Doorlopende leerlijn

Doorlopende leerlijn verkeerseducatie basisonderwijs 12 Je veilig gedragen als fietser groep 1-2-3 groep 4-5-6 groep 7-8 Bewustzijn Veiligheidsbewustzijn: de leerlingen zijn zich bewust van gevaar en veiligheid in hun rol als fietser. • De leerlingen beseffen waarom veiligheidsafspraken belangrijk zijn. • De leerlingen zijn zich bewust van het bestaan van verkeers- borden en regels. • De leerlingen zijn zich bewust van de verschillen tussen spe- len met de fiets en als fietsers deelnemen aan het verkeer. • De leerlingen beseffen waar- om verkeersborden, -regels, -tekens en -voorzieningen van belang zijn. • De leerlingen beseffen dat het gedrag van andere verkeers- deelnemers van invloed is op hun eigen veiligheid. • De leerlingen beseffen dat het weer van invloed is op het fietsen. • De leerlingen zijn zich bewust van het belang van een veilige fiets. • De leerlingen beseffen dat hun fietsgedrag beïnvloed wordt door hoe ze zich voelen (door hun emoties en karakter) en beseffen dat dit effect heeft op hun eigen veiligheid en die van anderen. • De leerlingen zijn zich bewust van de invloed die zijzelf als fietser (ongewild) hebben op hun eigen veiligheid en die van medeweggebruikers. • De leerlingen zijn zich bewust van risicofactoren van andere weggebruikers en in de om- geving. • De leerlingen beseffen dat het belangrijk is om je te houden aan de afspraken voor het samen fietsen. Kennis Verkeerskennis: de leerlingen weten aan welke eisen een veilige fiets moet voldoen en hoe je je veilig gedraagt als fietser. • De leerlingen kennen enkele onderdelen van hun fiets. • De leerlingen kunnen enkele veel voorkomende verkeerste- kens en -borden benoemen. • De leerlingen kennen de veilig- heidsafspraken die gelden als ze fietsen. • De leerlingen kennen de be- langrijkste kenmerken van een veilige fiets. • De leerlingen kennen de ver- keersborden, -tekens, -regels  en -voorzieningen die voor hen relevant zijn en weten hoe ze daarbij moeten handelen.  • De leerlingen kunnen een aan- tal veiligheidsafspraken uitleg- gen, die gelden als ze fietsen.   • De leerlingen kennen de regels bij voorrang- en voorgaan­ situaties.  • De leerlingen kunnen risico’s benoemen in het verkeer in hun eigen omgeving. • De leerlingen weten aan welke eisen een veilige fiets moet voldoen.  • De leerlingen kennen de ver- keersborden, onderborden, verkeerstekens, -regels en -voorzieningen en kunnen deze kennis toepassen. • De leerlingen kennen de af- spraken om veilig samen (in een groep) te fietsen. • De leerlingen kennen het ver- schil tussen de voorgaan- en voorrangsregels en kunnen deze toepassen.  • De leerlingen kunnen uitleggen hoe een verkeerssituatie voor fietsers veiliger kan.  • De leerlingen kennen de risico’s van afleiding op de fiets. • De leerlingen kunnen de veilig- heidsafspraken uitleggen om veilig te handelen in de buurt van grote voertuigen.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=