Van Gogh Nationaal Park

121 122 C. Bouwen aan klimaatrobuuste en beleefbare beeklandschappen In de twintigste eeuw werden veel beken rechtgetrokken en verbreed. Beekdalen verdroogden en de oude natte beemden maakten plaats voor akkerbouw, boomteelt of woonwijken. Percelen werden geëgaliseerd en samengevoegd. Het landschap verrommelde. Op veel plekken verloren beekdalen daardoor hun karakter en landschappelijke zichtbaarheid. Dorpen en steden stonden - en staan soms nog steeds - met hun rug naar de beek. In het Van Gogh Nationaal Park bouwen we aan eigentijdse klimaatrobuuste en beleefbare beeklandschappen. Er is ook een noodzaak om dat te doen: klimaatverandering. Extreme neerslag leidt geregeld tot wateroverlast, zowel in het bebouwd gebied als op het platteland; in droge zomers vallen beektrajecten soms droog. De urgentie om meer water vast te houden groeit. Daarvoor is ruimte nodig, zowel in de beekdalen (waterberging) als op de flanken (water- conservering). Dat bereiken we alleen door een multidisciplinaire aanpak. In het Van Gogh Nationaal Park zetten we er op in om alle beekdalen samen met de betrokken partijen tot klimaatrobuuste landschappen om te vormen. Dat biedt niet alleen kansen voor klimaatthema’s als waterberging en waterconservering, maar ook voor beleving en recreatie, verbinden we klimaatdoelen aan de transitie van de landbouw, zetten we in op gebiedseigen aanpak van landschapsontwikkeling en stimuleren we bewonersparticipatie. En deze aanpak draagt voor een belangrijk deel bij aan herstel van de biodiversiteit. In het stedelijk gebied kunnen klimaatrobuuste beekdalen bijdragen aan het tegengaan van hittestress en een gezonde leefomgeving. In vijf beektrajecten wordt nu al met zo’n integrale aanpak geëxperimenteerd. Kinderdijk van de zandgronden: watermolenlandschappen als toekomstkans In het Van Gogh Nationaal Park gaan we op een integrale manier aan de slag met watermolenlandschappen. Watermolens waren lange tijd bakens in de Brabantse beekdalen. Ze vormden een belangrijke spil in de waterkrachteconomie. Vanaf het eind van de negentiende eeuw nam het economische belang van watermolens af en werden talrijke watermolens afgebroken. De overgebleven molens werden lange tijd vooral als monumentaal gebouw gewaardeerd. Steeds duidelijker wordt dat de landschappelijke, ecologische en hydrologische effecten van watermolens veel verder reikten dan werd aangenomen. Door de opstuwing van het water werd een heel watermolenlandschap gevormd, met bijbehorende natuur- en landschapswaarden en met grote invloed op het regionale waterbeheer. Veel beeklandschappen waren eeuwenlang een aaneenschakeling van molens en opgestuwde beektracés - energielandschappen avant la lettre, de ‘Kinderdijk van de zandgronden’. Drie nog bestaande molens rond Eindhoven werden bovendien vereeuwigd door Vincent van Gogh. Op initiatief van de Molenstichting Noord-Brabant – en in nauwe samenwerking met een groot aantal partijen, zoals Mozaïek Dommelvallei - is de afgelopen jaren onderzocht of de historische watermolenlandschappen – inclusief de landschappelijke resten van verdwenen watermolens – ingezet kunnen worden voor moderne opgaven als waterberging, verdrogingsbestrijding, de ontwikkeling van specifieke beekgebonden natuur en de benutting van het kralensnoer van (verdwenen) watermolens als recreatieve, iconische structuur. Mogelijk zijn er ook kansen op het gebied van duurzame energieopwekking, zoals aquathermie en geothermie. De komende jaren wordt met de uitvoering van voorbeeldprojecten gestart. De inzet van kunstenaars en ontwerpers is daarbij van groot belang. Opwettense Watermolen Collse Watermolen Verdwenen watermolens

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=