Erasmus MC

P U B L I E K SJ A A R V E R S L A G 2 0 2 1 37 Aan de ingreep ging een uitvoerig traject vooraf. ‘We zijn heel wat keren naar Rotterdam gereden’, zegt Koosje. ‘Het was het allemaal meer dan waard.’ Er werd een reeks röntgenfoto’s gemaakt van Delilahs beide armen en een CT-scan van beide onderarmen. ‘Die CT-scan vond ik een beetje eng’, zegt Delilah. ‘Ik moest stilliggen, op mijn buik. Ik lig nooit op mijn buik. Mijn arm was helemaal stijf en deed pijn. Heel irritant.’ ‘Het leek alsof haar linkerarm twee ellebogen had’ Met speciale software werd de scan van Delilahs niet-beschadigde rechteronderarm gespiegeld. Vervolgens werd die in de computer over de scan van haar kapotte arm gelegd. Daarmee werd het verschil tussen beide armen goed zichtbaar en kon de computer precies berekenen waar het scheefgegroeide bot moest worden doorgezaagd en onder welke hoek. Artsen moesten vervolgens beoordelen of de resultaten van de computerberekeningen praktisch ook toepasbaar waren. Kon het bot wel worden doorgezaagd op de aangegeven plek? Konden ze erbij komen met een zaag? Daarna maakte de computer 3D-modellen van spaakbeen en ellepijp vóór en na de breuk, op ware grootte. En de 3D-printer maakte zaag- en boormallen voor tijdens de operatie.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=