Sepsis alarmboek

60 61 Aan het begin van de middag staat de ambulance voor de deur. Op de spoedeisende hulp krijgen we na een aantal uren van onderzoek te horen: ‘Els, je bent ernstig ziek, je hebt een urosepsis en je hebt ook een delier’. Els hoeft niet naar de IC, maar is zwaar ziek en de mentale ontreddering is heftig. Els heeft geen besef van waar zij is en krijgt wegloopneigingen wanneer ze weer op haar benen kan staan. Want zij wil maar een ding: naar huis. Wat een ontreddering. Je bent alleen maar aan het overleven. Pas gaandeweg ontdekken we hoe diepgaand de blijvende impact op haar en mijn leven is. Twaalf dagen later mogen wij haar weer ophalen uit het Meander-ziekenhuis. Na twee weken zeg ik in mijn naïeve ongeduld tegen de huisarts, dat ik het herstel te langzaam vind gaan. Ze glimacht en zegt: ‘Ga nou eerst maar eens uit van drie maanden’. We zijn nu meer dan vijf jaar verder. Nog elke dag draagt Els de lichamelijke en mentale gevolgen van sepsis met zich mee. Zoals gevoeligheid voor prikkels, vermoeidheid, een verminderd kort geheugen, vatbaarheid voor ziekte. Angsten. Paniekaanvallen. Gelukkig is zij een enorme vechter, ook dankzij haar geloof in God. Hoe langzaam ook, er komt herstel. Voor mij als echtgenoot is de impact, dat ik ‘halve mantelzorger’ word. Bezigheden die multitasking vereisen zijn soms te ingewikkeld voor Els. Koken bijvoorbeeld (niet echt mijn favoriete hobby) wordt mijn job. Maar dat Els meer en meer haar zelfstandigheid terugkrijgt en vorig jaar weer in de auto achter het stuur durft stappen zijn positieve signalen. Dat we eindelijk weer een vakantie in Spanje durven plannen is ook zo’n signaal. Ik word steeds minder mantelzorger! ‘Na twee weken zeg ik in mijn naïeve ongeduld tegen de huisarts, dat ik het herstel te langzaam vind gaan. Ze glimacht en zegt: ‘Ga nou eerst maar eens uit van drie maanden’. We zijn nu meer dan vijf jaar verder’ Dan komt de tweede keer. Minstens zo verraderlijk als de eerste. Ook aan deze sepsis gaat een gezondheidscrisis vooraf. Els krijgt last van een plotselinge scherpe zenuwpijn in linkerarm en nek. Het gevolg van een nekhernia, zo blijkt na allerlei onderzoeken. Vorig jaar september, oktober en een groot deel van november verziekt de pijn haar leven. Zij krijgt daarbij niet minder dan vier pijnstillers voorgeschreven, waaronder Oxycodon. Uiteindelijk belanden we bij de pijnpoli van het ziekenhuis. De pijn is eindelijk een stuk minder. We hebben goede hoop dat we nu op de goede weg zijn. Maar op 22 november 2022 ligt Els met een tweede urosepsis in het ziekenhuis. Onze eerdere ervaring heeft niet geholpen de sepsis nu wel meteen te herkennen. Deze sepsis begint sluipenderwijs zonder koorts, maar met vreemde valpartijen. De koorts, zo wordt ons later verteld, was onderdrukt door de zware pijnstilling. Achteraf horen we ook, dat Oxycodon ervoor zorgt, dat je je blaas niet goed kunt legen. Met als gevolg: blaasontsteking, nierbekkenontsteking en ja hoor: sepsis. Deels zijn deze vijftien dagen in het ziekenhuis een ‘déjà vu’. Weer een urosepsis, weer een delier, weer schade voor lichaam en geest. Weer wegloopneigingen, weer de pure angst. De tweede keer is deels gemakkelijker dan de eerste, omdat we er nu eerder bij zijn en omdat de eerdere ervaring toch een beetje helpt. Maar aan de andere kant is het veel en veel moeilijker. We kunnen weer van de grond af aan beginnen! Weer leren lopen, weer leren fietsen. En (anders dan de eerste keer): we beseffen nu min of meer wat ons allemaal te wachten staat. ‘Weer een urosepsis, weer een delier, weer schade voor lichaam en geest. […] Nog elke dag draagt Els de lichamelijke en mentale gevolgen van sepsis met zich mee. Zoals gevoeligheid voor prikkels, vermoeidheid, een verminderd kort geheugen, vatbaarheid voor ziekte. Angsten. Paniekaanvallen.’

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=