Van Gogh Nationaal Park

Het Brabantse bekenlandschap is op veel plekken nog overweldigend mooi, een symbiose van natuurlijke dynamiek en eeuwenlang menselijk gebruik. De beken vormen de ruggengraat van het landschap. Door hun lagere ligging en afwijkende landgebruik, met beemden en singels, stond het beekdal in contrast met de landschappen daaromheen. Dankzij regelmatige overstromingen werden de beekdalen niet bebouwd. Nog steeds komen de beekdalen tot in de kern van dorpen en steden. Middeleeuwse kerkgebouwen staan vaak aan de rand van het beekdal. Sinds mensenheugenis sleutelen de Brabanders aan hun watersysteem. Met de technische mogelijkheden van de twintigste eeuw werden de ont- en afwatering ingrijpend aangepast en werden veel beken rechtgetrokken en verbreed. De woeste gronden, die altijd hadden gefungeerd als ‘spons’, werden in cultuur gebracht. Noord-Brabant werd een ‘ontwateringsmachine’. De beken raakten vervuild en de beekdalen verdroogden. In plaats van hooiland kwam er akkerbouw of verschenen er woonwijken. Op veel plekken verloren beken daardoor hun karakter en landschappelijke zichtbaarheid. Beeknatuur stond onder druk. Toch zijn er ook veel plekken waar de beeklandschappen en -natuurwaarden behouden zijn gebleven, zoals op landgoederen en in natuurgebieden. Aan het eind van de twintigste eeuw werd duidelijk dat het anders moest, ook vanwege klimaatverandering. Extreme neerslag leidt geregeld tot wateroverlast; in droge zomers vallen beektrajecten soms droog. De afgelopen decennia is daarom hard gewerkt aan beekherstel. Beken krijgen hun bochten terug; de waterkwaliteit is verbeterd. De komende jaren gaan de waterschappen samen met hun partners aan de slag met de inrichting van klimaatrobuuste beekdalen. Dat biedt ook kansen voor natuurherstel, kringlooplandbouw en het weer beleefbaar maken van beken als landschappelijke structuur. Herstelwerkzaamheden hermeandering Essche Stroom BEEKHERSTEL EN KLIMAATADAPTATIE Het Brabantse bekenlandschap biedt plaats aan zeer uiteenlopende natuurgebieden. Er zijn daardoor bijzondere gradiënten van stuifzand tot broekgebied en van beekhooiland tot broekbos. De steeds wisselende waterstanden en de overstromingen van de beken zorgen voor natuurlijke dynamiek. BENEDENLOOP Breed beekdal met veel meanders vanwege een lage stroomsnelheid met vooral sedimentatie, wat vruchtbare bodems oplevert. Aanwezigheid van broeknatuur zoals het Bossche Broek met beplanting typisch voor natte gronden. Over het algemeen een open landschap met bosjes en struiken verspreid in het landschap. MIDDENLOOP Relatief breed beekdal met lagere stroomsnelheid, waardoor relatief veel meanders zijn ontstaan. Er treed zowel erosie als sedimentatie op, waardoor de gronden vruchtbaarder zijn dan in de bovenloop. Aanwezigheid van weilanden, hooilanden en vloeiweiden. Landschapselementen definiëren de beekloop en vormen de scheiding tussen het ‘natte’ beekdal en de ‘droge’ akkers. BOVENLOOP Smalle stroompjes met een variatie aan kleine beekdalen. Relatief hoge stroomsnelheid waardoor erosie optreedt. Droge zandgronden met ontspruiting van beekdalen. Veelal door de mens gegraven ontwateringen. Vrij dichte landschappen met bosjes en andere landschapselementen. GRADIËNTEN, DIVERSITEIT EN DYNAMIEK BEKEN ALS LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUUR 53 54 Het verpletterende landschap van het Dommeldal. Ook tegenwoordig hebben veel Brabantse beken te maken met natuurlijke dynamiek, zoals erosie, meandering en overstroming.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=