71 Boekman nu zijn officiële debuut bij de Junior Company. Rutkay is van Turkse afkomst en vermengt in zijn choreografieën invloeden uit de Turkse dans, hiphop, hedendaagse dans en ballet. Bovendien is hij geweldig goed in het creëren van heel eigen werelden, waarin hij tegelijkertijd vragen opwerpt over waar we als samenleving nu staan. Het tweede nieuwe talent is Luca AbdelNour. Hij danste bij de Junior Company, is inmiddels coryphée in het hoofdgezelschap en maakte al een paar opvallende kleinere werken. Hij komt dus echt uit onze eigen kweekvijver.” Zelf maak je ook een nieuw werk voor de Junior Company. Gaan we meer choreografieën van je zien, wellicht ook voor Het Nationale Ballet? “Het leek mij in deze overgangsperiode (waarin Ernst de dagelijkse leiding van de Junior Company overdraagt aan Christopher Powney – red.) goed om de band met onze allerjongste dansers nog wat verder te verstevigen. En ik vind het belangrijk om een werk voor ze te maken waarin ze uitgedaagd worden in de klassieke techniek. Per slot van rekening is dat waarvoor ze in eerste instantie naar de Junior Company komen. Wellicht dat er (na het grote succes van Narnia, GRIMM en Dorian – red.) in de toekomst nog eens een vervolg op mijn samenwerking met Marco Gerris en zijn ISH Dance Collective komt. Maar verder heb ik geen plannen voor eigen producties. Ik zie het als mijn taak om een zo breed mogelijke waaier aan smaken te presenteren en zoveel mogelijk verschillende kunstenaars kansen te bieden, en daar past niet bij dat ik mijzelf als choreograaf voorop ga zetten.” Je gaf eerder al aan dat je graag ziet dat Het Nationale Ballet zich meer verhoudt tot de maatschappij waarin we leven. Kun je dat toelichten? “Ja, ik vind dat belangrijk en in dit nieuwe seizoen gebeurt dat ook al regelmatig. Prooi verwijst indirect naar de klimaatcrisis en ook Toer van Schayks Requiem is een aanklacht tegen hoe wij met de natuur omgaan. In Play stelt Alexander Ekman onze eeuwige prestatiedrang ter discussie. Kirsten Wicklund onderzoekt in haar nieuwe werk hoe het 25 jaar na het eerste homohuwelijk gesteld is met gendergelijkheid en queerrechten. En in zijn jeugdproductie Ik hoor, ik hoor wat jij niet ziet werpt William Tuckett de vraag op: klopt alles wat wij horen en lezen wel? Kinderen zullen dat er waarschijnlijk niet meteen uithalen, maar voor volwassenen zit er een duidelijke referentie in het stuk naar nepnieuws.” “Hoe Mthuthuzeli November naar de wereld kijkt, is heel anders dan hoe Jess and Morgs, Alexander Ekman, William Tuckett of ik dat doen. Door zoveel mogelijk verschillende stemmen een podium te geven, kan ballet echt iets toevoegen aan de levens en gedachten van mensen. Dat lukt niet als je als artistiek leider maar door één lens kijkt. Je moet door zoveel mogelijk lenzen durven kijken en die uitdaging ga ik, in samenwerking met anderen, heel graag aan.” En denk je nog weleens aan dat negenjarige jongetje, bij zijn eerste Zwanenmeer? “Absoluut. Ik werd die productie helemaal ingezogen, was totaal overdonderd. Dat is de magie van theater. Als je mij vraagt waarom ik dit werk wil doen, dan is het dát: dat moment waarop de lichten uitgaan en je in een totaal andere wereld stapt. Even iets anders mogen ervaren, meegezogen worden in iets waardoor je buiten het alledaagse treedt. En die magie kan alle vormen aannemen. Destijds, bij mijn eerste Zwanenmeer, was het een sprookje, maar magie kan evengoed maatschappelijk relevant zijn. De sensatie blijft hetzelfde: als het kwart over acht is en de lichten doven, voel ik altijd weer diezelfde liefde.” Tekst: Astrid van Leeuwen | Foto: Altin Kaftira Foto: Altin Kaftira Ernst Meisner tijdens een balletles (2025) Choreograaf Mthuthuzeli November tijdens een repetitie van In Your Footsteps (2026)
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=