Nationale Opera & Ballet

28 Opera Dirigent Leonardo García-Alarcón over de Johannes-Passion Leonardo García-Alarcón groeide op in een Argentijnse familie van musici en dansers, en is al sinds zijn jeugd een groot bewonderaar van Johann Sebastian Bach. Die twee rode draden in zijn leven komen samen in een enscenering van Bachs Johannes-Passion, die hij samen met choreograaf Sasha Waltz ontwikkelde. García-Alarcón: “Bach móét op een bepaald moment in zijn leven hebben overwogen om een opera te componeren. Hij kende de opera’s van Lotti, Telemann en Hasse heel goed. Het enige probleem was dat er in Leipzig geen operahuis was. Maar hij had een diepe behoefte aan dramatische muziek. Zijn wereldlijke cantates, die hij dramma per musica noemde, zijn net miniatuuropera’s. Die behoefte aan drama vind je ook terug in de Johannes-Passion. Daar bevindt Bach zich meer in het theater dan in de kerk.” Bach is een groot redenaar in muziek, zegt García-Alarcón. “Hij neemt een tekst en transformeert die binnen zijn muzikale architectuur zodanig dat de boodschap zo krachtig mogelijk overkomt. Een van de eerste wetten van de retorica is dat je de aandacht van je publiek moet vangen. Daarom past Bach technieken toe die vooral in opera’s werden gebruikt, zoals het concerto, de da capo-aria en recitatieven. Bach is absoluut geen conservatieve musicus, binnen de kerkelijke context is hij een revolutionair.” Wat de dirigent zo fascineert aan barokcomponisten, is dat zij alle stijlen gebruiken die ze maar tot hun beschikking hebben. “Het is alsof hedendaagse componisten tegelijkertijd zouden putten uit twaalftoonsmuziek, serialisme, rap, techno, pop en volksmuziek om een grote polyfonie te creëren van alles wat er bestaat. Bach haalde zijn inspiratie uit heel Europa, hij kende en kopieerde alle muziekstijlen die het continent te bieden had.” Zichtbare muziek Toen García-Alarcón het driehonderdjarig bestaan van de Johannes-Passion wilde vieren, dacht hij meteen aan choreograaf Sasha Waltz. “Samen besloten we ons te concentreren op de menselijke kant van de passie, die ons naar het licht leidt. Grote choreografen, zoals Sasha, kunnen een gevoelstoestand zichtbaar maken. Bij hen is dans nooit oppervlakkig, er is altijd een directe relatie met emoties. Als ik tegenwoordig naar Bach luister en mijn ogen sluit, is het alsof ik Sasha’s bewegingen kan zien. Ze weet muzikale vormen in dans te vertalen. Als het orkest een fuga speelt, zie ik die fuga op het toneel: de symmetrie van de vorm, maar ook de incidentele asymmetrie van het tempo. Alles wordt zichtbaar. Die intieme relatie met muzikale texturen vind ik ontzettend krachtig en inspirerend. Als dirigent moet ik de componist en de choreograaf dienen. Wanneer er zo’n diep begrip tussen die twee ontstaat, vormen we een krachtige driehoek.” Als laatste benadrukt de Argentijnse dirigent het belang van ritme. “Een sterke ritmische stuwing, zoals tango- of flamencodansers die hebben, is erg belangrijk. Die puls is iets waar ik voort- durend naar zoek en die Sasha heeft ontsloten in mijn interpretatie van Bach. In de barok krijgt die vorm door de basso continuo: fundament en motor van de muziek. Tegenwoordig vind je die terug in allerlei muziekgenres, van rock tot metal.” Interview Voor dirigent Leonardo García-Alarcón is de Johannes-Passion een krachtig muzikaal drama. Met choreograaf Sasha Waltz onderzocht hij hoe dans en beweging de emoties in Bachs muziek kunnen versterken. “Als ik tegenwoordig naar Bach luister, zie ik Sasha’s bewegingen voor me.” De theatrale kracht van

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=