekzandlandschap) De Kampina en de Oisterwijkse vennen en bossen vormen samen een voorbeeld van het licht glooiende Brabants dekzandlandschap, met paraboolduinen, bossen, vennen, droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Het is een Natura-2000 gebied. Tijdens de grootschalige ontginningen in de afgelopen eeuw zijn veel vennen verdwenen, maar op de Kampina en in de Oisterwijkse Bossen en Vennen zijn meer dan 100 vennen bewaard gebleven. In de oeverzones van de vennen komt hoogveenvorming voor. In het Oisterwijkse deel van het gebied is de heide in de afgelopen eeuwen bebost. Een groot deel van de Kampina heeft nog een open heidekarakter. Het is een van de weinige gebieden die herinnert aan de uitgestrekte heidevelden uit de tijd van Van Gogh. Ook is het een van de weinige ongerepte natuurpanorama’s van Brabant. Van zuid naar noord wordt het landschap doorsneden door enkele beken. Het best bewaarde voorbeeld van een bekenlandschap vormt Smalbroeken langs de Beerze, aan de oostkant van het gebied. Het bestaat uit beekbegeleidend bos en enkele hooilandjes met goed ontwikkeld blauwgrasland. De leembossen van Brabants Leem Een groot deel van het landschap in het centrale deel wordt bepaald door een dichte, slecht doorlaatbare leemlaag in de ondergrond, Brabants Leem genaamd. De bovengrond is van oudsher erg nat en van nature aanzienlijk rijker dan de arme zandgronden. Hier ontstond een kenmerkend landschap van natte leembossen, dat uniek is voor Nederland, evenals het kenmerkende populierenlandschap, met zijn ‘verkamerde’ coulissen. Hoewel deze gebieden geen Natura-2000 status hebben, vertegenwoordigen ze bijzondere historische, landschappelijke en ecologische waarden. De kern wordt gevormd door een zone van grotendeels verbonden natuurgebieden en DE BELANGRIJKSTE NATUURGEBIEDEN EN NATUURWAARDEN VAN HET OOSTELIJKE KERNGEBIED (MEIERIJ) DE DOMMEL DE ESSCHESTROOM DE KLEINE AA DE REUSEL DE BEERZE DE ZANDLEIJ DE RUYSBOSSCHE LOOP DE ROSEP LOONSE EN DRUNENSE DUINEN - 3.500ha Stuifzanden, struikheide HUIS TER HEIDE - 1.000ha Bossen, grasland, heide MOERPUTTEN - 680ha Laagveenmoerassen, hooilanden BOSSCHE BROEK - 202ha Moerassen, broeknatuur DE DOMMELVALLEI - 1.630ha Natte graslanden DE GEELDERS - 420ha Leembossen DE MORTELEN EN DE SCHEEKEN - 1.381ha Leembossen, hooilanden KAMPINA - 1.200ha Natte heide, vennen, loofbossen OISTERWIJKSE VENNEN - 750ha Vennen, bossen DE BRAND - 482ha Bossen, grasland LEEMKUILEN - 119ha Moerasbossen DE VUGHTERHEIDE - 791ha Grove dennenbossen, heide ‘S-HERTOGENBOSCH TILBURG VUGHT DRUNEN BOXTEL WAALWIJK KAATSHEUVEL VLIJMEN landgoederen, zoals De Mortelen, Landgoed Heerenbeek, Landgoed Velder, De Scheeken, De Geelders, Wijboschbroek en Nuenens Broek. Samen beslaan ze een oppervlakte van meer dan 4.500 ha kernnatuur. Stuk voor stuk hebben deze gebieden een eigen – vaak nog goed leesbare – geschiedenis van bosbouw, jacht, populierenteelt en kleinschalige landbouw. De Mortelen en De Scheeken vormen samen het grootste landschapsreservaat van Noord-Brabant. De Mortelen is het gaafst bewaarde natuurrijke agrarische cultuurlandschap; in De Scheeken is het populierenlandschap van de Meierij op zijn mooist. Op verschillende plekken zijn oerboskruiden zoals eenbes en bosanemoon nog veelvuldig aanwezig. Ook zijn de leembossen rijk aan vogels, vlinders en slakken. 61 62 WAARDEVOLLE NATUUR IN OOSTELIJK KERNGEBIED

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=